PlusHongerwinter 1944-1945

Op hongertocht langs de boeren: ‘Het was zo’n triest gezicht’

Het gezin Van Diepen, met staand derde van links Mart, en zittend tweede van rechts Joop.Beeld Marc Driessen

Ruim 20.000 mensen stierven 75 jaar geleden tijdens de Hongerwinter. Velen gingen op hongertocht langs de boeren. Boer Jo van Diepen uit West-Friesland hield een schrift bij met namen en adressen van ‘etenshaalders’.

Mart Commandeur-van Diepen was 13 toen de Hongerwinter uitbrak. De uitgehongerde mensen die langs hun boerderij aan de Zomerdijk in Spanbroek trokken, ziet ze nog steeds voor zich. Ze kwamen uit Amsterdam, en soms nog verder: uit Leiden en Rotterdam. “Het was zo’n triest gezicht. Deze mensen hadden echt hónger,” zegt Commandeur (87), het vierde kind in een gezin van dertien.

Haar ouders Jo en Anna van Diepen, van katholieken huize, stuurden de ‘etenshaalders’, zoals ze werden genoemd, niet weg, maar deelden hun voedsel. “De mensen kwamen lopend, met een fiets, handkar of kinderwagen aanzetten. Mijn vader en moeder gaven altijd eten. Sommigen mochten ook bij de kachel zitten en velen bleven een nacht slapen in de hooiberg. Het was zo verschrikkelijk koud.”

Broer Joop van Diepen (75), geboren in juni 1944: “Onze boerderij lag een beetje achteraf. Mijn vader teelde zelf aardappelen, groente en tarwe. Hij had een groentetuin en fruitbomen. Als de mensen in Spanbroek aankwamen, werden ze bij het café Kort in het dorp al naar ons verwezen: ‘Ga maar naar Van Diepen,’ zeiden ze daar.”

De etenshaalders trokken met tienduizenden naar het platteland in het noorden. Het waren voornamelijk mensen uit de arbeidersklasse en lagere klasse. De midden- en hogere klassen gingen uit schaamte niet op hongertocht of hadden genoeg geld om eten te kopen.

Vaak kwamen ze in West-Friesland terecht en soms trokken ze nog verder, naar Friesland en Groningen. Anderen trokken naar de Wieringermeer. “Maar daar werden vaak honden op hen afgestuurd,” weet Commandeur.

Bij de boeren die wel eten verstrekten of onderduikers in huis namen, speelde de autoriteit van de kerk vaak een belangrijke rol. Als de dominee zei dat het moest, werd dat gedaan.

Mart Commandeur-van Diepen en haar broer Joop. ‘Onze ouders hebben iedereen ontvangen.Beeld Marc Driessen

Commandeur: “Maar onze naaste buren gaven niks, hoor. Mijn ouders hebben iedereen ontvangen. ‘Zulks doe je toch,’ was het korte antwoord van mijn vader.”

Er waren ook boeren die zich schuldig maakten aan uitbuiting. Zij vroegen juwelen, sieraden, linnengoed, kaarsen en huisraad of om seksuele diensten in ruil voor voedsel. Tijdens de Hongerwinter waren textiel, kleding en schoenen nauwelijks te krijgen. De mensen uit de stad namen hemdjes en ondergoed mee om te ruilen tegen melk, kaas of aardappelen.

“Soms wilden ze hun trouwring geven. Maar dat wilde mijn moeder niet. Mijn ouders waren principieel. Aan ruilen deden ze niet,” zegt Commandeur, die altijd de meegebrachte flessen of kannen van de mensen volschonk met melk.

Ondergedoken knecht

Op de hectare grond rond de stolpboerderij, die drie jaar geleden is afgebroken, liepen dertien koeien. Tijdens de oorlog moest het gezin de helft van de grond afstaan voor het verbouwen van tarwe voor de voedselvoorziening. “Daarom hadden we vaak tarwe op zolder staan.”

In de boerderij van het gezin zat ook een man ondergedoken. Deze Siemen van Breugel uit Beverwijk werd er boerenknecht en heeft samen met zijn vrouw en twee kinderen de hele oorlog op de boerderij gezeten. “Zo zaten mijn ouders in elkaar: mensen helpen in nood,” zegt Commandeur.

Boer Van Diepen noteerde alle namen en adressen van de mensen die aanklopten. In een schriftje staan bijna 500 adressen. Welgeteld 326 mensen kwamen uit Amsterdam en Diemen. Sommigen kwamen uit dezelfde straat. Anderen waren gekomen vanuit Haarlem (42), Den Haag (25), Beverwijk en Heemskerk (18), IJmuiden en Velsen (14) en Zaandam (16). Een enkeling kwam zelfs uit Rotterdam, één kwam oorspronkelijk uit Tilburg.

Van Diepen: “Mijn vader was geïnteresseerd in mensen, maar waarschijnlijk deed hij het omdat ze vaak bleven slapen op de hooizolder. En zo wist hij wie er bij hem over de vloer kwam.”

Aubade

Een keer nam iemand vader Van Diepens klompen mee. Van Diepen ging de man achterna en vroeg zijn klompen terug. “Hij nam het hem niet kwalijk. Ook schoeisel was erg schaars,” zegt Van Diepen.

Tot ver na de oorlog hield het gezin contact met een aantal mensen. Ook hun namen staan in het schrift, onder wie mejuffrouw Meurs uit de Quellijnstraat in Amsterdam, P. den Hartog uit de Frans Halsstraat, Rosini Dekker uit Landsmeer en mevrouw Fortuin uit Rotterdam.

Kort na de bevrijding verscheen een bus voor de boerderij. Uit de bus stapte een voltallig muziek­korps. Mart: “Ze brachten uit dankbaarheid een aubade voor ons huis. Dat was een prachtig gebaar.”

Dit is deel 2 uit een vierdelige serie over de Hongerwinter. Donderdag verschijnt Deel 3: in de rij voor de gaarkeuken. Lees ook:
 Deel 1: grote onderlinge solidariteit.

Het schrift waarin Jo van Diepen de namen en adressen van alle etenshaalders bijhield. Bijna 500 zijn het er, van wie 326 uit Amsterdam en Diemen. De lijst is online te raadplegen via www.parool.nl/schrift.Beeld Marc Driessen

Aardappelen voor een bloedkoralen ketting

Meer dan de helft van de Amsterdamse gezinnen ging in de winter van ’44/’45 op hongertocht. Per tocht vergaarden ze gemiddeld 42 kilo voedsel. Velen maakten een dagtocht, binnen een afstand van 25 kilometer. Een groter deel van de Amsterdammers maakte meerdaagse tochten. Veel boeren verrijkten zich en vroegen goederen in ruil voor hun voedsel. Bepaalde gebieden in Noord-Holland hadden een slechte naam, waaronder de Wieringermeer. Een vrouw in het boek De Hongerwinter van Ingrid de Zwarte herinnerde zich hoe het eraan toeging: “M’n linnengoed, al m’n tafelzilver, m’n vloerkleed, een smyrna traploper, alles heb ik geruild voor eten. (…) Op d’n duur wilden ze ook geen linnengoed meer. Goud wilden ze hebben. M’n bloedkoralen ketting, die ik van moeder had gekregen, die wilden ze nog wel. Daar heb ik aardappelen voor gekregen.” Over de Wieringermeer ging het rijmpje: ‘O Heer, o Heer, geef ons de Joden weer, maar verzuip alle boeren uit de Wieringermeer.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden