null

PlusReportage

Ontmoet de koningin van de cannabis in Amsterdam

Beeld Nosh Neneh

De gemeente wil coffeeshopketens tegengaan. Een van de prominentste ketens is Boerejongens, van Mariska van Putten. Officieel heeft ze vier zaken. Wie verder kijkt, ziet haar banden met veel meer shops.

Het grote witte pand nabij station Sloterdijk is moeilijk te missen. Een groen kruis tegen een witte achtergrond geeft aan waar de liefhebbers van hasj en wiet moeten zijn. Er is een parkeerterrein met slagbomen. Buiten leiden gastheren met bolhoedjes de bezoekersstroom in goede banen.

Eenmaal binnen kunnen de klanten aan een van de vier kassa’s hun rookwaren afrekenen. Een van de specialiteiten is de Blockhasj. Die komt naar Nederland vanuit Marokko, en is gekweekt met zaad van Amsterdam Genetics, aldus de website van het zadenbedrijf dat op nummer 6 in hetzelfde gebouw zit.

Zowel de coffeeshop, het zadenbedrijf als het pand is van de 45-jarige coffeeshopexploitant Mariska van Putten. De flagshipstore van Boerejongens is het kroonjuweel van haar onderneming en ademt in alles: ‘from seed to sale’. Die gevleugelde uitspraak in de Amerikaanse cannabisindustrie zegt dat een bedrijf het hele productieproces in handen heeft.

In Amerika geldt dat als succesformule, maar in Nederland is het een beladen idee. Dat komt door de veelbesproken voetangel in het Nederlandse softdrugsbeleid. Coffeeshops mogen via de voordeur maximaal 5 gram per klant verkopen en 500 gram op voorraad hebben. Het kweken en bezitten van grotere partijen softdrugs zijn illegaal. Die paradoxale wetgeving zorgt ervoor dat coffeeshopeigenaren gedwongen zijn via de achterdeur zaken te doen met criminelen.

Stashen

“We werken met vaste leveranciers, veelal hobbyisten en liefhebbers,” zegt een eigenaar van meerdere coffeeshops, die omwille van zijn veiligheid anoniem wil blijven. Hij vertelt dat het opslaan en bevoorraden veel gedoe en zeer risicovol is. “Wordt een partij geroofd, dan is het weg. We kunnen het niet verzekeren of zo.”

Om die reden, vertelt hij, zijn er partijen actief die de achterkant van de coffeeshops uit handen van de uitbaters nemen. Zij zouden het stash­en en bevoorraden van coffeeshops van A tot Z regelen. Hij erkent dat daardoor aan de achterkant van de shops machtsblokken van leveranciers kunnen ontstaan.

Mede om die reden is de gemeente Eindhoven beducht op clustering van coffeeshops. Het is daar verboden meerdere shops te hebben. “We willen voorkomen dat machtsposities ontstaan die van invloed kunnen zijn op de marktwerking in de branche,” zegt een woordvoerder.

Binnen de gemeente Amsterdam leeft inmiddels dezelfde zorg. In een brief van de ‘driehoek’ (burgemeester, hoofdofficier van justitie, politiechef) aan de gemeenteraad van 8 januari stelt burgemeester Femke Halsema dat ketenvorming onder coffeeshops beperkt moet worden.

‘Zo worden monopolieposities voorkomen en complexe en niet-transparante ondernemings- en financieringsconstructies tegengegaan.’

Amsterdam kent meerdere coffeeshopketens. Verreweg de oudste en bekendste is The Bulldog met vijf coffeeshops, een hotel, vier bars en drie winkels met merchandise. Dan is er coffeeshop Green House met vijf vestigingen. Barney’s heeft drie vestigingen, een restaurant en twee lounges. Hunter’s heeft vier coffeeshops in Amsterdam en twee cafés. (Voorgaande cijfers komen van de websites van de shops). Dan zijn er nog uitbaters met meerdere coffeeshops die allemaal een andere naam hebben.

Het merendeel van deze ketens stamt uit de jaren zeventig, tachtig en negentig: toen de Amsterdamse markt nog niet verkaveld was.

Boerejongens is een uitzondering op die regel.

In 2007 kocht Mariska van Putten haar eerste zaak aan de Baarsjesweg in West. Vervolgens won ze opvallend voortvarend terrein in de Amsterdamse coffeeshopmarkt.

Volgens insiders begon ze ooit aan de achterdeur: het leveren aan coffeeshops, zoals meer shophouders voorheen in de tussenhandel zaten. ‘Ik was zeventien jaar toen ik kennismaakte met de coffeeshopwereld,’ laat Van Putten weten.

Onroerend goed

‘Er was een persoonlijke klik, en al snel zag ik hier mijn toekomst in. Op zeer jonge leeftijd begon ik met het aankopen van onroerend goed. Ik startte heel bescheiden met één garagebox en bouwde geduldig voort op die basis. Zo heb ik de mogelijkheid gecreëerd in 2007 mijn eigen coffeeshop te kunnen kopen.’

Die shop was het begin van een succesformule. Inmiddels is ze mede-eigenaar van vier shops, met elk een eigen uitstraling. Het zijn geen duistere holen, maar lichte zaken die eerder apotheken lijken. Vriendelijk, ook aantrekkelijk voor wie niet van grungy houdt. Van Putten introduceerde het zogenoemde dispensary model: haar shops zijn geen hasjcafés waar klanten aan tafeltjes een joint roken, maar eerder afhaalbalies.

Het ontbreken van zitplaatsen zorgt wel voor een grotere druk op de straat. Met name in De Baarsjes, waar Van Putten in een straal van een paar honderd meter twee coffeeshops heeft: die waar alles begon aan de Baarsjesweg en een dependance in de Bonairestraat.

Om die drukte in goede banen te leiden, zijn de Bolhoedjes geïntroduceerd: potige ‘buurtgastheren’ die op straat de bezoekersstroom moeten beheersen. Dat klinkt mooi, maar ze oogsten ook kritiek. Ze zouden zich te veel manifesteren in de openbare ruimte. Wijkagenten zouden de Bolhoedjes bijvoorbeeld te veel macht geven door ze de orde te laten bepalen, ook als buren het juist met de Bolhoedjes aan de stok hebben.

In de Utrechtsestraat is goed te zien hoe het werkt. Een van de Bolhoedjes dirigeert de rij op de brug over de Herengracht. Als een vrouw met een kinderwagen er niet door kan, maakt de gastheer, uitgerust met een bodycam, ruimte.

Het toe-eigenen van de straat wekt ergernis van andere horecaondernemers. Inmiddels voert Robbert Overmeer, buurman van de Boerejongens in de Utrechtsestraat, fel campagne tegen de zaak. “Boerejongens domineert het gebied waarin zij opereert door de constante aanwezigheid van hun bewakers en de bedrijfsvoering,” zegt hij. “Ze hebben vijf kassa’s op twaalf vierkante meter. Zo dwingen ze klanten buiten te gebruiken. Hierdoor ervaren we constant overlast.”

Ook in De Baarsjes klagen omwonenden al vele jaren over de drukte en overlast door klanten, die in drommen voor de deur wachten – soms ook in coronatijd overigens –, die door de buurt scheuren in auto’s of op een motor en die in de speeltuin of portieken blijven hangen.

Uit brieven en verslagen van buurtbijeenkomsten blijkt hoe lang en hevig sommige bewoners zich verzetten. Sommigen zijn inmiddels verhuisd. Voormalig burgemeester Eberhard van der Laan zou na kritiek hebben toegezegd dat één vestiging uit De Baarsjes zou verdwijnen als de Boerejongens op bedrijventerrein Sloterdijk eenmaal een nieuwe stek kregen, maar de twee shops zijn gebleven na de opening van die enorme nieuwe drive-inshop aan de Humberweg.

Mariska van Putten stelt verbaasd te zijn over de kritiek. ‘Ons bereiken voornamelijk positieve en zelfs warme reacties op de Bolhoedmannen,’ e-mailt ze. ‘Ze bewaren de goede sfeer in en rondom de coffeeshop, doorgaans tot grote tevredenheid van de omwonenden.’

Geen windeieren

Haar jarenlange succes heeft Van Putten geen windeieren gelegd. Inmiddels heeft ze een imposante vastgoedportefeuille opgebouwd. Ze bezit meerdere appartementen, garages en twee grote woningen in Noord-Holland.

Hoewel ze zegt geen intentie te hebben haar zaak uit te breiden, heeft ze de afgelopen jaren op persoonlijke titel panden gekocht waarin coffeeshops zitten. Inmiddels is ze huisbaas van zes shops, alle in Amsterdam. In die zin wijkt haar strategie af van het adagium ‘niet opvallen’ dat collega’s aanhangen. ‘Coffeeshopexploitanten staan erom bekend dat ze ten alle tijde hun huur betalen aan hun pandeigenaar,’ stelt ze. ‘Dus zo’n slechte belegging is het niet.’

Als uitbater én als huisbaas is Van Putten dus betrokken bij tien coffeeshops. Daarmee heeft ze een stevige positie op de Amsterdamse markt verworven. Ten minste twee van haar huurders zijn, net als haar eigen coffeeshops, verbonden aan haar zadenbedrijf Amsterdam Genetics. Ook vier andere Amsterdamse shops werken samen met het zadenbedrijf.

‘Het is niet meer dan een groothandel: een merk dat je als ondernemer kunt voeren om een bepaalde klasse uit te stralen. Lang niet alle coffeeshops komen in aanmerking voor samenwerking met Amsterdam Genetics,’ stelt ze. ‘Daarvoor moet de hele onderneming voldoen aan onze hoge maatstaven voor uitstraling, klasse en kwaliteit. Vergelijk het met de visie van Heineken: ook zij werken hard om het geprefereerde merk te zijn. Daarmee hebben ze een unieke marktpositie weten te behalen.’

Menukaart

Het valt ook op dat veel coffeeshops die zijn aangesloten bij Amsterdam Genetics dezelfde menukaart hanteren. Dat geeft voeding aan het verhaal dat alle klanten van het zadenbedrijf hun handel bij dezelfde leverancier betrekken. Van Putten omschrijft het als plagiaat van haar succesformule.

‘Kijk eens rond bij veel andere coffeeshops. Je zult zien dat velen kopiëren van anderen. Dat is heel gebruikelijk. Coffeeshops kopiëren overigens niet alleen elkaars menukaart, maar tegenwoordig zelfs het interieur. Ons interieur is bijvoorbeeld gekopieerd in de nieuwe Green House aan de Haarlemmerstraat.’

Inmiddels is de vrouw die de Amsterdamse coffeeshop opnieuw uitvond persoonlijk of via een van haar bedrijven in meer of mindere mate verbonden aan een voor Amsterdamse en Nederlandse begrippen fors aantal coffeeshops. Waar andere coffeeshopketens er dertig tot soms bijna vijftig jaar voor nodig hadden om een stevige poot op de markt te zetten, lukte dat van Putten in dertien jaar.

Zakelijk gezien is dat een prestatie van formaat. Komende donderdag debatteert de gemeenteraad over onder meer ketenvorming van coffeeshops. Dan zal blijken of de Stopera gecharmeerd is van de schaal waarop ondernemers zoals Mariska van Putten opereren.

Plannen van de stad

Burgemeester Femke Halsema wil, met steun van de politie en het OM, de aanvoer van de coffeeshops transparanter maken en een maximum stellen aan het aantal shops dat onderdeel kan zijn van een keten. Ook wil ze toeristen gaan weren uit de 166 Amsterdamse coffeeshops. Dat kan via het ingezetenencriterium: bestaande wetgeving die bepaalt dat alleen mensen die in Nederland ­wonen welkom zijn in coffeeshops. Dit i-criterium werd in de hoofdstad niet gehandhaafd om de toeristische aantrekkingskracht van de stad niet te schaden. Volgens Halsema is de cannabismarkt in Amsterdam – vanwege de vele toeristen goed voor een derde van de landelijke wietverkoop – oververhit en daardoor moeilijk te reguleren. Zonder buitenlandse klanten zou de stad genoeg hebben aan rond de zeventig coffeeshops. Halsema hoopt dat jonge toeristen Amsterdam links laten liggen als zij niet welkom zijn in de coffeeshops. In ruil mogen coffeeshops, als zij een gemeentelijk keurmerk verdienen, een grotere handels­voorraad aanhouden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden