PlusAchtergrond

Ook in de jaren zeventig had je ‘Prins Benhard juniors’ die panden opkochten en huurders uitknepen

 Een groep jonge Amsterdammers wilde in maart 1969 het Centraal Bureau voor Huisvesting bezetten uit protest tegen woningnood, maar zij werden al spoedig door de politie verwijderd en gearresteerd wegens huisvredebreuk.  Beeld ANP /  ANP
Een groep jonge Amsterdammers wilde in maart 1969 het Centraal Bureau voor Huisvesting bezetten uit protest tegen woningnood, maar zij werden al spoedig door de politie verwijderd en gearresteerd wegens huisvredebreuk.Beeld ANP / ANP

Elke crisis kent zijn profiteurs, ook op de huizenmarkt. In de jaren zeventig van de vorige eeuw waren dat de uitponders, mensen van buiten het vastgoed die met geleend geld panden met huurwoningen opkochten, horizontaal splitsten en verkochten.

Eric Slot

Rechtenstudent Sukracharja Doerga – hij noemde zich Ronald – had in december 1969 een schuldsaneringsbureau aan de Schalk ­Burgerstraat 15 in Amsterdam-Oost onder de naam Metropool. Die maand werd hij opgebracht wegens oplichting ten bedrage van 1075 gulden. Maar dat was ook meteen de laatste keer dat hij zich voor zo een laag bedrag liet pakken. Metropool werd omgevormd tot een vastgoedbedrijf.

Cornelis Hendrik van Mourik uit Woerden zat toen al wat langer in stenen. Hij had een brillenpoetsdoekenfabriek waarmee hij veel geld verdiende, geld dat hij investeerde in Amsterdamse panden. Want het was hem opgevallen dat de huizen daar goedkoper waren dan in Woerden en meer winst opleverden bij verkoop. Dus kocht hij er één. En nog twee.

Zie daar het begin van de carrières van twee uitponders. Uitponden – zo weet elke slager – is lucratief: een stuk vlees levert aanmerkelijk meer op als je het in tien stukken hakt. Doerga en Van Mourik begrepen als eersten dat dit ook voor panden kon gelden. De woningmarkt zag er eind jaren zestig van de vorige eeuw heel anders uit dan nu. Panden waren toen doorgaans van benedenhuis tot zolder van dezelfde eigenaar. Die bewoonde vaak een van de verdiepingen en verhuurde de overige als zelfstandige woningen. Het waren institutionele beleggers als verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen die vaak hele blokken in bezit hadden. Maar verhuren was destijds helemaal niet lucratief. De landelijke overheid hield niet alleen de lonen laag, maar ter compensatie ook de huren.

Achterstallig onderhoud

De stad was bovendien een bouwval, vooral de 19de-eeuwse wijken. De gemeente kon eigenaren weliswaar dwingen achterstallig onderhoud te plegen, maar die hadden geen geld omdat de huren zo laag waren. En daar zag Doerga zijn kans. Want ook toen was de woningnood groot. Hij kocht panden voor zeg 40.000 gulden, splitste ze en verkocht ze weer door voor 20.000 gulden per verdieping. ‘Woekerwinsten uit schaarste,’ noemde de wethouder Wonen dat.

De huurders kregen als eerste het aanbod tot kopen. Dat lijkt aardig, maar huurders hadden toen minder bescherming dan nu: werd hun woning verkocht, dan hadden ze nog drie jaar huurbescherming. En waar moesten ze naartoe? Twintig procent van de bewoners van de oude wijken was ouder dan 65 jaar en vaak hadden ze al duizenden guldens in hun woning ­geïnvesteerd, van een douche tot een nieuwe keuken.

Dit ‘horizontaal splitsen’ was niet verboden, maar nadrukkelijk niet de bedoeling in wijken met achterstallig onderhoud. Dus gebeurde het, ook daar. Al in 1971 waarschuwde de Broederschap van Makelaars tegen de gevaren. Doerga investeerde misschien 1075 gulden per verdieping in een cosmetische opknapbeurt, maar de rekening voor het echte onderhoud was voor de huurders die kochten. En de aanschafprijs was al te hoog. Doerga zelf vond overigens dat hij ­sociaal bezig was, want hij bevorderde het particuliere woningbezit. Wat op zich waar was.

De gemeente Amsterdam waarschuwde huurders in advertenties en kwam met een verordening die splitsen tegenging, maar daar zette Den Haag een streep door. Zo werden uiteindelijk jaarlijks duizenden huurwoningen aan de markt onttrokken. Niet alleen door Doerga en Van Mourik. Steeds meer pandjescowboys in lammycoats sloegen met geleend geld hun slag.

Doerga had een academische opleiding, maar Van Mourik was slimmer. Hij begreep dat je ­helemaal niet hoefde te splitsen. Als je maar hele blokken tegelijk kocht en er coöperatieve verenigingen van maakte. Kopers kochten geen woning, maar het recht een woning te bewonen. Het hele blok bleef zo in handen van één eigenaar: Van Mourik.

Naar Almere

De bank die hem financierde, had ook een voordeel: kopers van woonrechten konden alleen bij die bank een hypotheek krijgen. Kopers betaalden kortom altijd te veel. Nu was dat niet erg voor mensen die het konden betalen, maar de rest miste de boot. En dreef af naar Almere. De huidige tweedeling op de woningmarkt heeft een voorganger.

Eind jaren 70 had Van Mourik welgeteld 73 ­coöperatieve verenigingen met meer dan 1300 woningen en een eigen bank. In 1976 had hij voor 23 miljoen gulden de Grondbriefbank overgenomen van zakenman Reinder Zwolsman. Van Mourik had ook een woud aan bv’s en liet zich door een keur aan advocaten en notarissen adviseren. Niet één keer wist de gemeente hem op iets onwettigs te pakken. Toen begin jaren tachtig de woningmarkt na jaren van prijs­opdrijving inzakte en banken de uitponders aan hun lammycoats trokken, had Van Mourik geen centje pijn.

Het pandenimperium van Doerga stortte ­uiteindelijk in. In 1980 vroeg de gemeente ­Amsterdam zijn faillissement aan en in 1982 werd hij gearresteerd wegens gesjoemel met subsidies. Twee jaar later overleed hij bij een vliegtuigongeluk. Veel van het bezit van failliete uitponders werd overgenomen door het gemeentelijke Grondbedrijf. En uiteindelijk verkocht.

Van slager tot pandjesbaas

Als iemand wist wat uitponden was, dan Eijmert Teekens: hij was oorspronkelijk slager. In 1977 nam hij 942 woningen in de Hoofddorp- en Surinamepleinbuurt over van Nationale Nederlanden. Voor ruim 30 miljoen gulden geleend geld. Nationale Nederlanden zag op tegen de kosten van het onderhoud, vandaar. Maar de bewoners verzetten zich heftig, een actiecomité ging de deuren langs om de mensen te waarschuwen. De meeste huurders zagen daardoor af van koop, toen Teekens _ ‘Van winst is nog nooit iemand armer geworden’ _ wilde cashen. Gelukkig voor hen zakte de woningmarkt in toen hun drie jaar huurbescherming bijna verstreken was. De meeste woningen bleven onverkocht

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden