PlusReportage

Onderzoek naar spinnen en nachtvlinders in een achtertuin aan de Herengracht

In gewone tijden organiseert biologisch bureau Taxon expedities naar exotische oorden als Borneo, Panama en Montenegro. Deze week streken de onderzoekers neer aan de Herengracht, in de achtertuin van advocaat Oscar Hammerstein.

Spinnendeskundige Peter Koomen (r.) doet onderzoek, met behulp van een witte paraplu vangt hij spinnen op.  Beeld Dingena Mol
Spinnendeskundige Peter Koomen (r.) doet onderzoek, met behulp van een witte paraplu vangt hij spinnen op.Beeld Dingena Mol

Kijk, Peter Koomen weet hoe het hoort. Het struikgewas begint hevig te ritselen, en daar komt de bioloog tevoorschijn uit het groen, als een ontdekkingsreiziger in donker Afrika, met in zijn hand een plastic bakje met drie spinnen. Toch? “Hooiwagens,” verbetert Koomen met het verbeten geduld van een zendeling tussen een overmacht aan heidenen. “Een aparte orde onder de spinachtigen. Interessant is de vraag hoe deze in een ommuurde tuin zijn terechtgekomen. Ik vermoed via een luchtrooster.”

Koomen spreekt met autoriteit. Hij is in het dagelijks leven conservator van Natuurmuseum Fryslân in Leeuwarden en voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Entomologen. Deze week is hij ingevlogen om zijn expertise in te zetten in de Amsterdamse binnenstad, meer precies: in de achtertuin van advocaat Oscar Hammerstein aan de Herengracht. “Het is wel erg netjes,” stelt Koomen somber vast over de fraaie tuin die wel veertig meter diep is. “Insecten houden meer van een beetje wilde tuin.”

Het onderzoek in de achtertuin wordt uitgevoerd door Taxon Expeditions, het bedrijf van bioloog Menno Schilthuizen, bekend van zijn boek Darwin in de stad. In gewone jaren strijken de onderzoekers met hun gasten neer in exotische oorden als Panama, Borneo en Montenegro. Dat kan dit jaar niet, vanwege corona. Het stadsbestuur vroeg Schilthuizen een aantal expedities in de stad op te zetten. In juni werd de biodiversiteit in de Wilmkebreekpolder in Noord al in kaart gebracht, komende week volgen De Slatuinen in West.

De Aphaerata vondelparksensis

Dat een ontdekkingstocht in eigen stad lonend kan zijn, werd vorig jaar duidelijk toen de onderzoekers samen met een groep omwonenden een kijkje namen in het Vondelpark. Dat leverde een nieuwe sluipwespensoort op, die prompt de Aphaerata vondelparksensis werd gedoopt. Eerlijk is eerlijk: wie in de stad nieuwe soorten wil ontdekken, moet goede ogen hebben. “Alles wat groter is dan vijf millimeter is wel in kaart gebracht,” zegt Schilthuizen. “Daaronder liggen nog mogelijkheden.”

Of aan de Herengracht nog nieuwe soorten kunnen worden aangetroffen, moet de komende dagen duidelijk worden. De onderzoekers hebben een week gekregen van Hammerstein om het insectenleven in zijn tuin in kaart te brengen. Weliswaar hangen in het kantoor als wandversiering de koppen van een eland, een zwijn en een beer, in de tuin wordt duidelijk dat de advocaat ook van de levende natuur houdt. Er hangen nestkastjes voor vogels en vleermuizen en op een voederplek vliegen de mezen af en aan.

Een verborgen attractie - uitstekend voor het expeditiegevoel - is de Duitse bunker achter in de tuin, verscholen achter bomen, struiken en planten. De bunker werd in de oorlog gebruikt door de bezetter om via de tuin van het ene geconfiskeerde pand naar het andere te komen. De doorgangen zijn nu dichtgemetseld, maar de donkere, vochtige ruimte is een spinnenparadijs, zoals Koomen met een mijnwerkerslamp op het hoofd tevreden vaststelt in de duisternis.

Tuinvogeltelling

Hammerstein heeft weinig met insecten, erkent hij: “We doen wel elk jaar met alle medewerkers mee aan de landelijke tuinvogeltelling. Om het een beetje spannend te maken, staat er een fles champagne klaar voor wie een nieuwe soort ziet.” Belangstellend kijkt de advocaat toe hoe de onderzoekers een zogeheten malaiseval opzetten: een tent-achtige constructie die vliegende insecten naar en in een flesje alcohol voert. Elders worden glazen potjes ingegraven met stukjes fruit, vlees en stinkkaas als lokmiddel.

Op het gazon is Bart van Camp in de weer met een lichtval voor nachtvlinders. Die blijft de hele nacht branden, vertelt de Vlaming die onder de naam mattenvanger een blog schrijft over zijn specialisme. “Alle aandacht gaat doorgaans uit naar de dagvlinders. In nachtvlinders is niemand geïnteresseerd. Ik vind ze juist veel interessanter.” Om de mot onder de aandacht te brengen, helpen expedities als deze. “We hebben pas een onderzoek in Genk gedaan. Een van de lichtvallen stond op het veld van de voetbalclub Genk.”

Want dat is het doel van de expedities in de stad: de belangstelling van het grote publiek vestigen op het belang van biodiversiteit. Schilthuizen: “Wij richten ons op kleine insecten: spinnen, pissebedden, sluipwespen. Het is een onzichtbaar deel van het ecosysteem, maar van cruciaal belang voor het zichtbare deel van hetzelfde systeem. Met kleine ingrepen kunnen mensen hun tuin aantrekkelijk maken. Bijvoorbeeld door dode bladeren of afgewaaide takken te laten liggen. Daar profiteert de hele natuur van.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden