Plus

Niemand draagt een mondkapje in de Appie

Beeld Getty Images

Amsterdammers hebben massaal lak aan het advies van premier Rutte en burgemeester Halsema om tijdens het winkelen een mondkapje te dragen.

Jong, oud, dik, dun, kwetsbaar of kerngezond: het overgrote deel van de Amsterdammers winkelt zonder mondkapje. Het kan ze niet schelen, ze vinden dat ze met een mondbedekking voor aap staan of ze zeggen niet te weten dat het verzoek een mondkapje te dragen ook voor hún supermarkt geldt.

De weigering is in veel gevallen niet eens een weigering: het interesseert de meeste winkelende mensen in een reeks van supermarkten in Oost eigenlijk niet. Zo is er de man in Albert Heijn in de Molukkenstraat die, ondanks zijn longziekte COPD, mondkapjes maar onzin vindt. “Denken ze nu echt dat je zo een pandemie kan bestrijden?”

En er is Jantien Janssens, een zestiger, in de Vomar op de Middenweg. “Ik doe al maanden boodschappen zonder mondkapje. Ik denk dat de kans heel klein is dat je besmet raakt in de supermarkt. Je bent steeds in beweging. Je staat hier toch niet recht in elkaar gezicht te ademen?”

‘Het interesseert me niet’

In supermarkt Het Lange Mes in de Javastraat is het mondkapjesenthousiasme ook ver te zoeken. Twee broers zeggen dat ze hun mondkapje niet bij zich hadden, toen hun moeder hen voor een boodschap op pad stuurde. Een van hen, Yassine, zegt: “Maar het interesseert me eigenlijk niet. Ze zitten vervelend en mijn bril beslaat als ik ‘m moet dragen.”

Het mondkapjesverzoek blijkt alom aan dovemansoren gericht. In de sjiekere supermarkten dragen net zo weinig mensen mondbedekking als in de kiloknallers. In de Indische Buurt is het net zo droevig gesteld als in de Watergraafsmeer. Hoogopgeleide moeders met bakfietsen, mannen wiens Nederlands te beroerd is om een vraag te beantwoorden: het mondkapje boeit niet.

In de Albert Heijn, de Lidl en zelfs de Biolicious is de mondkapjesdrager niet of nauwelijks te vinden. Hipsters en moslims, vrouwen in mantelpakjes en mannen met bierbuiken: het gros van de winkelende mensen doet niet mee. Nergens overschrijdt het percentage dragers de twintig, in de meeste gevallen is het aanmerkelijk lager.

‘Zwalkend beleid’

Het belooft niet veel goeds voor de maand oktober: burgemeester Halsema stelde maandag dat het aantal besmettingen met 40 procent moet dalen voordat de overheid de teugels weer wat kan laten vieren. Als iedereen zich houdt aan de nieuwe regels, zou dat te halen moeten zijn.

Het verband tussen gedrag en besmetting wordt al winkelend nauwelijks gelegd of aanvaard. De Amsterdammers die je vraagt naar hun eigen verantwoordelijkheid blijven stil of lopen bozig weg. Zij wijzen naar de overheid, die zelf een zwalkend beleid voert. “Eerst werkten mondkapjes niet en nu moeten we ze allemaal op? Ik heb zelf ook nog een mening.” En die eigen verantwoordelijkheid? “Als ik het allemaal niet meer geloof, waarom moet ik me dan houden aan de wensen van de burgemeester?”

“Het is te vrijblijvend,” zegt Joram de Vos op de groenteafdeling van de Dirk van den Broek in de Pretoriusstraat. “Je ziet ze wel lopen, mensen die een mondkapje dragen. Maar het zijn uitzonderingen, dat nodigt niet uit om ’m zelf ook op te zetten. In de trein is er de verplichting, daar draag ik hem wel.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden