PlusNieuws

Onderzoek naar autoluwe stad: ‘Laat bewoners meer betalen voor parkeervergunning’

null Beeld ANP XTRA
Beeld ANP XTRA

Door de hogere parkeertarieven parkeren steeds minder bezoekers in de stad. Vooral Amsterdammers zelf zetten hun auto op straat. Ligt een volgende stap naar een autoluwe stad in het verhogen van de bewonerstarieven?

Hogere parkeertarieven op straat hebben de afgelopen jaren een forse bijdrage geleverd aan de Amsterdamse ambities om de stad autoluwer te maken. Opzet van dat beleid is ervoor te zorgen dat de schaarse ruimte vooral wordt gebruikt door mensen die daadwerkelijk met hun auto in de stad moeten zijn.

Vier wetenschappers van de VU maakten in samenwerking met de gemeente een gedetailleerde analyse op basis van meer dan 80 miljoen parkeertransacties in de stad vóór corona. Het blijkt dat de verhoging van de parkeertarieven voor bezoekers van gemiddeld 65 procent in april 2019 veel effect heeft gehad. Het aantal parkeeruren van bezoekers is met 17 procent gedaald. Ongeveer de helft van de daling is toe te schrijven aan bezoekers die korter parkeren en de andere helft aan bezoekers die niet meer parkeren binnen Amsterdam.

De forse verlaging van het aantal parkeertransacties heeft het maar een klein beetje makkelijker gemaakt voor automobilisten op zoek naar een plekje op straat: Amsterdammers zelf zijn in hoge mate verantwoordelijk voor volle parkeerplaatsen. De meeste plekken worden bezet door bewoners met een parkeervergunning, betalende parkeerders leveren een kleinere bijdrage aan de totale parkeerdruk. De daling in de parkeerdruk wordt daarom geschat op 1,7 procent.

Het onderzoek laat verder zien dat ongeveer een kwart van alle verplaatsingen per auto binnen Amsterdam is toe te schrijven aan autogebruikers die betalen voor parkeren. De andere driekwart van verplaatsingen wordt gemaakt door bewoners of taxi’s die niet of weinig betalen voor parkeren.

Hogere opbrengst

De verwachting was dat de daling in de vervoerstromen door de prijsverhoging relatief veel minder is dan de vermindering in het aantal betalende parkeerders, zegt Francis Ostermeijer, een van de onderzoekers, recentelijk gepromoveerd op onderzoek naar parkeren in Amsterdam. “Dat is precies wat blijkt uit de data. Op basis van verkeerstellingen blijkt dat het aantal gereden kilometers is afgenomen met zo’n 2,5 procent. Vooral in de avondspits wordt beduidend minder gereden.”

De forse daling in parkeertransacties leidt door de verhoging van de tarieven desalniettemin tot een verhoging van de parkeerinkomsten met 40 procent, becijferden de onderzoekers. Sharon Dijksma, in 2019 nog verkeerswethouder, zei destijds uit te gaan van ongeveer 33 procent meer inkomsten.

Een voordeel van het prijsbeleid is dat het eenvoudig is in te voeren en dat de ruimte die vrijvalt door een verminderd gebruik van parkeerplaatsen kan worden gebruikt voor iets anders, aldus Ostermeijer. “Daarbij kan je denken aan groenstroken zoals in De Pijp, bredere stoepen zoals bijvoorbeeld in de P.C. Hooftstraat of extra terrassen voor de horeca bijvoorbeeld op de grachten in de binnenstad.”

Om de stad nóg autoluwer te krijgen, zet een verdere verhoging van de tarieven voor bezoekersparkeren geen zoden aan de dijk, zegt Hans Koster, een van de onderzoekers en hoogleraar stedelijke economie en vastgoed. “Ondanks de effectiviteit lijkt een verdere verhoging van parkeerprijzen niet opportuun, aangezien Amsterdam inmiddels al de hoogste parkeerprijzen ter wereld rekent en de meeste parkeerplekken worden gebruikt door bewoners.”

Langere wachtlijsten

Eerder onderzoek liet zien dat minder parkeervergunningen, en dus langere wachtlijsten, voor bewoners leiden tot minder autobezit. Daar moet de gemeente zich de komende tijd op richten, aldus de onderzoekers. “Een goed alternatief is om vergunningen duurder te maken,” zegt Jos van Ommeren, hoogleraar stedelijke economie.

Een verhoging van de prijzen van bewonersvergunningen ligt politiek gevoelig, reden dat wethouder Dijksma daarover bij de verhoging in 2019 niets wilde zeggen. Volgens Koster zijn dergelijke ‘prijsprikkels’ waarschijnlijk de beste manier om meer auto’s uit de stad te krijgen, mede omdat juist bewoners met een hoger inkomen profiteren van het (te) goedkoop aanbieden van parkeren op straat.

Parkeervergunningen 3,3 procent duurder

Een inwoner van de Amsterdamse binnenstad betaalt negen keer meer voor een parkeervergunning (567 euro per jaar) dan iemand in het centrum van Den Haag (64 euro). Dat meldt de Vereniging Eigen Huis (VEH) op basis van een eigen onderzoek onder 123 gemeenten. Daaruit komt ook naar voren dat gemeentelijke parkeervergunningen dit jaar gemiddeld 3,3 procent duurder zijn worden. Gemiddeld kost een parkeervergunning nu 120,98 per jaar, tegen 117,09 euro vorig jaar.

Van de 123 onderzochte gemeenten met een parkeervergunning zijn er elf die de kosten met 10 procent of meer verhogen. Zo stijgt in Utrecht de prijs voor centrumbewoners met 25 procent, van 354 naar 442 euro. In Oldenzaal verdubbelen de kosten, van 40 naar 80 euro.

In 52 gemeenten veranderen de tarieven voor een parkeervergunning dit jaar niet en in 49 gemeenten blijft de stijging beperkt tot minder dan 3 procent.

Grote steden maken de vergunning duurder omdat ze de binnenstad autoluw of autovrij willen krijgen. Andere gemeenten doen het om financiële tegenvallers op te vangen, zoals de kosten van zorgtaken of de gevolgen van de coronacrisis, aldus VEH. Veel middelgrote gemeenten gebruiken een betaalde parkeervergunning om de parkeerdruk te verlagen, bijvoorbeeld door forenzen te weren in woongebieden rondom een station. (ANP)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden