PlusAchtergrond

Onbegrip en woede in de uitgaansscene: ‘De nachtcultuur verdrinkt’

De Amsterdamse uitgaansscene houdt zaterdagmiddag een manifestatie op het Museumplein: De Nacht Wacht. De nood is hoog, nu clubs dicht moeten blijven. ‘De nachtcultuur verdrinkt.’ 

Een dichte Disco Dolly met ernaast de Bloemenbar.Beeld Jurre Rompa

De uitgaansbranche voelt zich het ondergeschoven kindje. Waar het kabinet de afgelopen maanden de coronamaatregelen versoepelde voor restaurants, theaters, sportscholen, massagesalons, parenclubs, eigenlijk voor nagenoeg elke gelegenheid waar mensen samenkomen, bleven nachtclubs achter. Zij hielden zich, misschien tegen beter weten in, vast aan de datum van 1 september, maar premier Mark Rutte hielp hen dinsdag uit die droom. “We hebben (...) helaas moeten besluiten dat de discotheken en clubs voorlopig de deuren gesloten moeten houden. (...) Het risico op nieuwe uitbraken is gewoon te groot.”

Het leidde tot onbegrip en woede bij mensen uit het nachtleven. ‘Politiek en beleidsmakers geven niets om de nachtcultuur en daarmee ook niets om de meer dan honderdduizend mensen die ervan en -voor leven,’ schreef dj Joost van Bellen in een ingezonden brief in deze krant. Volgens Van Bellen gaat de nachtcultuur zonder structurele steun ‘naar de gallemiezen’.

Eigen protocol

Amsterdamse clubs hebben een protocol opgesteld hoe volgens hen coronaproof gefeest kan worden (onder meer door goede ventilatie, een gezondheidscheck en temperatuurmeting bij de deur), maar ze kregen nul op het rekest. Burgemeester Femke Halsema verwees ze door naar Den Haag, het Outbreak Management Team oordeelde dat het niet verantwoord is honderden mensen samen in één ruimte te laten dansen.

Vooral het gebrek aan perspectief is fnuikend, zei Pieter de Kroon, mede-initiatiefnemer van De Nacht Wacht en eigenaar van Chicago Social Club aan het Leidseplein na de persconferentie van Rutte. “Het is totaal onduidelijk wanneer we weer open kunnen.” De Kroon benadrukt dat dat niet alleen clubeigenaren zorgen baart, maar iedereen die er werkzaam is: van dj’s tot portiers, van barpersoneel tot programmeurs.

Het is wrang dat de Nederlandse economische waarde van de dance-industrie jaren achtereen werd gevierd tijdens het Amsterdam Dance Event, niet zelden in het bijzijn van een trotse minister. Bestuurders maakten goede sier met het bruisende Amsterdamse nachtleven – een verwijzing naar Berlijn was nooit ver weg – maar nu de sector het moeilijk heeft, blijft financiële steun uit.

‘Geen volwaardige cultuur’

“Het hulppakket voor cultuur gaat voornamelijk naar de traditionele kunstinstellingen als het Concertgebouw en het ITA. Dat gebeurt deels omdat de dancesector zichzelf altijd heeft kunnen bedruipen, maar ook omdat de minister dance niet als een volwaardige tak van cultuur lijkt te beschouwen,” zegt Atze de Vrieze, popjournalist bij muziekplatform 3voor12.

Tegelijkertijd is de waarde van ‘nachtcultuur’ niet alleen in geld uit te drukken. Want wat is de economische waarde van hedonisme, van escapisme? Clubs fungeren voor de meeste mensen als een plek waar ze stoom afblazen, als ventiel voor een stressvol bestaan. De Vrieze: “Mensen komen in clubs bijeen om te dansen, te genieten, liefde te vinden. Met name jonge mensen hebben sterk die behoefte, daarom zie je dat er nu ook steeds meer illegale feesten zijn, met alle risico’s van dien.”

Risico’s afwegen

Deels is dat inherent aan het nachtleven, dat altijd elementen van een ‘tegencultuur’ in zich heeft gedragen en een zeker ‘DIY-ethos’ (Do It Yourself) kent. House kwam begin jaren negentig tot wasdom in gekraakte industriële panden aan de rand van de stad, en toen begin deze eeuw iconische clubs als de RoXY, de Mazzo en de iT verdwenen, vond de scene zich opnieuw uit, vaak in ruimtes die slechts tijdelijk beschikbaar waren gesteld. De drang van jongeren om samen te dansen is onstuitbaar.

‘Ik vind het schandalig dat de jeugd een veilige plek wordt ontzegd waar ze gelijkgezinden en wellicht liefdes voor het leven kunnen ontmoeten,’ schreef Van Bellen. En ook volgens De Vrieze moet er ‘gelaagder’ worden gekeken naar groepen mensen die bijeenkomen. “Uiteindelijk draait het om het afwegen van risico’s, net zoals is gebeurd met het openstellen van de horeca. We weten dat de gevolgen van corona voor jongeren minder groot zijn, dus je kunt bijvoorbeeld denken aan leeftijdsgrenzen voor clubs.”

De nachtvlinders die zaterdag bijeenkomen op het Museumplein hopen op een uitgestoken hand van de overheid, of iets waar ze zich aan vast kunnen klampen. Mogelijk is het wonder dat hen redt wel de nieuwe coronatest die deze week werd aangekondigd, en die al binnen een kwartier uitslag geeft. Voor veel clubs moeten bezoekers toch al een half uur in de rij staan, dus hoeft een snelle test tijdens het wachten niet eens voor extra vertraging te zorgen.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden