Plus Reportage

Op elk paaltje een weidevogel

Vogelaar Arjan Dwarshuis speurt parken, bossen en achtertuinen af naar de ruim 300 vogelsoorten die de stad rijk is. Liefhebbers vinden in Waterland de perfecte gruttokraamkamer.

Beeld Ted Struwer

Zat daar nou iets? Ik knijp hard in mijn remmen. Zojuist zag ik in een flits een kleine, ronde vorm boven op een vervallen boerderijschuur. “Het zal wel loos alarm zijn,” mompel ik tegen mezelf. Al ontelbare keren stopte ik voor niets, precies op dit punt, voor diezelfde uitstekende balk, die vanaf de weg verdacht veel op een vogel lijkt. Maar mijn onderbuikgevoel zegt dat ik het dit keer wél goed heb gezien.

Ik parkeer mijn fiets en loop terug langs de met oude knotwilgen begroeide erfafscheiding. Door een afgebroken tak is er een kleine opening in het groen ontstaan, waardoor ik net de nok van het dak kan zien. Ik richt mijn verrekijker en kijk recht in de knalgele ogen van een steenuiltje, dat zich zit op te warmen in de ochtendzon. Het is nauwelijks groter dan een spreeuw, zijn verenkleed is bruingrijs met witte spikkels en zijn witte wenkbrauwen geven het een ietwat strenge blik. Iets lager zit een gat tussen de dakpannen, vanwaaruit een tweede uiltje me zit aan te staren.

Steenuilenpaar

Vroeger had elke boerderij met knotwilgen wel een eigen steenuilenpaar, nu zijn ze in het westen van het land op veel plekken verdwenen. Binnen de gemeente Amsterdam behoort dit paartje in Ransdorp tot de laatste der mohikanen (in de polders ten zuiden van Amsterdam is nog wel een omvangrijke populatie). Sinds de jaren zestig moesten de uiltjes, die gedijen bij kleinschalige boerenerven, het veld ruimen voor intensieve land- en glastuinbouw. De oude knotwilgen, die ze gebruikten om in te nestelen, werden op grote schaal gerooid en door pesticidegebruik namen favoriete prooidieren als amfibieën en grote insecten in aantal af. Gelukkig is de steenuilpopulatie de laatste jaren gestabiliseerd, wat vooral te danken is aan de vele nestkasten die door vrijwilligers zijn opgehangen.

Ik werp nog een laatste blik op de steenuiltjes en vervolg mijn weg richting de Uitdammerdijk. Een kort gemaaid weiland langs de weg zit vol kieviten: plevierachtige steltlopers met witte buik, zwarte borst, parmantige kuif en donkergroene bovenzijde, waar een parelmoerachtige glans overheen ligt. De jonge vogels zijn goed herkenbaar aan hun contrasterende lichte veerrandjes, die ze een geschubde indruk geven.

Verhoudingsgewijs zie ik minder jongen dan in voorgaande jaren, wat wellicht te wijten is aan de langdurige droogte van april. De meeste kieviten zitten al in maart op het nest, wat betekent dat de eieren half april uitkomen. Net als de meeste steltlopers zijn kieviten nestvlieders: zodra ze uit het ei kruipen, moeten ze hun eigen kostje bij elkaar scharrelen. Wormen zijn favoriet en een kurkdroge bodem betekent dus voor veel kievitskuikens einde verhaal. In Waterland is de schade nog enigszins beperkt gebleven omdat de kieviten hulp hebben gekregen van boeren en natuurorganisaties: met graafmachines zijn ondiepe greppels uitgegraven in de weidevogelkerngebieden, waardoor er dit voorjaar, ondanks de droogte, toch nog redelijk wat drinkwater en voedsel voor ze te vinden was.

In tegenstelling tot de kievit heeft de grutto, uitgeroepen tot onze Nationale Vogel, wel een uitstekend voorjaar achter de rug, vooral op het eiland Marken. Een goed teken, want deze prachtige soort is in Nederland sinds de jaren zestig met meer dan 75 procent afgenomen. De meeste gruttokuikens komen in de tweede week van mei ter wereld en toen viel er voldoende regen. Daarnaast is het een uitzonderlijk goed muizenjaar, waardoor roofvogels meer dan genoeg te eten hadden en de gruttokuikens met rust lieten. Hun voornaamste natuurlijke vijand, de vos, is op Marken vogelvrij verklaard.

Kruidenrijk grasland

De mens is de grootste bedreiging voor de grutto: door de decennialange intensivering van de landbouw zijn grote delen van Nederland totaal ongeschikt geworden voor weidevogels. Wat ze nodig hebben, is reliëf- en kruidenrijk grasland met een hoog grondwaterpeil, waardoor ze met hun snavels in de zachte bodem naar wormen en insecten kunnen peuren. Wat ze op veel plekken krijgen, is een woestijn van gemillimeterd raaigras, waar amper leven in te bespeuren valt; allemaal omdat wij zo goedkoop mogelijk onze vlees- en melkproducten willen consumeren.

Er wordt nogal eens met een beschuldigende vinger naar de boer gewezen, maar de politiek en wijzelf zijn minstens zo verantwoordelijk. Op de website van Vogelbescherming Nederland is te vinden wat we zelf kunnen doen om weide­vogels te beschermen.

Waterland is een van de belangrijkste bolwerken van de grutto. Hier werken natuurorganisaties en vrijwilligers op veel plekken samen met boeren om de perfecte gruttokraamkamer te creëren. Het waterpeil wordt kunstmatig hoog gehouden, pesticidegebruik is aan banden gelegd en er wordt pas na het broedseizoen gemaaid. Als je hier in het voorjaar rondfietst, staat op elk paaltje wel een baltsende grutto, scholekster of tureluur, een beeld dat helaas op veel andere plekken in Nederland tot het verleden behoort.

Kijker om je nek

Nu staat het najaar voor de deur en over een paar maanden begint alweer de winter. Dan ondergaat het polderlandschap van Waterland een metamorfose. Onvoorstelbare aantallen smienten, brand- en kolganzen strijken hier dan neer uit Scandinavië en Siberië om zich te goed te doen aan het eiwitrijke gras. Juist als het koud en stil is, is een rondje door dit gebied het mooist.

Binnen de gemeentegrenzen van onze hoofdstad is prachtige natuur te vinden. Sta een keer voor dag en dauw op, hang een kijker om je nek en trek eropuit. Neem je vrienden, kinderen en kleinkinderen mee en maak ze bewust van alle schoonheid die onze stadsnatuur te bieden heeft. En om Ramses Shaffy te citeren: “Hoog, Sammy, kijk omhoog Sammy!” Want daar vliegen de vogels.

Vogels van Waterland

Ze voelen zich thuis in een kleinschalig boerenlandschap waar rekening wordt gehouden met de natuur.

Grutto

Statige steltloper met hoge poten en lange, rechte snavel met oranje snavelbasis. In het voorjaar met baksteenrode borst en hals. Zomergast, maar keert al in maart terug uit de overwinteringsgebieden.

Grutto Beeld Ted Struwer

Kievit

Compacte plevierachtige met lange, parmantige kuif en lichtroze poten. Zwarte borst, witte buik en donkergroene bovenzijde met parelmoerachtige glans. Uitgesproken boerenlandvogel, die vooral graag op maïsvelden broedt.

Kievit Beeld Ted Struwer

Steenuil

Klein bruingrijs uiltje met witte spikkels, gele ogen en kenmerkende witte wenkbrauwen. Uitgesproken standvogel, sterk gebonden aan boerenerven met knotwilgen.

Steenuil Beeld Ted Struwer

Kolgans

Middelgrote, bruingrijze gans, met oranje snavel en poten, zwarte buikstrepen en kenmerkende witte bles rond het voorhoofd. Wintergast, graast in grote groepen op weilanden.

Kolgans Beeld Ted Struwer

Brandgans

Middelgrote, witgrijze gans met zwarte hals en contrasterende witte wang. Wintergast, graast in grote groepen op weilanden, vaak met kolganzen.

Brandgans Beeld Ted Struwer

Smient

Grijswitte eend met zwarte kont, lichtroze borst en kastanjebruine kop en roomgeel voorhoofd. Vrouwtje geheel oranjebruin van kleur. Wintergast, graast op weilanden en komt in groepen van duizenden samen op open waterpartijen.

Smient Beeld Ted Struwer

Zomerserie

Arjan Dwarshuis heeft in veertig landen bijna 7000 vogelsoorten ­gespot. Hij schreef er het boek Een ­Bevlogen Jaar over. In deze ­zomerserie richt hij zijn verrekijker op de vogels in Amsterdam.

1. De stad
2. Vondelpark
3. Schinkelbos
4. Westelijk ­Havengebied
5. Amsterdamse Bos
6. Polder IJdoorn en Kinseldam
7. Waterland

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden