PlusAchtergrond

Niet meer van alle markten thuis: waarom de ene Amsterdamse markt veel beter loopt dan de andere

De markt op het Waterlooplein heeft het al jaren moeilijk. Na de renovatie moet het gros van het aanbod vintage of tweedehands zijn. Beeld Eva Plevier
De markt op het Waterlooplein heeft het al jaren moeilijk. Na de renovatie moet het gros van het aanbod vintage of tweedehands zijn.Beeld Eva Plevier

Amsterdamse markten hebben het moeilijk, zeker sinds de pandemie. De uitzonderingen vallen op. Waarom overheerst op het Waterlooplein het chagrijn, terwijl de Siermarkt juist bloeit?

Anna Herter en Hannah Stöve

Het is zomaar een woensdag op de Siermarkt in Nieuw-West, maar bij bloemenman Angelo Visser loopt het als een trein. De 28-jarige marktkoopman verkoopt aan de lopende band bossen rozen, tulpen en amaryllissen – het kost hem geen enkele moeite zijn waar aan de man te brengen. “Ik draai op een woensdagochtend gewoon een zaterdagomzet,” zegt Visser opgetogen, terwijl hij zijn bossen bloemen vlug inpakt voor zijn klanten. “Het is ongekend.”

De markt op het Sierplein is een vrij traditionele – of eigenlijk een nogal doorsnee – markt. Buurtbewoners kunnen er elke woensdag terecht voor etenswaren, kleding, bloemen en textiel. De hele Siermarkt loopt goed, zeggen de marktondernemers.

Van leegstand is op deze markt dan ook nauwelijks sprake. Ja, de koffiedame is net vertrokken, zegt marktmanager Ben Berg (64), wijzend op een leegte tussen twee kramen. “Maar we zetten daar niet zomaar iemand anders neer: we willen per se een goede koffiekraam.” Met ‘we’ bedoelt Berg de ondernemers op de markt. Want de Siermarkt wordt gerund door de kooplieden zelf – die weten maar al te goed wat hun markt nodig heeft.

Er heerst een sterk saamhorigheidsgevoel omdat de verkopers elkaar goed kennen, uitjes organiseren en met z’n allen verantwoordelijkheid voor hun markt dragen. “Als het sneeuwt, moeten we zelf voor een sneeuwploeg zorgen,” zegt groenteverkoper Luciano Tarani (53). “Dat schept een band.”

Recept voor succes

Anders dan veel andere Amsterdamse markten is de Siermarkt geprivatiseerd. De stad telt pakweg tien markten waarbij dat het geval is, tegenover ruim twintig markten die door de gemeente worden gerund (zie kaart). Het grote verschil? Niet-gemeentelijke markten hebben binnen bepaalde kaders meer de vrijheid in de inrichting. Dat lijkt een recept voor succes: ze lopen over het algemeen goed en er is weinig leegstand.

Dat geldt niet voor gemeentelijke markten, waarvan er een hoop kampen met leegstand en tegenvallende bezoekersaantallen. De gemeente ziet de teloorgang al jaren met lede ogen aan. In 2018 stelden onderzoekers vast dat het slecht gesteld was met de gemeentemarkten: ze kampten met schrikbarende leegstand, afnemende bezoekersaantallen, onvrede van bezoekers over het productaanbod en een gebrek aan innovatie. Het was aanleiding om plannen op te stellen om het tij te keren. Sindsdien wordt geëxperimenteerd met nieuwe initiatieven en herindelingen. Vooralsnog zonder overtuigend succes, constateren ondernemers en experts.

Ying-Tzu Lin, planoloog aan de UvA, gespecialiseerd in Amsterdamse straatmarkten: “Mijn indruk is dat het sinds 2018 niet beter is geworden. Eerder slechter, ook vanwege de pandemie.”

Uit cijfers van de KvK blijkt dat het aantal marktondernemers de laatste jaren landelijk gestaag afneemt. Stonden er in 2017 nog 19.447 marktondernemers ingeschreven in het handelsregister, in 2022 waren dat er nog maar 17.589 – een daling van 10 procent.

Aflopende zaak

Neem het Waterlooplein, een markt die het al jaren moeilijk heeft (met volgens de laatste cijfers van de gemeente, uit 2017, zelfs 41 procent leegstand) en dit jaar na een jarenlange renovatie werd heropend. Nu is het een themamarkt in de categorie ‘hergebruik’, en dus moet het gros van het aanbod vintage of tweedehands zijn. Voor toeristische souvenirs en nieuwe spullen geldt een uitsterfbeleid van vier jaar.

Allemaal leuke plannen, zeggen de handelaren, maar bruisen doet het er nog niet. “De gemeente let totaal niet op wie wat verkoopt,” zegt een verkoper van vintage merkkleding (‘doe maar geen naam, daar krijg ik alleen maar gezeur mee’). Hij wijst naar zijn buurman, die vrijwel dezelfde waren voor zijn box heeft uitgestald, net als de stallen iets verderop. “Dat heeft toch geen zin? Heb je ook gezien hoeveel mensen hier weer oude fietsen verkopen? Hoeveel heb je er daar nou van nodig?”

Ondanks het zonnige weer lijkt de animo voor een plekje deze donderdag niet groot. Tussen de kramen zijn overal gaten gevallen – zoals zo vaak gebeurt, zeggen de verkopers. En niet alleen op het Waterlooplein is het gebrek aan aanbod een probleem. De Westerstraatmarkt, de Dappermarkt, de Albert Cuyp: al deze markten kampen met zorgwekkende bezettingsgraden, concurrentie door budgetwinkels, vergrijzing onder de ondernemers én bezoekers en een verschraald aanbod. Met als gevolg: steeds minder bezoekers.

Volgens Ron de Laet (65), textielverkoper op de Westerstraatmarkt, is het op zijn markt zó slecht gesteld dat er sprake is van een aflopende zaak. “Over tien jaar bestaat de markt niet meer.”

Waarom wil het maar niet lukken met veel gemeentelijke markten? Er wordt weinig nagedacht over een concept en ondernemers worden bedolven onder regeltjes, is de teneur onder koopmannen en experts. Zo geldt er vaak een aanwezigheidsplicht van een aantal dagen per week – vervanging regelen mag beperkt – en klagen ondernemers over hoge kosten en tekortschietende faciliteiten.

Daarnaast wordt gewerkt met een wachtlijst op basis van anciënniteit: wie het langst op de markt staat, is verzekerd van een plek, dat weegt zwaarder dan wat diegene verkoopt. Oudere koopmannen leveren hun nummer niet altijd direct in als ze met pensioen gaan, waardoor hun plekken bezet blijven. Er is dus weinig invloed op het marktaanbod en jonge ondernemers komen moeilijk aan een plek.

“Die regels werkten 15 jaar geleden misschien, nu belemmert het markten om mee te gaan met de tijd,” zegt Erik Schmit. Het gemeenteraadslid voor D66 houdt zich al jaren bezig met Amsterdamse markten en zet zich in voor het moderniseren van de marktregels. “Een markt moet de ruimte krijgen om zich aan te passen aan veranderingen, zoals de opkomst van discount- en webwinkels. Een moderne marktkoopman wil er bijvoorbeeld een webshop of groothandel bij en kan dan vaak niet zelf aanwezig zijn bij zijn kraam. Of laten we het voor nieuwe ondernemers makkelijk maken om een plek te krijgen op de markt.”

De persoonlijke aanwezigheidsplicht is sinds 1 oktober overigens versoepeld van 50 procent naar 25 procent, laat de gemeente in een reactie weten. Ook is het sindsdien mogelijk om op drie markten tegelijk te staan, in plaats van op één.

Op de Pure Markt op zondag in het Amstelpark is het dringen geblazen. Beeld Eva Plevier
Op de Pure Markt op zondag in het Amstelpark is het dringen geblazen.Beeld Eva Plevier

Net niet uitgelachen

Ook Ying-Tzu Lin, die een proefschrift schrijft waarin ze de straatmarkten in haar geboortestad Taipei vergelijkt met die in Amsterdam, wijst op een gebrek aan visie. “De gemeente lijkt niet echt na te denken: welke kant moet het op met een bepaalde markt? Aan wie verhuren wij de ruimte nou precies? En als er te weinig mensen komen, wat moet er dan veranderen? Mijn ervaring is dat de mensen die de regels bedenken, helaas weinig weten van de markt. Zij zouden echt beter samen moeten werken met de marktkooplui.” Het is doodzonde, vindt Lin, alleen al vanwege de grote sociale waarde die een markt heeft. “Waar anders ontmoeten buurtgenoten elkaar zo regelmatig en gemakkelijk?”

Bij private markten wordt beter nagedacht over het concept, waardoor ze niet met de problemen kampen die de door de gemeente gerunde markten al jaren teisteren, zegt Antoinette Poortvliet. Zij is de baas van de private Reuringmarkt op IJburg, maar ook winkelstraatmanager van de gemeentelijke Albert Cuypmarkt, en heeft zo ervaring met zowel de private als de gemeentelijke markt. “Als ik marktondernemers uit mijn eigen netwerk vraag om op de Cuyp te gaan staan, word ik nog net niet uitgelachen. Er wordt nauwelijks iets gedaan aan leegstand, maar je kunt er ook slecht parkeren, de tarieven zijn hoog, de stroom doet het vaak niet.”

Volgens haar zit de crux niet alleen in goede faciliteiten, maar ook in een goed doordacht concept – denk ook aan de biologische Zuidermarkt en Noordermarkt, of de recent gestarte Hermitage Markt, met alleen Amsterdamse producten. Dan zien ondernemers het wél zitten om een kraam te huren. “Je moet je bewust zijn van je doelgroep en de markt daarnaar vormen. Dan werkt het, of je nu een boeren- of meer een volkse warenmarkt wil zijn.”

Minizweefmolen

Daar is Trienet Kroon, die vijftien jaar geleden de rondreizende Pure Markt bedacht, het roerend mee eens. Op een zonnige zondagmiddag in het Amstelpark is het daar dringen geblazen: de minizweefmolen is in trek, bij de mobiele wijnbar wordt genipt aan het eerste witte wijntje van de dag.

Deze haast festivalachtige markt is er niet alleen voor boodschappen, maar vooral ook om culinair geïnteresseerde Amsterdammers te laten genieten van bijzondere gerechten. “Ik houd scherp in de gaten dat het aanbod iedere week afwisselend is. Er staat één zaakje met Japanse sake, en één iemand met crêpes – en daar komt niemand bij met iets soortgelijks.”

Kroon krijgt voortdurend aanvragen van nieuwe ondernemers die maar wat graag een kraampje bij haar willen huren. “De ballotage is best streng. Ondernemers hebben er ook niets aan als ze elkaar gaan wegconcurreren.”

Reactie gemeente

In een reactie stelt de gemeente dat gemeentelijke markten niet altijd goed te vergelijken zijn met particuliere markten. Die laatste zijn vaak kleiner en worden één keer per week gehouden. “Vergelijkbare gemeentelijke kleine voedselmarkten draaien ook goed,” aldus een woordvoerder van wethouder Sofyan Mbarki (Economische Zaken), “bijvoorbeeld de markt op het Haarlemmerplein of op het Stadionplein.”

De woordvoerder stelt dat meer autonomie en minder regels een ‘mooi streven’ is, maar dat dit op grote markten ook lastiger gaat dan op kleinere. “Regels bieden ook een vangnet voor ondernemers.”

In januari komt de gemeente met nieuwe cijfers, die meer duidelijkheid moeten geven over hoe het nu met de gemeentelijke markten is gesteld. De gemeente vermoedt dat sommige vernieuwingen van de afgelopen jaren wel degelijk vruchten hebben afgeworpen, zoals die op de Waterloopleinmarkt.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden