PlusReportage

Ook in de Diemerscheg is de slak een temperamentvolle seksmaniak

Wetenschappers en burgers doen deze week samen onderzoek in het Flevopark en het Diemerpark, onder meer naar de slak en zijn uitbundige seksleven.

Stadsecoloog Geert Timmermans (r) en veldbioloog Edo Govers onderzoeken slakken bij de Joodse Begrafenis Zeeburg bij Flevopark.  Beeld Eva Plevier
Stadsecoloog Geert Timmermans (r) en veldbioloog Edo Govers onderzoeken slakken bij de Joodse Begrafenis Zeeburg bij Flevopark.Beeld Eva Plevier

Terechte vraag van een bezorgde vrijwilliger: pakken we de naaktslakken ook mee? Ja, luidt het antwoord van de onverbiddelijke excursieleider Joris Koene, de naaktslakken maken ook deel uit van het onderzoek.

Hij begrijpt de aarzeling, voegt hij er meteen aan toe. “Het slijm kan lang aan de vingers blijven kleven. Het beste is om straks na afloop de handen te wassen met een beetje zout.”

Een andere vrijwilliger weet weer dat je er een mooie huid van krijgt, van slakkenslijm, en doet alsof ze haar wangen inwrijft met een dure crème.

Voorspel met liefdespijl

De expeditie kan beginnen, op de Joodse begraafplaats naast het Flevopark dit keer. Na eerdere edities in onder meer het Vondelpark, de Slatuinen in de Baarsjes en de Keurtuinen van de grachtengordel, is het nu de Diemerscheg die bezoek krijgt van een gezelschap ecologen en biologen die onder de vlag van Taxon Expeditions samen met burgers onderzoek doen naar de fauna ter plekke. En dan niet naar de vogels, zoogdieren, dagvlinders en andere uitslovers, maar juist naar de minder opvallende en zichtbare dieren zoals kevers, sluipwespen, spinnen en slakken.

Het zijn misschien op het oog weinig charismatische beestjes, legt stadsecoloog Geert Timmermans uit, maar ontzettend belangrijk als basis van de voedselketen. “De hele stadsnatuur is afhankelijk van deze kleine dieren. Bovendien, van de grotere soorten weten we wel zo’n beetje wat er leeft in de stad en de stadsranden. Als het over insecten gaat, valt er nog wel eens iets nieuws te ontdekken. Dat maakt het ook interessant.” Het uitpluizen van het Vondelpark in 2019 leverde bij voorbeeld een nieuwe sluipwesp op, de Aphaereta vondelparkenis.

De tijgerslak, bekend om zijn acrobatische paringsritueel. Beeld Eva Plevier
De tijgerslak, bekend om zijn acrobatische paringsritueel.Beeld Eva Plevier

Genderfluïde

Op nieuwe slakken moeten we maar niet rekenen, voorspelt Koene, die als onderzoeker aan de Vrije Universiteit zijn handen vol heeft aan de ongeveer tweehonderd bekende soorten die in ons land voorkomen. De belangstelling van Koene gaat met name uit naar de voortplanting van de landslak. Er zijn soorten met mannetjes en vrouwtjes, maar veel soorten hebben de beschikking over beide geslachtskenmerken. Handig, merkt de onderzoeker op over de uitrusting van deze hermafrodieten. “Elke slak die je tegenkomt, is een potentiële partner.”

Als genderfluïde verschijning past de slak helemaal in deze tijd, maar dat geldt bepaald weer niet voor het paargedrag. Koene vertelt over een bijzondere soort landslak die bij wijze van voorspel een liefdespijl van calcium afvuurt op de partner. De pijl boort zich door de huid en zet in het lichaam van het slachtoffer een biochemisch proces in werking dat de vruchtbaarheid vergroot. En daarmee de kans op tussen de vijftig en de honderd nieuwe nakomelingen: ook in slakkenland draait uiteindelijk alles om succes in de voortplanting.

Trapezewerkers

Het is even wennen. Het dier dat toch vooral bekendstaat als een slijmerig en saai weekdier dat op zijn gemak de moestuin naar de gallemiezen helpt, blijkt in werkelijkheid een temperamentvolle seksmaniak. Als het buiten eenmaal warm en vochtig is, denkt de slak maar aan één ding. Koene heeft in een plastic bak een zojuist gevangen tijgerslak liggen en vertelt dat paartjes van deze soort vanaf een boomtak zich aan een lange draad van slijm laten zakken, vervolgens hun voortplantingsorganen tevoorschijn halen en bungelend als trapezewerkers pakketjes sperma uitwisselen.

Alle uitgezworven vrijwilligers komen terug met hun slakken. De eeuwenoude zerken van de begraafplaats blijken een goede vindplaats: de groene aanslag op de stenen is populair voedsel voor de dieren, bij gebrek aan jonge sla. Koene vertelt over een onderzoek naar het innerlijk kompas van de slak. “Tuinders gooien de slakken vaak over de schutting, maar uit dat onderzoek bleek dat je een slak minstens tien kilometer verderop moet brengen om er honderd procent zeker van te zijn dat hij zijn weg niet kan terugvinden. Het is echt een heel bijzonder dier.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden