Het nieuwe Inntel hotel op Oostenburg.

PlusAchtergrond

Nieuwbouwwijk Oostenburg houdt industriële karakter, maar voor hoe lang?

Het nieuwe Inntel hotel op Oostenburg.Beeld Nosh Neneh

Van de vele nieuwbouwwijken in Amsterdam is Oostenburg hard bezig om tot wasdom te komen. Stoer is het trefwoord, de nijverheid van scheepswerven is de referentie.

Oostenburgermiddenstraat, Oostenburgervoorstraat, Oostenburgerdwarsstraat: je kunt de gemeentelijke straatnamencommissie niet betrappen op enige vorm van vindingrijkheid. Voor een wijk in wording met 1800 woningen is dat een gemiste kans.

Hopelijk maakt de architectuur veel goed, hoewel de omstandigheden in de bouw momenteel belabberd zijn. Tekort aan bouwmaterialen die daarmee ook nog eens te duur zijn. Dan zijn er nog de krimpende budgetten waardoor woningen schraler uitvallen dan de architect had gewenst. Een belangrijk project zoals het Hondsrugpark in Zuidoost is zelfs uitgesteld vanwege geldgebrek.

Herenhuizen

Voorlopig lijkt het op Oostenburg nog koek en ei. Het glimmende Initgebouw wordt langzamerhand ingepakt door stoere herenhuizen – want zo staat het op de verkoopsite. Stoer en beslist niet kinderachtig, zo zien de eerste blokken eruit op de Oostenburgermiddenstraat, waar verschillende architecten (onder anderen Paul de Ruiter, Ronald Janssen en Bastiaan Jongerius) hun tanden in hebben gezet. Zeven etages of meer in uiteenlopende materialen of stijlen, dat is het voorlopige beeld van dit middenstuk. De straat is een collage van cortenstaal, witte betonnen frames of zwarte verticale spanten.

Het industriële karakter is een referentie naar het verleden. Oostenburg was het centrum van de handel op Nederlands-Indië met scheepshellingen en hallen. Specerijen werden opgeslagen in het magazijn dat als een paleis van bedrijvigheid een groot deel van het eiland besloeg. De touw- of lijnbaan herinnert aan de productie van tuigage voor de zeilschepen. Na de opheffing van de VOC en de verzelfstandiging van Indonesië ging de industrie door met de bouw van schepen en (diesel)motoren. Werkspoor, later onderdeel van Stork en daarna van Wärtsilä, was toen heer en meester op Oostenburg.

Het is een groot geluk dat de Van Gendthallen gered zijn van de sloop, wat twintig jaar geleden dreigde, want hier is de sfeer van bedrijvigheid ongepolijst terug te vinden. Alleen is de nieuwe bebouwing aan de overzijde van de straat zo dominant dat het de vraag is of de hallen zich in het stedelijk geweld kunnen handhaven. Alles staat of valt met een levendige bestemming.

null Beeld Nosh Neneh
Beeld Nosh Neneh

Net toen de coronacrisis uitbrak, opende in de noordwesthoek het Inntel hotel zijn deuren aan de VOC-kade. Over de naamgeving kun je twisten, vanwege de VOC-handel in slaafgemaakten die zich ook via Oostenburg heeft afgespeeld. De hoteltoren is een hommage aan de industrie dankzij de robuuste betonnen banden in de gevel, de raamkozijnen met metalen roeden en stalen balkons op de hogere etages. Hotelbalkons zijn discutabel. Welke gast gaat in zijn badjas in de wind staan op twaalfhoog?

Inntel heeft een reputatie van hotelarchitectuur die inhaakt op de omgeving. Het beroemdste voorbeeld is wel de vestiging bij het station van Zaandam waar Zaanse huisjes op elkaar zijn gestapeld. Een soort greatest hits van de Zaanstreek, een compilatie van geveltjes die een belangrijkere attractie is geworden dan de Zaanse Schans. Weten Chinese toeristen veel dat het een pastiche is?

Bouwhelm

Zo bont maakt Inntel Oostenburg het niet, hoewel met name de lobby en het restaurant je doen wanen in een bedrijfshal. Betonnen vloeren die eruitzien alsof ze stammen uit een voormalige fabriek, stalen bruggen, patrijspoorten en zelfs een uitkijkpost op de wand. Het ontbreekt er nog maar aan dat het personeel met een bouwhelm rondloopt. Werkspoor is de toepasselijke naam van het restaurant. Dat hoopt een liaison aan te gaan met de monumentale hal die nu verstopt staat achter bouwschuttingen. Achter Inntel bevindt zich een kleine verrassing: een hofje met een grasveld dat een aangename oase moet zijn voor de omwonenden.

Rechts het al bestaande kolossale Initgebouw. Beeld Nosh Neneh
Rechts het al bestaande kolossale Initgebouw.Beeld Nosh Neneh

Het geluk van Oostenburg is dat het decennia later tot ontwikkeling wordt gebracht dan Kattenburg en Wittenburg. Daar is veel van de oorspronkelijke bebouwing ingewisseld voor anonieme sociale woningbouw. Maar de pech van Oostenburg is dan weer het kolossale Init­gebouw, dat veel oppervlakte inneemt en vanwege de stalling van de gemeentelijke afvalwagens een onaantrekkelijke gesloten plint heeft.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden