PlusAchtergrond

‘Neutrale’ campagne moet niet-stemmende Amsterdammers over de streep trekken, maar heeft dat zin?

Amsterdam is een campagne gestart om meer mensen naar de stembus te krijgen bij de gemeenteraadsverkiezingen op 16 maart, vooral in wijken waar de opkomst traditioneel laag is. Hoeveel zin heeft dat? ‘Je kunt de opkomst moeilijk op korte termijn beïnvloeden.’

David Hielkema
De verschillen in opkomst per Amsterdamse wijk bij verkiezingen zijn enorm.  Beeld anp
De verschillen in opkomst per Amsterdamse wijk bij verkiezingen zijn enorm.Beeld anp

Bij de landelijke verkiezingen van vorig jaar ontstond ophef in de Stopera. De gemeente had posters door de stad opgehangen met de oproep om naar de stembus te gaan en op te staan tegen discriminatie, klimaatverandering of voor meer veiligheid op straat.

Te veel politiek inhoudelijke thema’s, vond Marianne Poot van de VVD, die een ‘neutrale opkomstcampagne’ wilde. Ze kreeg steun van onder meer D66. Ook burgemeester Femke Halsema oordeelde dat de gemeente verre van politieke onderwerpen moet blijven, al voegde ze daaraan toe dat dit niet per se geldt voor maatschappelijke onderwerpen.

De nieuwe campagne is er inmiddels en die is zogezegd neutraal. Hoe dat eruitziet: de gemeente focust op ondervertegenwoordigde groepen en verspreidt informatieve filmpjes via sociale media over wat de gemeenteraad doet, wat een stadsdeelcommissie is en hoe je kunt stemmen. De filmpjes worden ondertiteld in onder meer het Engels, Turks en Arabisch. Andere maatregelen: vervoer voor ouderen inzetten zodat ze kunnen stemmen, de Stemwijzer en een speciale jongerencampagne.

Bedreiging voor democratie

Zo wil de gemeente de opkomstverschillen in de stad gelijk(er) proberen te trekken. In de binnenstad komt soms meer dan 90 procent opdagen, terwijl in sommige buurten in Zuidoost en Nieuw-West de opkomst lager ligt dan 20 procent.

Dat het belangrijk is die percentages op te krikken, onderschrijft politicoloog Floris Vermeulen (Universiteit van Amsterdam). Hij deed onder meer onderzoek naar de raadsverkiezingen van 2018 en krijgt geregeld de vraag wat een democratie eigenlijk waard is als 80 procent van een buurt niet meedoet. Zijn antwoord is stellig: “Participatieongelijkheid is een gigantische bedreiging voor het functioneren van de democratie. Die lijkt bovendien alleen maar te groeien. Als mensen niet participeren, zullen partijen ook minder letten op hun belangen. Vanuit partijen is dat logisch: je reageert waar je kiezers zitten. Maar uiteindelijk ondergraaf je daarmee het draagvlak voor het hele systeem.”

Of het nieuwe initiatief van de gemeente een zinvolle oplossing is, betwijfelt Vermeulen. Volgens hem gaat het niet lukken om met een algemene neutrale campagne de mensen te bereiken die zich niet gehoord voelen door de politiek. “Om mensen over de streep te trekken zal je op een of andere manier moeten bespreken waarom een steeds groter wordende groep niet meedoet.”

De discussie over opkomstcampagnes is vaker gevoerd. In 2014 wilde de gemeente een campagne inzetten specifiek gericht op mensen met een migratieachtergrond. Met name D66 was fel tegen en uiteindelijk werd de campagne ingetrokken. Vermeulen: “Ik snap dat het ingewikkeld ligt om op thema’s in te zetten, omdat je als overkoepelend instituut iets doet waar bepaalde politieke partijen waarschijnlijk electoraal van profiteren. Maar als gemeente moet je ook bezorgd zijn over het systeem an sich. Dat gaat wat mij betreft boven partijpolitiek.”

Diplomademocratie

Een andere doelgroep van de campagne zijn Amsterdamse jongeren. In 2018 kwam landelijk 42 procent van de 18- tot 35-jarigen opdagen bij het stemlokaal, bij een totale opkomst van 55 procent. Volgens politicoloog Roderik Rekker valt het wel mee in hoeverre deze groep afwezig is, maar moet vooral gekeken worden naar wélke jongeren wegblijven.

Theoretisch opgeleide jongeren stemmen namelijk wel vaak, terwijl praktisch opgeleide jongeren uit een gebrek aan belangstelling vaker niet komen opdagen. Rekker: “Zij hebben minder vaak het vertrouwen dat ze middels politiek een verschil kunnen maken. Uit onderzoek blijkt dat als een jongere de eerste keer niet stemt, de kans groot is dat hij of zij het nooit meer doet. De participatiekloof wordt daarmee alleen maar groter en we krijgen steeds meer een diplomademocratie.”

Veel van deze jongeren wonen in Zuidoost en Nieuw-West. Een optie om ze beter te bereiken is meer burgerschapsonderwijs. De gemeente is bezig om dit op mbo’s op te zetten. Een goede ontwikkeling, vindt Rekker. “Maar dit is nog vrij summier en wisselvallig. Er valt veel winst te behalen als je hen er beter bij betrekt.”

Vermeulen pleit ervoor deze discussie ook vooral buiten verkiezingstijd intensiever te voeren. “De discussie over opkomstbevordering komt altijd pas kort voor de verkiezingen op gang. Maar je kunt de opkomst van specifieke groepen moeilijk op korte termijn beïnvloeden. Voer met elkaar een fundamentele discussie over waarom bepaalde groepen politiek zijn afgehaakt, los van partijpolitiek.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden