PlusAchtergrond

Nu de ergste angst is geweken, vallen we terug in ons oude gedrag

Ander gedrag is het belangrijkste wapen tegen de pandemie. Nu het virus smeult en de coronavrees bijna is verdwenen, keert het oude gedrag terug. Inclusief de kans op een heropleving van het virus. ‘Mensen zijn niet zo rationeel als ze denken.’

De Dappermarkt.Beeld Jakob Van Vliet

Reint Jan Renes (50) weet nog precies wanneer het was. Drie dagen nadat premier Mark Rutte het land op 16 maart had toegesproken met de woorden ‘dat het virus onder ons is en voorlopig ook onder ons zal blijven’ kreeg de gedragswetenschapper een bericht van een ­hoge ambtenaar. Of hij het nationale kernteam crisiscommunicatie met enkele andere gedragsdeskundigen wilde adviseren.

In allerijl ruilde Renes z’n leerstoel psychologie voor een duurzame stad aan de Hogeschool van Amsterdam (‘klimaat en gedrag is m’n echte werk’) in voor een plek in de corona gedragsunit van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). In een mum van tijd was er een wetenschappelijke adviesraad van vijftien prominente hoogleraren en binnen een week lag er het eerste onderzoeksvoorstel.

De gedragsunit groeide uit tot een kleine vijftig man, die nauwkeurig in kaart brachten hoe Nederland reageerde op de lockdown. Hoe groot was de angst het virus zelf op te lopen? Hoe groot was de angst het door te geven? Welke maatregelen waren goed uitvoerbaar? Welke deden pijn? Was er voldoende draagvlak? Hoe stond het met het vertrouwen in de overheid?

Langdurig proces

Nu het virus hier – voorlopig – lijkt uitgeraasd, schroeft Renes zijn werkzaamheden bij de gedragsunit wat terug. De fase van de hevige angst is voorbij, ook de fase van volhouden is geweest. De voornaamste vraag is nu hoe je de samen­leving kunt heropenen op 1,5 meter. Dat is een langdurig proces zonder een afgebakend einde, zodat Renes twee dagen per week terug kan naar zijn eigen Amsterdamse onderzoeksgroep om grip te krijgen op de klimaatcrisis.

De bereidwilligheid om de strenge maatregelen op te volgen houdt gelijke tred met de mate waarin het virus rondwaart, stelt Renes. In de weken dat het virus oplaaide, de ic’s bijna onder de druk bezweken en er dagelijks meer dan 150 mensen overleden, volgde iedereen massaal de maatregelen op van de Rijksoverheid.

Toen het acute gevaar begon te wijken, kwamen de geluiden dat de maatschappelijke schade door de lockdown groter was dan de schade door het virus zelf. De massale antiracisme­demonstraties en publieke bijeenkomsten ­tegen de beperkende coronamaatregelen toonden barsten in het brede draagvlak, ook al omdat het virus niet oplaaide als mensen schouder aan schouder stonden.

Ook niet te rijmen coronamaatregelen zelf tastten het gezag van de overheid aan. RIVM-voorman Jaap van Dissel zag eigenlijk niets in mondkapjes, maar ze werden toch verplicht in het openbaar vervoer. In de trein mogen Nederlanders vanaf 1 juli met een niet-medisch mondkapje naast elkaar zitten, maar in het theater geldt de 1,5 meter zonder mondkapje. Het RIVM wilde de scholen niet sluiten, maar het kabinet deed het toch.

De toegenomen scepsis gaat gepaard met meer vrijheden en een hunkering naar ‘normaal’. Gezien door een virologenbril is dat een explosieve mix, want hoewel Nederland een nieuwe uitbraak van het virus inmiddels beter de kop kan indrukken, blijft het gedrag van ­17 miljoen mensen cruciaal voor de effectiviteit van maatregelen. Wie dat niet gelooft, kan de enorme uitbraken in Noord- en Zuid-Amerika als realitycheck gebruiken.

Medemenselijkheid

Renes is hoopvol. Niet alleen omdat hij van nature optimistisch is, maar ook vanwege de onderzoeksresultaten van de gedragsunit. De helft van de Nederlanders vond het ‘heel erg’ om zelf besmet te raken, maar ruim 90 procent vond het veel erger om anderen te besmetten. Prachtige medemenselijkheid, vindt Renes. “Mensen vinden anderen belangrijk. Anderen geen schade willen toebrengen is een belangrijke motivatie voor ons gedrag.”

Sociaal en evolutionair psycholoog Joshua ­Tybur (Vrije Universiteit) ziet het echter niet vanzelfsprekend goed gaan, de komende maanden. Voor veel mensen is de economische onzekerheid nu een reëlere dreiging dan het coronavirus, zegt hij, en die belangen staan haaks op elkaar. “Toen polio nog veel voorkwam en je verlamde kinderen in het straatbeeld zag, hoefde je ouders niet te overtuigen van het nut van poliovaccinatie. Nu polio in Nederland is verdwenen, moet je daar je best voor doen.”

Iets soortgelijks gebeurt nu bij de coronamaatregelen, zegt Tybur. Bij zogenaamd slecht gedrag is de kans op straf kleiner, dus zie je meer slecht gedrag.

Dat onderschrijft emeritus-hoogleraar psychiatrie en psychotherapie Frank Koerselman. De primaire drijfveer van menselijk gedrag is overleven, zegt hij. Angst draagt daaraan bij, want angst leidt tot voorzichtigheid. Maar angst wordt snel vergeten, net zoals pijn.

“Mensen die zich dat wel de hele tijd herinneren, hebben een posttraumatische stressstoornis,” aldus Koerselman. Nu het corona­virus smeult, is ook de angst afgenomen.

Omdat de mens een sociaal wezen is, moet hij overleven in een groep. Zeker in tijden van nood gehoorzaamt hij aan de groepsnormen. Maar als de nood afneemt, begint het marchanderen met groepsnormen om de eigen behoeften te vervullen. Koerselman schudt de coronavoorbeelden van het gemarchandeer gemakkelijk uit de mouw. De beeldspraak die minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge woensdag gebruikte als oproep tot solidariteit (‘we vormen met 17 miljoen mensen een dijk tegen het virus’) pareert hij met: hoe solidair ben je met jongeren als je de economie en het onderwijs op een waakvlam zet, en zo een generatie opzadelt met schulden en een slechtere persoonlijke ontwikkeling?

Hij heeft ook een voorbeeld uit zijn eigen leven. Laatst zat hij nagenoeg alleen in een treincoupé. Hij was het gehannes met z’n mondkapje zat en gaf zichzelf wat meer ademruimte, wat hem op een reprimande van de conducteur kwam te staan.

Voor het indammen van een eventuele tweede coronagolf heeft Koerselman dan ook meer vertrouwen in de betere voorbereiding – meer tests en beschermingsmiddelen, rioolwateronderzoek naar virusconcentraties, snellere ophoging van de ic-capaciteit – dan in de mogelijkheid om het gedrag van 17 miljoen mensen in de gewenste richting te sturen. Hoewel de risico’s bekend zijn, vervallen mensen snel in oud gedrag, stelt Koerselman.

“Mensen zijn niet zo rationeel als ze denken. Dat heeft een evolutionaire oorzaak. De hersenen hebben een dierlijk bouwplan, dat impulsief gedrag en gewoontegedrag oplevert. Hogere functies als denken en plannen zijn pas later ontwikkeld.”

Kleine aanwijzingen

Renes noemt de mens ‘beperkt rationeel’. Soms kost een handeling uitvoeren nauwelijks moeite, denk aan het smeren van een boterham. Ook een mening vormen kan eenvoudig: het gaat haast vanzelf als je een onbekende in de trein ziet. Hoe minder kennis mensen over een kwestie hebben, hoe sterker vaak hun mening is, zegt Renes op basis van onderzoek.

Maar toch: de mens doet ook moeite bij denkprocessen. Denk aan het maken van niet-­alledaagse rekensommen (13 x 23), het kopen van een huis, of het uitvoeren van een hersenoperatie. Door kleine aanwijzingen – een pompje met handzeep bij de ingang van de bibliotheek, ­cirkels op het gras in het park – kunnen mensen hun gewoontegedrag aanpassen, denkt Renes. Wat ook helpt: sociale waardering voor aangepast gedrag. Wie een bedankje krijgt omdat hij op anderhalve meter van een ander blijft, zal dat vaker doen. Hoe meer mensen het nieuwe coronagedrag belonen, hoe groter de kans dat er een nieuwe norm ontstaat.

Maar ook Renes kan er niet omheen dat een crisis een effectievere en snellere manier is om een heel land tot ander gedrag te motiveren. Een crisis geeft de overheid immers sturende machtsmiddelen. Tijdens de coronacrisis besloot minister Bruno Bruins op zondagmiddag bijvoorbeeld dat alle horecagelegenheden nog diezelfde avond dicht gingen. Ja, dat wil wel.

Neem het klimaat, waar Renes zich nu dus weer op de HvA over buigt: “Stel je voor dat het kabinet vanwege de klimaatcrisis besluit om vanaf vanavond alle waterleidingen dicht te draaien. Uit geen enkele kraan in Nederland komt nog water. Dan zijn mensen ineens heel erg gemotiveerd om hun leefwijze aan te passen om het klimaat te sparen.”

Het is een boude maatregel, erkent Renes, maar die past wat hem betreft wel bij de ernst van het mondiale klimaatprobleem. “De opwarming van de aarde is voor de mensheid een groter gevaar dan corona, omdat het meer levens bedreigt. Maar hoe acuut het is, zien veel mensen niet.”

Jason Harkhoe (23).Beeld Jakob Van Vliet

Jason Harkhoe (23)

“Eigenlijk kwam die quarantaine­periode me wel goed uit. Ik werkte daarvoor als barista bij de Starbucks, maar doordat dat niet meer kon, had ik meer tijd om te focussen op mijn kledinglabel dat ik aan het opzetten ben. Over het virus zelf maak ik me geen zorgen. Ik ben jong en sterk, volgens mij zijn het vooral ouderen of zieken die lijden onder het virus. ­De afgelopen tijd ben ik ook gewoon blijven chillen. Dat gebeurde op huisfeestjes bij vrienden en voor mijn verjaardag, op 12 juni, heb ik ook een feestje gegeven thuis. Ja, ik ben nog jong, ik moet mijn leven nog opbouwen.”

Sue Elzinga (68).Beeld Jakob Van Vliet

Sue Elzinga (68)

“Ik ben niet ben niet bang om corona te krijgen. Toch heb ik afstand gehouden en ben ik zoveel mogelijk thuisgebleven. Al denk ik soms: die RIVM-richtlijnen, dat is nattevingerwerk. Mondkapjes bijvoorbeeld: waarom moesten die niet vanaf het begin van de coronatijd al gebruikt worden in het openbaar vervoer? Dat is wel frustrerend ja, dat er over de maatregelen niet eerder is nagedacht. Tegelijkertijd heb ik er ook begrip voor. Het is voor iedereen de eerste keer dat we dit meemaken. Nu alles wat losser wordt, ga ik wel wat meer bewegen. Binnenkort naar de bioscoop, dat heb ik gemist.”

Abena kabana (55).Beeld Jakob Van Vliet

 Abena Kabana (55)

“Dit is een heel moeilijke periode. De afgelopen maanden zat ik alleen maar thuis. Vanwege de richtlijnen, maar ook omdat ik bang ben om het virus te krijgen. Ik ben nog steeds bang, maar thuisblijven is geen optie. Mijn man en ik staan allebei op de markt, we moeten wel werken voor onze inkomsten. Maar ik durf niet met zekerheid te zeggen dat mijn bedrijf het in deze crisis gaat redden. Nu we eindelijk weer op de markt mogen staan, blijft het lastig. Er komt amper iemand langs en ik verkoop haast niets. Ik was sowieso liever thuisgebleven uit angst voor het virus, maar nu heb ik er een angst bij: mijn bedrijf verliezen.”

Muazam Ahmed (33).Beeld Jakob Van Vliet

Muazam Ahmed (33)

“Ik heb me altijd aan de regels gehouden. De afgelopen maanden heb ik behalve mijn vrouw en kind geen familie gezien. We belden veel maar gingen zeker niet op bezoek. Met het gezin maakte ik wel een ommetje en mijn winkel kon gelukkig open blijven. En hoewel ik jong ben en gezond, niet bang om het coronavirus te krijgen – zonder het te weten kan ik het al hebben gehad – vind ik wel dat iedereen zich aan de regels moet houden. Die gelden gewoon voor iedereen. Al moet ik toegeven dat ik nog niet ga sporten, ook niet als dat vanaf 1 juli mag. Het lijkt me sterk dat je daar afstand kunt bewaren.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden