PlusGeschiedenis

Op de fiets naar Marokko in 1925

Ze kwamen uit Amsterdamse Joodse families, noemden zich socialist, waren verloofd. Abraham Mossel en Hendrina Schweiger trokken in 1925 vanaf de Dam de wereld in. Op de fiets, zonder een cent op zak.

Abraham Mossel en Hendrina Schweiger vertrekken vanaf de Dam, 10 augustus 1925. Beeld Stadsarchief

Op 10 augustus 1925 worden Abraham Mossel en zijn verloofde Hendrina Schweiger gefotografeerd op de Dam. Ze staan beiden met een fiets aan de hand, omringd door nieuwsgierig publiek. Bram ziet eruit als Charlie Chap­lin in zijn hoogtijdagen: een zwarte krullenbol, een borstelsnor en een fiere oogopslag. Hendrina kijkt een tikje onwennig en serieus in de camera, alsof ze wil zeggen: uit de weg mensen, wij gaan ervandoor. En dat deden ze, door Nederland, België, Frankrijk en Spanje. Door wind, regen en subtropische warmte.

Abraham Mossel (1891-1944) was een jongeman met talent voor zowel tekenen als fotografie. Net als Hendrina (1901-1943) kwam hij uit een Joodse familie in Amsterdam, en net als zij had hij zich van het geloof van zijn voorouders afgekeerd. Beiden noemden zich socialist. Onderweg schreef Hendrina brieven naar vrienden en familie thuis. Bram werkte aan een manuscript over hun tocht, verluchtigd met schetsen. Maar hij kreeg zijn verhaal, Wat wij in Spanje beleefden, nooit gepubliceerd.

Twee jaar later trok het duo opnieuw door Spanje, waarbij ze ook de oversteek maakten naar Marokko. En Bram had een fototoestel bij zich. Door een gelukkig toeval zijn veel foto’s en tekeningen bewaard gebleven, terwijl brieven, dagboeken en andere documenten verloren zijn gegaan. Op zijn foto’s heeft hij het Spanje van net vóór de Spaanse Burgeroorlog vastgelegd. We zien vrouwen op hun knieën bij een waterbassin de was schrobben, terwijl hun mannen bij een bron emmers water pompen. Steden roepen met hun stevige muren de middeleeuwen in herinnering.

Op sandalen

Al eerder was Bram Mossel met twee vrienden te voet de wereld rond getrokken. Op 6 juli 1911 hadden er al net zo veel mensen op de Dam gestaan om de jongemannen uitgeleide te doen. Ze hadden overal in de stad bulletins verspreid over hun tocht, en waren van plan acht jaar lang op sandalen door Europa, het Midden-Oosten en Zuidoost-Azië te wandelen.

De twee rookten of dronken niet. Geweld zwoeren ze af, ze waren tegen de dienstplicht en actief lid van de nog jonge beweging van vegetariërs in Nederland. Een van hen gaf les in Esperanto, de kunsttaal waarvan in die jaren werd gedacht dat ze de wereld zou veroveren. Om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien verkochten ze onderweg ansichtkaarten over hun wereldwandeltocht.

Geen behoefte aan zekerheid

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog waren ze in Palestina. Vanaf daar ging elk zijn eigen weg. Bram wilde verder naar India, maar werd door de Engelsen bij de grens met Eritrea tegengehouden op verdenking van spionage. Hij keerde terug naar Amsterdam en dook pas weer op in 1925, toen hij met Hendrina vertrok vanaf de Dam.

Drie jaar later hield Bram het reizen voor gezien. Hij was inmiddels 37 jaar, de gewenste publicaties waren uitgebleven. Hij wilde zich gaan vestigen en een gezin stichten. Dat verlangen leidde tot een scheiding met Hendrina.

In de familie gaat het verhaal dat Bram zijn eigen weg ging omdat Hendrina geen kinderen kon krijgen. Waarschijnlijker is dat Hendrina, tien jaar jonger dan hij, nog geen enkele behoefte had aan burgerlijke zekerheid. Ze wilde de aarde rond in de voetsporen van de vroegere wereldwandelaars en liet zich niet van dat voornemen afbrengen.

Met haar jongere zus Lea besloot ze te gaan reizen. Ook zij lieten kaarten drukken, waarop ze poseerden in Volendamse klederdracht, om onderweg te verkopen. In de tekst stond dat vrouwen net zo moedig waren als mannen en hun idealen ook op eigen kracht durfden na te jagen.

Een jaar later hadden de twee zussen Istanboel bereikt. In Nederlandse kranten verschenen jubelende stukken over de ‘bekoorlijke globetrotters’. Ze trokken veel bekijks, maar Lea hield het voor gezien en keerde terug naar huis. Hendrina trok verder naar Palestina, dacht er serieus over daar te blijven, maar keerde na een half jaar terug naar Amsterdam.

Bram was in 1929 getrouwd met Toos Hopper, een 16 jaar jongere niet-Joodse vrouw, met wie hij zich als fotograaf in Loenen aan de Vecht vestigde. In 1940 verhuisden ze met hun drie zonen Frans, Bob en Wim naar Soest. Bram heeft de jongens niet mogen zien opgroeien, een NSB’er uit de straat leverde hem uit aan de Duitse autoriteiten. Hij bezweek in maart 1944 aan vlek­tyfus in een werkkamp in Silezië.

Hendrina werd in 1938 als sanatoriumpatiënt opgenomen in de Joodse psychiatrische inrichting Het Apeldoornsche Bosch. Van hieruit is zij met meer dan duizend medebewoners in januari 1943 op de trein gezet naar Auschwitz, waar haar leven eindigde in de gaskamer.

Oproep

Wim Willems werkt aan een boek over de wereldwandelaars, dat dit najaar bij uitgeverij Querido moet verschijnen. Maar over het leven van Bram Mossel en Hendrina Schweiger is nog veel onbekend. Met name over de jaren vóór Brams eerste reis en de jaren erna. Hij schreef weliswaar twee boeken met eigen illustraties over zijn eerste reis (De wereldwandelaars. Een zwerftocht door Europa en Als daglooner in het heilige land), maar er zijn geen brieven bewaard gebleven. Wie weet er meer over hun leven? Mail dan naar: wimwillems84@gmail.com.

Dit is een ingekorte bewerking van het oorspronkelijke artikel uit het januari-februarinummer van Ons Amsterdamonsamsterdam.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden