PlusAchtergrond

Niet drukker, toch veel geklaag: we zijn allergisch geworden voor drukte in de stad

Net als voor corona wordt weer volop geklaagd over de drukte: in de tram, winkelstraten en andere plekken in Amsterdam. Wat blijkt: het ís niet drukker, maar we zijn snel gewend geraakt aan de stille stad.

Metrostation Zuid, april 2021. Beeld Jean-Pierre Jans
Metrostation Zuid, april 2021.Beeld Jean-Pierre Jans

Als je wilt, kun je je vrijelijk door tramlijn 26 bewegen: her en der zitten mensen, niemand hoeft te staan. Op een aantal plekken zitten reizigers weliswaar naast elkaar, maar iedereen draagt braaf een mondkapje. Vergelijk dat eens met een kleine anderhalf jaar geleden, toen de IJburgers hier tijdens de spits vaak als haringen in een ton zaten onderweg naar hun werk. Zitplaatsen waren zonder uitzondering bezet; wie moest staan, stond niet zelden met zijn neus in de oksel van een buurman.

De verschillen tussen toen en nu zijn enorm, maar er is ook een overeenkomst: destijds werd steen en been geklaagd over de tekortschietende capaciteit van lijn 26. Nu, terwijl er ruimte te over is, wordt nog steeds geklaagd. Lijn 26 is te druk.

Er is veel veranderd in het dikke jaar waarin we omslachtig om elkaar heen dansen. Op de werkvloer, in de supermarkt en zelfs op straat is afstand houden het devies, zo min mogelijk lichamelijk contact werd de norm. En daar hebben de meeste mensen zich ondanks zichzelf best goed aan gehouden. Want wie kan, werkt thuis, voorheen volle winkelstraten worden gemeden. We zijn allergisch geworden voor drukte. En terugkomend op lijn 26: met slechts een klein aantal mensen in dezelfde tram voelt inmiddels als ernstig onverantwoordelijk.

Gedrag is maakbaar kennelijk, tot op zekere hoogte in elk geval. Dat de nieuwe norm ons heeft veranderd, blijkt de afgelopen maanden uit de vele klachten van reizigers in het openbaar vervoer of publiek in de winkelstraten, uit de observaties dat het weer zo ontzettend druk is in de stad en daarbuiten met auto’s. De NS meldde onlangs dat er steeds meer geklaagd wordt over volle treinen: honderden mensen geven aan dat het te druk is. In treinen wordt omgeroepen dat mensen niet moeten blijven staan op de balkons, maar dat ze gewoon naast medepassagiers kunnen gaan zitten.

Het is een kwestie van perceptie. Echt druk is het niet: vroeger werd er geklaagd als de trein voor 90 procent vol zat, tegenwoordig doen ze dat al bij 40 procent, zegt de NS. Tjalling Smit van de raad van bestuur van het treinbedrijf zei dat mensen inmiddels ‘gewend zijn om afstand te houden’. “In het openbaar vervoer lukt dat niet. Dat is voor veel mensen toch wennen, merken we.”

Het Amsterdamse GVB heeft soortgelijke ervaringen, zegt een woordvoerder. Het voelt alsof het drukker wordt, maar vergelijk het met anderhalf jaar geleden en de verschillen zijn enorm. “We zitten nu op ongeveer 35 procent van het aantal reizigers voor corona. We rijden een dienstregeling van 90 procent. Mensen ervaren drukte nu anders dan voor corona.”

Verstopte straten

Het valt dus alleszins mee. Neem al die auto’s op straat: het voelt alsof de stad weer net zo vol is als voorheen. Uit de ‘congestiestatistieken’ van navigatiebedrijf TomTom blijkt echter dat we dat onszelf wijsmaken: sinds februari nam het aantal auto’s in de stad licht toe, maar sindsdien verstoppen de straten niet meer dan in die maand.

De hoeveelheid voetgangers is op dezelfde manier relatief bescheiden, becijferde City Traffic op verzoek van Het Parool: de eerste twaalf weken van dit jaar kwam het aantal passanten in winkelstraten hooguit bij uitzondering boven de 20 procent van de hoeveelheden zoals die in het eerste kwartaal van 2019 werden gemeten. Sterker nog: tussen half februari en eind maart schommelden de cijfers tussen de 11 en 17 procent. Uit onderzoek van Locatus bleek dat in Nijmegen in 2018 bezoekers van de binnenstad 18 vierkante meter bewegingsruimte hadden. Onder de huidige maatregelen wat winkelen op afspraak betreft is dat nog steeds 38 vierkante meter per persoon.

Mentale gewenning

Je referentiekader verandert, zegt Rikus Spithorst van reizigersbelangenclub Maatschappij voor Beter OV. “Vervoerders hebben jarenlang bussen en trams volgepropt. Daar werd altijd al over geklaagd, maar nu wordt er ook geklaagd terwijl het in cijfers meestal niet druk is. Het is een mentale gewenning.”

Volgens gedragswetenschapper Reint Jan Renes, als lector Psychologie voor een Duurzame Stad verbonden aan de Hogeschool van Amsterdam en voormalig lid van het RIVM-kernteam dat de Corona Gedragsunit leidt, wordt ons gevoel van drukte veroorzaakt door een grotere behoefte aan afstand en een contrasteffect. “Wat is je ankerpunt? Met wanneer vergelijk je de situatie zoals je die nu treft? Vergeleken met het najaar vind je het nu druk, maar vergeleken met twee jaar geleden is het heel rustig.”

Iets soortgelijks zegt ook VU-hoogleraar psychologie Paul van Lange. “Wat nu onprettig voelt, allemaal mensen om ons heen, noemden we voor corona vaak nog gezellig. Het is maar hoe je ernaar kijkt.” Neem de Albert Cuypmarkt, zegt Van Lange. “Daar liep je voorheen man aan man, je moest je tempo aanpassen aan anderen omdat je niet kon inhalen. Maar nu we met corona zitten, is het er rustig. Dat ervaar je anders. Als je een elleboog in je zij voelt, schrik je, heb je het gevoel dat iemand echt veel te dichtbij komt. Nieuw gedrag, dat we hebben geïnternaliseerd.”

Metrostation Zuid, september 2018. Beeld Jean-Pierre Jans
Metrostation Zuid, september 2018.Beeld Jean-Pierre Jans

De 1,5 meter is de norm geworden, zegt Renes. “In de trein zie je dat dat botst met de realiteit, want daar is afstand houden niet mogelijk. Als je in de avondspits in een trein stapt, ga je op zoek naar ruimte. Die je waarschijnlijk niet zal vinden. Dat is een persoonlijke beleving.”

Van Lange: “Menselijk gedrag wordt deels gevoed door angst.”

En als de oorzaak van die angst, de pandemie, verdwenen is, of als de risico’s veel behapbaarder worden, keren we dan weer onmiddellijk terug naar hoe het was?

Het is zaak dat de overheid gaat sturen, zegt Renes. “Niet ineens op te veel terreinen versoepelen. Doe dat heel gecontroleerd. Zodat mensen beetje bij beetje kunnen wennen aan de hernieuwde vrijheid en nieuwe normen, en je tegelijkertijd kunt meten wat de effecten zijn. Ook dit wederopbouwproces moet dus zorgvuldig gemanaged worden. Mensen zijn niet goed in staat zichzelf te reguleren, anders zouden we ook geen verkeersregels nodig hebben.”

Maar dat veel van ‘het oude normaal’ terugkeert, daar zijn de kenners van overtuigd. ­Renes: “De behoefte aan contact is zo’n primair onderdeel van wie we zijn als mensen, dat is zó ingesleten, dat komt terug.”

De mens is een gewoontedier, zegt Van Lange. “Het is goed om ons te realiseren dat veel gewoontes, vooral omgangsvormen, zijn ingesleten vanaf onze vroege kinderjaren. We zullen snel kunnen overgaan op ons oude normaal. Maar sommige omgangsvormen van het nieuwe normaal zijn na ruim een jaar ook redelijk ‘gewoon’ geworden.”

Uit elkaars glas drinken

Sommige noviteiten zullen blijven, zegt Van Lange. “Wat meer afstand. Maar zelfs het mondkapje kan voor sommigen iets zijn om op terug te grijpen, zoals we dat ook zien bij reizigers uit Aziatische landen. Ook vanuit die angstgedachte: better safe than sorry. En deels als bescherming van anderen. Drinken uit elkaars glas in een kroeg. Ik denk dat we nog jarenlang een beetje zullen schrikken als je op een drukke plek bent, en iemand begint te hoesten of te kuchen.”

Renes verwijst naar de proeven met spitsmijden: mensen die buiten de spits forenzen, kregen daar een financiële beloning voor. “Eigenlijk is dat gek: betalen om je reisgedrag aan te passen. Maar wat blijkt: een gedragsverandering krijgt er een kickstart door. Na verloop van tijd is er een nieuwe routine ingesleten en realiseren mensen zich dat eerst even een paar uur thuis werken, niet zo onmogelijk is als ze hadden gedacht. Na de proef blijven mensen vaak de spits mijden.”

Renes spreekt van een hoopgevende situatie. “Dit is een mogelijkheid om veranderingen te bereiken. Kijk naar thuiswerken, dit is een kans om de auto wat vaker te laten staan en de fiets te pakken.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden