PlusInterview

Onderzoeker: ‘Mogelijke link tussen anti-lhbtq-geweld en de islam is ongemakkelijke waarheid’

Geweld en intimidatie tegen lhbtq’s krijgt van de overheid en wetenschap te weinig aandacht, vindt UvA-onderzoeker Laurens Buijs. Hij start een nieuwe, grootschalige studie naar geweld tegen lhbtq’s – en richt zich daarbij specifiek op de Indische Buurt. ‘De mogelijke link met de islam is een onderwerp dat we steeds laten liggen.’

null Beeld ANP
Beeld ANP

Waarom is het tijd voor een nieuw onderzoek naar anti-lhbtq-geweld?

“Twaalf jaar geleden heb ik als sociaal wetenschapper al eens onderzoek gedaan naar antihomogeweld, om het probleem beter te kunnen begrijpen. Ik was toen vooral benieuwd naar de motieven van daders en verdachten. Dat onderzoek richtte zich vooral op geweld gepleegd door mannen tegen andere mannen.”

“Hoewel dat nog steeds een groot probleem is, spreken we nu veel meer dan toen over een brede lhbtq-community – en wil ik veel aandachtiger kijken naar bijvoorbeeld geweld tegen transgender en non-binaire personen. De recente mishandeling van de 14-jarige Frédérique is daar een goed voorbeeld van.”

“Nog zoiets: in dat eerdere onderzoek baseerde ik me vooral op politieberichten en concludeerde ik dat lesbische vrouwen minder geweld meemaken. Twee jaar later werd ik gecorrigeerd; zulke incidenten worden simpelweg minder vaak melding gemaakt bij de politie.”

“Ik zag toen ook dat vooral ‘vrouwelijke’ mannen klappen kregen, ook al identificeerden zij zich niet op deze manier – dat was enkel in de ogen van de daders zo. Hoe is dat nu, in een tijd waarin steeds meer lhbtq’s zich identificeren als vrouwelijk?”

Zijn er nog meer invalshoeken?

“Jazeker, een ander belangrijk aspect waar ik naar wil kijken is de rol van de islam en Marokkaans-Nederlandse jongens. In 2009 concludeerde ik al dat zij oververtegenwoordigd zijn in mijn onderzoek naar antihomogeweld. Ik voerde allerlei gesprekken met ze en zag toen vooral overeenkomsten tussen Marokkaans-Nederlandse jongens en andere daders; het was veelal haantjesgedrag, ze wilden hun mannelijkheid tonen of er was sprake van groepsdruk.”

“Ik vond toen geen bewijs voor de invloed van de islam op antihomogeweld. Maar natuurlijk heb ook ik de geweldsincidenten tegen lhbtq’s de afgelopen jaren gevolgd – de oververtegenwoordiging van Marokkaans-Nederlandse jongens daarin blijft overduidelijk. Zou dat kunnen komen door polarisatie tussen bevolkingsgroepen? Zijn die jongens zich wellicht toch meer gaan vasthouden aan hun moslimidentiteit?”

Hoe gaat u te werk in het nieuwe onderzoek?

“Ik wil heel graag voor langere tijd de Indische Buurt induiken, die buurt is zo’n goede casestudy. Je ziet er veel multiculturele groepen, maar ook een instroom van witte Amsterdammers en mensen uit de gay community. Ik wil er gaan spreken met Marokkaans-Nederlandse jongens, maar ook met hun moeders, sociaal werkers, imams.”

“Het is een ongemakkelijke waarheid, de mogelijke link tussen geweld tegen lhbtq’s en de islam – er wordt omheen gedraaid. Niet alleen door burgemeester Halsema, maar ook op mijn universiteit. Het is een onderwerp dat we laten liggen. Zo gaat keer op keer extreemrechts ermee aan de haal. Juist daarom vind ik het zo belangrijk om er gedegen onderzoek naar te doen, zonder olie op het vuur te gooien.”

“Ik ben nu op zoek naar partners binnen gemeente, politie, justitie en OM – voor de cofinanciering van het onderzoek, maar ook omdat ik verdachten wil interviewen. Dat zou een droomcoalitie zijn. Maar zoals ik twaalf jaar geleden al merkte, gaat dat zo ongelooflijk moeizaam. Als het meezit, hoop ik in januari te beginnen. Ik wil minstens een jaar uitvoerig onderzoek doen.”

Wat vindt u van het onlangs gepubliceerde onderzoek naar lhbtq-discriminatie?

“Schokkend natuurlijk, wat daarin naar voren kwam. Ik vind het ontzettend schrijnend om te zien dat mensen in de lhbtq-community zich in brede zin hebben neergelegd bij agressie tegen hen. Je houdt je continu in en je bent je – bewust en onbewust – aan het aanpassen aan een norm. Het was geen groot onderzoek maar wel een góéd onderzoek, en het toont voor hoeveel uitdagingen we nog staan.”

Geregeld hoor je in de media dat het twintig, dertig jaar geleden beter gesteld was met de homoacceptatie in Amsterdam. Hoe kijkt u daarnaar?

“Als wetenschapper vind ik dat lastig te beoordelen, omdat je zulke uitspraken niet met data kunt onderbouwen. Ook toen werden queers geregeld in elkaar geslagen, in parken en het uitgaansleven, maar belandde een berichtje daarover ergens achterin de krant – áls er al over werd bericht.”

Maar goed, tegelijkertijd kende Amsterdam in de jaren 80 en 90 inderdaad een bloeiperiode op het gebied van homoacceptatie. De Gay Games werden voor het eerst georganiseerd, van heinde en verre kwamen mensen naar Amsterdam. Ik snap heel goed dat mensen nostalgisch zijn, dat het lastig is om te zien hoe taai de problemen nog steeds zijn nadat het lange tijd beter is gegaan met homoacceptatie. Dat is een hard gelag.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden