PlusKlapstoel

Oorlogscorrespondent Minka Nijhuis: ‘Mijn adresboek staat vol dode vrienden’

Minka Nijhuis (1958) is oorlogscorrespondent. Over haar werk in de vergeten conflicten in Cambodja, Birma en Oost-Timor en de grote brandhaarden in Afghanistan, Irak en Syrië schreef ze de roman Gekkenwerk

Minka Nijhuis op de klapstoel.Beeld Harmen de Jong

Rijssen

“Ik ben er de eerste jaren van mijn leven opgegroeid. Een streng gereformeerde gemeente waar Belcampo zijn roman Het grote gebeuren liet afspelen. Dat was een soort afrekening met zijn mededorpsbewoners. Onder aan de trap werd een keuze gemaakt: wie mocht naar de hemel en wie moest naar de hel. Daar werd bij ons thuis erg om gelachen. Wij waren niet kerkelijk. Ik vroeg mij af wat zich achter die zware deuren afspeelde, totdat ik een tante wist te overtuigen dat ik een keertje mee moest. De banken bleken harder dan ik dacht. Het duurde eindeloos en ze zongen ook zo langzaam. Toen ik een jaar of vijf was, zijn we verhuisd naar ­Nijverdal. Dat gaf lucht. Er was een nieuwe wijk met mensen van buiten het dorp. Er werd wat minder op elkaar gelet.”

Stewardess

“Dat was in mijn tijd een gebruikelijk studentenbaantje. Je kon bij de KLM zomerstewardess worden. Het grote voordeel was dat je werd in­gezet op de lange trajecten naar Amerika of Azië en dagenlang ter plekke bleef. Zodra we ergens aankwamen, pakte ik mijn rugzakje en ging ik ervandoor. Voor de dienstverlening had ik nou niet een heel groot talent. Ik denk dat ze blij waren toen ik mijn ontslag indiende. In 1991 heb ik ritueel mijn pakje in de gracht gegooid. Letterlijk. Ik dacht nog: hoe lang gaat het duren voordat het verhaal van een verdronken stewardess door de buurt waart?”

Beginnersgeluk

“Ik had de stiekeme wens om journalist te worden en dan het liefst in het buitenland. Ik was in Vietnam en Cambodja geweest, maar die oorlogen waren al grotendeels voorbij. Het voelde alsof ik tweedehands verhalen maakte. Toen ik dat opbiechtte aan een arts in Saigon, zei hij: ga naar Birma, daar is al decennia een oorlog gaande en niemand die erover schrijft. Hij heeft me geholpen in contact te komen met de guerrilla’s. Ik zat meteen in een luchtaanval. Beginnersgeluk, zeiden de oude rotten in het vak. Ik zag de humor van die opmerking wel in, ook omdat er niemand echt gewond raakte.”

“Het werd mijn specialisme: vergeten oorlogen en moeilijke landen. Plekken waar ze liever geen pottenkijkers hebben. Ik bleek er vrij goed tegen te kunnen. Als je net begint, waan je je on­kwetsbaar, omdat je nog niet aangeraakt bent door dood en verderf. Je komt uit zo’n andere wereld, je weet helemaal niet wat oorlog is. Als ik nu in mijn adresboek kijk, zit hij vol dode vrienden. Ik denk elke dag aan ze.”

Aung San Suu Kyi

“Aung San Sushi, voor wie haar naam niet kan uitspreken. Het hoofd van de regering in Birma. Toen ze in de jaren negentig in huisarrest zat, behoorde ik tot een klein groepje journalisten die haar persoonlijk kenden. Ik kwam bij haar over de vloer, leerde haar familie en vrienden kennen. Ze zag overal verraders en spionnen, en die waren er ook.”

“De koppigheid die ze nodig had, keert zich nu tegen haar. Ze luistert slecht en zondert zich af van mensen die haar tegenspreken. Zeker als het gaat om de Rohingya is ze harder dan ik had verwacht. Ze offert de mensenrechten op aan een werkbare relatie met het leger. En wat krijgt ze daarvoor terug? Ik zou graag nog eens aan haar vragen hoe ze daar ’s nacht over denkt als ze in haar bed ligt. Het is een shakespeareaans drama. Ze heeft miljoenen hoop gegeven en straks gaat ze de geschiedenis in als medeplichtige aan genocide. Dat is nogal wat.”

De Daring Dutch

“In mijn boek de club van Nederlandse oorlogscorrespondenten. In het echt heeft er ook zo’n club bestaan. We kwamen minimaal één keer per jaar bij elkaar ter verbetering van het vak, en vooral voor de gezelligheid. IJdele mensen? Voor een deel. Figuren die lekker aan de weg timmeren met foto’s van zichzelf in een scherfvest en met een helm op. Een apenrots met op­vallend veel kale mannen, al kun je dat onder zo’n helm ook weer moeilijk zien. Maar er is ook een grote groep die het werk doet met nuchterheid, overtuiging en bescheidenheid. Ik ben zelf van nature meer een antioorlogsjournalist. Oorlog is iets verschrikkelijks en ik vind het ook maar zelden legitiem.”

Mannenwereld

“Ik moet er altijd een beetje om lachen. Ben je kwetsbaarder als vrouw? Een oude rot uit de Vietnamoorlog gaf altijd als antwoord: ‘I don’t know, I’ve never been a man.’ In conservatieve landen, vooral in het Midden-Oosten, heb je als vrouw toegang tot de mannen- én de vrouwenwereld. Als westerse vrouw ben je niet echt een vrouw, dus mag je gewoon overal meedoen. Je kunt je ook beter vermommen, zeker als je wat ouder bent zoals ik. Zit ik helemaal ingepakt in het zwart op de achterbank van een auto. Denken ze: een vermoeide oude vrouw in de oorlog, laat maar lekker gaan.”

Martha Gellhorn

“Een van mijn grote voorbeelden. Ze heeft haar sporen verdiend in de Spaanse Burgeroorlog en had het fascisme in Duitsland al vroeg in het vizier. Ze was na de bevrijding als een van de eersten in concentratiekamp Dachau. Haar ooggetuigenverslag heeft enorme indruk op mij gemaakt. Ze schreef veel over burgers in een conflict. Dat is ook mijn insteek: menselijkheid laten zien te midden van al dat geweld. Ik weet weinig van pief-paf-poef. Ik weet of het inkomend vuur is of uitgaand – en dus of ik dekking moet zoeken. Maar je moet mij niet vragen hoeveel millimeter mortieren het zijn.”

Kidnappakketje

“Er zitten schattige foto’s in van mijn nichtjes en mijn neefje, zodat ik kan laten zien dat ik ook maar een mens ben. En er zitten artikelen van mijzelf in, zodat ik niet beschuldigd word van spionage. Maar het belangrijkste is natuurlijk om te voorkomen dat ik word gekidnapt. Ik heb bij vrienden gezien wat het met je doet. Er is maar een enkeling die eruit komt zonder er iets aan over te houden. Als het gebeurt, is het ook verschrikkelijk voor de achterblijvers. In die zin heb ik een zelfzuchtig beroep.”

Baghdad Touchdown Call

“Het telefoontje dat de liefde over is, zodra de wielen de landingsbaan raken. Het is nogal wat om een relatie te hebben met een oorlogsverslaggever. Ze zoeken het ook vaak bij elkaar, maar dan zie je meestal wel dat de vrouwen ermee ophouden als er kinderen komen. Fascinerend: het lijkt zo’n onconventionele wereld, maar in die zin is het best traditioneel. Ik zou het zelf ook moeilijk vinden als ik kinderen had gehad. Bij een partner denk je nog: als je met mij in zee gaat, is dit het pakket, maar kinderen kiezen niet voor jou met dat vak.”

Orde van Oost-Timor

“Ik heb hem vorig jaar gekregen voor het verslag dat ik twintig jaar eerder maakte vanuit een compound van de Verenigde Naties in Dili over het onafhankelijkheidsreferendum, omsingeld door het Indonesische leger en de door hen gesteunde milities. We zijn er tot op het laatst gebleven, met 1500 Timorezen die doodsbang waren dat ze het niet zouden overleven als wij vertrokken.”

“Eerst dacht ik: waarom een Orde? We deden gewoon ons werk. Ik ben ook niet zo van het ceremonieel. Dan sta je daar in zo’n jurkje. Ik had er helemaal geen zin in. Tot ik merkte dat dit de manier was van de Timorezen om zoveel jaar later te laten merken dat wij het verschil gemaakt hebben. Dat ontroerde me.”

“Op de School voor Journalistiek leer je dat je geen onderdeel moet worden van je verhaal, maar als je omsingeld raakt en jij bent de witneus die net iets minder makkelijk vermoord wordt dan een Timorees, dan bén je onderdeel van het verhaal. Het was een ijkpunt van wat de journalistiek vermag. Wij hebben met ons werk bijgedragen aan de beëindiging van het conflict. Als ik weg was gegaan, had ik mezelf niet meer in de spiegel aan durven kijken.”

Zzp

“Ik heb een agent. Die moet je als wanbetaler niet op je dak krijgen, dat vindt ze heerlijk. Het is toch een soort misstand hoe freelancers in conflictgebieden werken: zwaar werk voor weinig geld. Als je niet oppast, plukken mensen in vaste dienst ook zonder erbij na te denken je adresboek leeg of bellen ze je op voor je kennis. We hebben geen budget, zeggen ze dan. Alsof dat mijn probleem is. Dat zeg je toch ook niet tegen de loodgieter.”

“Maar ik wil niet klagen. Ik beoefen uit vrije wil een vak dat me dierbaar is. Dat doe ik be­wust als freelancer. Ik vind het veel kwalijker dat bij redacties een panieksfeer heerst over het kwijtraken van publiek. U vraagt, wij draaien, terwijl we als media een maatschappelijke taak hebben waarbij je de oren niet moet laten hangen naar de vrije markt. Laten we samen de ­luiken opengooien. Ook verre oorlogen worden uit onze naam gevoerd.”

Corona

“De crisis wordt wel vergeleken met oorlog: de strijd tegen het virus, de frontlinie in het ­ziekenhuis. Ik denk dat je daarmee moet op­passen. We hebben hier geen bombardementen en geen voedseltekorten. Destijds, bij de War on Terror na 9/11 werden vrijheden beknot, omdat we ons moesten verenigen tegen de alomtegenwoordige vijand. Nu hebben we de War on Corona. Maar als journalisten zijn we geen applausmachine. We mogen niet vervallen in een soort übersaamhorigheid die giftige nationalistische trekjes krijgt. Eigen volk eerst en volg de leider. Ik heb in dictaturen gezien hoe dat gaat. Waakzaamheid is geboden.”

Sagid Carter

“Wat zeg je? Op 3FM met elektronische r&b, deephouse en postpunk? Luister, ik ben bijna 62! Ik hou van Bach, dat vind ik heel troostrijk. De laatste tijd luister ik veel naar VanWyck, prachtige verstilde nummers.”

Minka Nijhuis, Gekkenwerk. Nijgh & Van Ditmar, €20,99 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden