Hier staan straks de trams van de lijn naar Amstelveen.

Plus Reportage

Op deze plek staat het ’s nachts straks vol met trams

Hier staan straks de trams van de lijn naar Amstelveen. Beeld Dingena Mol

De stad groeit en het openbaar vervoer groeit mee. Maar al die bussen, trams en metro’s moeten ’s nachts gestald worden. Dat wordt steeds lastiger.

Links liggen de akkers er verzopen bij, rechts verhinderen enorme kassen het vrije zicht. Terwijl in de verte Uithoorn ligt te liggen, eindigt achter ons de buitenste schil van wat je met een beetje fantasie nog nét de bewoonde wereld kunt noemen. Hier, voorbij Amstelveen nog, wordt gewerkt aan ruimte voor trams. Op meer dan dertien hemelsbrede kilometers van de Dam zal het eind 2020 ’s nachts vol staan met materieel van het GVB.

Gevoelsmatig kan je niet verder van de stad zijn. En verder dan dat kómt het vervoerbedrijf van Amsterdam voorlopig ook niet. Sterker nog: het tramspoor houdt een halve kilometer terug op bij wat nu nog het eindpunt is van de Amstelveenlijn: Westwijk, zo’n naam die velen kennen, maar waarbij maar weinig Amsterdammers beeld zullen hebben.

Keerzijde van de groeiende stad

Als het allemaal volgens planning verloopt, wordt de lijn over enkele jaren doorgetrokken naar Uithoorn. En dan ligt het opstelterrein voor trams hier pontificaal op de goeie plek. ­Zover is het nog niet, vooralsnog wordt er vooral gewerkt aan de halve kilometer spoor tussen Westwijk en het opstelterrein-in-aanleg ­midden in de landbouwgrond van de Legmeerpolder.

Het heeft een praktische reden om juist hier het opstelterrein aan te leggen: je wilt je trams ’s nachts kunnen stallen zo dicht mogelijk op de lijn waarop ze overdag rijden. Maar het GVB heeft ook te maken met de keerzijde van de groeiende stad die Amsterdam is: elk stukje grond wordt volgebouwd met woningen, winkels en kantoorpanden. Als er in de stad geen ruimte is, zul je als vervoerbedrijf je heil moeten zoeken op plekken waar het nog niet (of in elk geval minder) woekeren is met ruimte.

De Legmeerpolder is zo’n plek. Er moest grond van een boer voor worden aangekocht, maar de strook grond ter grootte van 28.000 vierkante meter kwam uiteindelijk voor de bouwers beschikbaar. Waar het in de remises van het GVB doorgaans duidelijk is dat grond schaars is, heb je hier het gevoel dat je uitgebreid de ruimte hebt. Marco Cowan van het vervoerbedrijf: “Die hebben we nodig ook. Er wordt hier gebouwd aan ruimte voor 36 opstelplekken voor trams.”

Eerder deze ochtend leidde Cowan rond op het Zeeburgereiland, een andere hoek van het gebied waar het GVB actief is. Ook hier doet de uit- en inbreidende stad zich voelen. Het Zeeburgereiland, dat jarenlang een lege winderige vlakte was, wordt langzaam maar zeker volgebouwd. Terwijl tegelijkertijd de behoefte aan openbaar vervoer, en daarmee de vraag van het GVB naar opstelruimte, toeneemt. Als elke vierkante ­meter telt, stuit je ergens op de grenzen.

Achtertuin

Daar kwam voor tram 26 nog eens bij dat die in de nabije toekomst gaat rijden met gekoppelde voertuigen, om de vraag naar ov te kunnen behappen: ook alweer ruimtevretend. Cowan: “We hebben gelukkig ons opstelterrein kunnen verlengen. Ideaal is het niet: het liefst hadden we extra tramsporen naast elkaar aangelegd, maar daar ontbrak hier simpelweg de ruimte voor.”

Is het weleens lastig om plek te vinden voor al het materieel? “Dat is niet altijd makkelijk, niemand wil graag zo’n complex van het ov in zijn achtertuin, maar voorlopig komen we uit.”

Beeld Laura van der Bijl

Bussen ben je zo kwijt

Meer trams, meer bussen, meer metro’s en meer pontveren. Het GVB breidt de komende jaren de vloot behoorlijk uit. Er komen 63 nieuwe trams, 31 elektrische bussen en op het moment worden nog twee grote IJveren gebouwd. Daarnaast loopt er voor 5 Noordzeekanaalponten een aan­besteding. Vanaf zomer 2021 stromen er 30 nieuwe M7-metro’s in.

Het stallen van de oudere bussen is relatief eenvoudig, zegt het GVB: voor het stallen van bussen hoeft geen infrastructuur te worden aangelegd. Voor trams geldt dat uitbreidingen op het Zee­burgereiland en in de ­Legmeerpolder voorlopig uitkomst bieden: er blijft daardoor voldoende capaciteit beschikbaar in de Havenstraat en de Lekstraat. Volgens het GVB is de ponthaven in Noord groot genoeg voor de uitbreiding. Voor de metro’s is meer opstelcapaciteit nodig, omdat er meer meters metro moeten worden gestald. Hoeveel exact wordt onderzocht.

Over hoeveel opstelruimte de komende jaren nodig is, zegt het GVB: “Het is een interessante uitdaging. We gaan de komende maanden de omvang onderzoeken en toetsen aan de toekomstige groei. De stad blijft groeien, dus dit is een blijvend aandachtspunt voor ons, de Vervoerregio en de gemeente. We kijken naar rijafstand, maar ook naar uitbreidingsmogelijkheden van een terrein. Daarnaast zoeken we naar plekken waar we het liefst voor 50 à 60 jaar kunnen neerstrijken.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden