PlusPunt voor punt

Oneerlijk schooladvies: onderschatte kinderen zijn op zichzelf aangewezen

Leerlingen die van de basisschool overgaan naar het voortgezet onderwijs zijn de dupe van gebrekkig beleid dat kinderen van laagopgeleide ouders benadeelt. ‘Als je tegen een kind zegt dat het slechts een dubbeltje is, zal het nooit een kwartje worden.’

Wie overschat is, krijgt een duwtje in de rug. Onderschat? Los het zelf maar op.Beeld Shutterstock

1. Waarom liggen de schooladviezen voor het voortgezet onderwijs onder een vergrootglas? 

Uit een onderzoek van de Amsterdamse dienst Onderzoek, Informatie en Statistiek dat donderdag verscheen, blijkt dat Amsterdamse leerlingen uit laagopgeleide gezinnen twee keer zo vaak worden onderschat als kinderen met hoogopgeleide ouders. Die krijgen juist vaker een te hoog advies. Het huidige adviessysteem creëert ongelijkheid, concludeert onderwijswethouder Marjolein Moorman.

2. Wat is het probleem?

Sinds het schooljaar 2015-2016 geldt in Nederland de Wet Eindtoetsing PO. Hierin staat dat het schooladvies van de basisschool bepaalt op welk niveau het kind zijn of haar middelbareschoolcarrière aftrapt. Als de verplichte eindtoets – die wordt gegeven nadat het schooladvies is uitgebracht – hoger is, moet de basisschool het advies herzien. 

Dat systeem is niet waterdicht: het geven van een schooladvies is nog altijd voor een deel nattevingerwerk. Als het niveau van een leerling niet overduidelijk is, wordt de inschatting een persoonlijke afweging. Maar hoe leraren dan tot een advies komen, is weinig inzichtelijk en nauwelijks gebaseerd op procedures en beleid, staat in een rapport van de Inspectie van het Onderwijs uit 2018 – dit fenomeen is niet nieuw. Het OIS-rapport concludeert dan ook dat de adviezen maar voor 40 procent van de leerlingen kloppen. De rest heeft een te hoog advies gekregen (42 procent) of is te laag ingeschat (18 procent).

3. Wat zijn de gevolgen voor het kind?

Kinderen worden beoordeeld naar de achtergrond van hun ouders, in plaats van enkel op hun eigen capaciteiten. De VO-raad stelt al langer dat het huidige beleid leidt tot kansenongelijkheid. “Er zijn duidelijk twee scenario’s die laten zien dat het huidige adviessysteem oneerlijk is,” zegt een woordvoerder van de VO-raad. Het schooladvies moet voor 1 maart bekend zijn, de eindtoets volgt later. In de tussentijd kan van alles worden gedaan om een leerling bij te spijkeren.  “Vaak hebben hogeropgeleide ouders de middelen om bijvoorbeeld te investeren in bijlessen. En als zij het niet eens zijn met het advies, weten ze vaker welke paden ze moeten bewandelen en hoe ze een gesprek moeten insteken om wél een hoger advies te krijgen voor hun kind.”

Uit het onderzoek van OIS blijkt dan ook dat slechts 11 procent van de kinderen van hoogopgeleide ouders wordt onderschat, terwijl dat geldt voor 22 procent van de kinderen van laagopgeleide ouders. 

4. Op de middelbare school zal al snel duidelijk worden dat een leerling een niveau niet aankan. Wat gebeurt er dan? 

“Dan moeten onze docenten harder werken,” zegt Alwin Hietbrink, rector van het Barlaeus Gymnasium. Op de zelfstandige gymnasia is overadvisering een herkenbaar probleem. Circa 35 procent van de leerlingen heeft een te hoog schooladvies gekregen, blijkt in de brugklas.

“Toe nu toe lukt het die kinderen binnenboord te houden,” zegt Hietbrink. “We geven steunlessen en er is een huiskamer waar we kinderen intensief begeleiden bij het maken van huiswerk.” Wie overschat wordt bij de schifting in groep 8 krijgt zo een extra duwtje in de rug. Wie de dupe is van het huidige systeem, is op zichzelf aangewezen.

5. Wat kunnen middelbare scholen doen om de ongelijkheid het hoofd te bieden? 

De Wet Eindtoetsing PO is in het voorjaar van 2019 geëvalueerd. Op basis daarvan heeft minister Slob van Onderwijs voorstellen gedaan om de situatie te verbeteren. Maar hij wil het advies van de basisschool leidend laten blijven bij de keuze voor een middelbare school.

“Voor scholen ligt de opdracht om van alle kinderen hoge verwachtingen te hebben,” zegt Wendelien Hoedemaker, directeur van het Calandlyceum. “Daar heeft een kind altijd baat bij. Als je tegen een kind zegt dat het slechts een dubbeltje is, zal het nooit een kwartje worden. Maar als je zegt dat het een kwartje is, geef je het de kans zich te ontwikkelen.”

Net als andere middelbareschoolleiders herkent Hoedemaker het probleem van over- en onderadvisering. Op het Caland kunnen leerlingen dan ook ongeacht hun schooladvies in de eerste drie jaar doorstromen naar een hoger niveau. “Je moet kinderen kansen geven,” zegt Hoedemaker.

Daar staat ze niet alleen in. Deze week bepleitten veertien onderwijsorganisaties een herziening van het systeem, waarbij kinderen langer samen in de klas zitten en selectie op niveau wordt uitgesteld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden