PlusInterview

Na Holleeder vond rechter Frank Wieland het eigenlijk wel goed, maar door corona keerde hij tóch terug van pensioen

Frank Wieland, hier nog aan het werk in de oude rechtbank op de Parnassusweg. Beeld Erik Smits
Frank Wieland, hier nog aan het werk in de oude rechtbank op de Parnassusweg.Beeld Erik Smits

Terwijl Nederland vakantie viert, zijn er mensen druk met het puinruimen van de pandemie. Een zomer bikkelen om de wachtlijsten en achterstanden weg te werken. Vandaag deel 5: de rechtspraak.

In de zomer van 2019 ging Frank Wieland met pensioen, na 34 jaar rechter te zijn geweest, en daarvoor 6 jaar advocaat. In zijn laatste zaak had hij Willem Holleeder levenslang opgelegd, na 63 veelal bewogen zittingsdagen. Nu is hij terug, om de Amsterdamse rechtbank als politierechter te helpen de stapels dossiers weg te werken die zich met name in de eerste lockdown van­wege corona hebben opgehoopt. Rechters moeten verplicht met pensioen als ze 70 zijn, maar in een noodwet vanwege corona is die leeftijdgrens opgerekt tot 73. Wieland is net 72 geworden. Hij is een van de zes rechters die zich in ­Amsterdam van pensioen hebben laten terugroepen.

Een politierechter behandelt kleinere zaken waarin maximaal 1 jaar gevangenisstraf kan worden opgelegd. Hij of zij is alleen, niet met zijn drieën zoals in de meervoudige kamer voor grotere zaken, en vonnist meteen.

Deze dag heeft Wieland vooral winkeldieven voor zich gehad die voor de zoveelste keer in de verdachtenbank zaten. De eerste ‘stal boeken bij de vleet’. De verdachte herkende Wieland meteen als ‘die rechter van Holleeder’. “Hij kwam binnen, zag mij en zei: ‘Goh, meester Wieland, wat leuk dat ik u tref!’ Ik antwoordde: ‘Nou, leuk, dat weet ik nog zo net niet. De vorige keer heb ik levenslang opgelegd.’ Dat brak het ijs ­onmiddellijk. Als je een sfeer kunt creëren waarin iemand opengaat, is dat heel dankbaar. Dat is het streven.”

Overzichtelijk

Na de enorme ‘mega’ rond Holleeder, als sluitstuk van zijn carrière, vindt Wieland zijn hui­dige rol als politierechter wel lekker overzichtelijk. “Je hoeft niet te overleggen en doet meteen uitspraak. Vandaag had ik alleen winkeldieven. Vooral Oostblokkers, uit Roemenië en Polen. Die hopen hier werk te vinden, dat lukt niet en dan zoeken ze iets om van rond te komen en ­ergens een bed van te kunnen huren. Als je niet wilt, zoals een mevrouw met vijf eerdere veroordelingen, tja, dan wil het Openbaar Ministerie dat het eens is afgelopen en dat ze een tijdje vast komt te zitten.”

De van pensioen teruggekeerde rechter-plaatsvervangers, zoals ze formeel heten, kúnnen ook grotere zaken doen in driehoofdige rechtbanken, maar Wieland geeft vooralsnog de voorkeur aan de minder zware belasting van de kleinere zaken. “Anders ben je de hele dag onder de pannen en moet je daarna nog overleggen, het vonnis schrijven en dat nakijken. Dat heb ik tot nog toe niet gedaan.”

Twee keer per maand

Wieland ging niet met tegenzin met pensioen. “Na Holleeder vond ik het eigenlijk wel goed. Die enorme zaak was een goede manier om mijn werkzame leven af te sluiten, om allerlei redenen. Toen iemand me vroeg of ik niet weer zou gaan zitten, was ik verrast. ‘Dat kan niet, ik ben de 70 voorbij,’ zei ik. ‘O, dan weet je niet dat een coronawet je nu toestaat tot je 73ste recht te spreken. Kort daarna kwam dat mailtje van de rechtbank. Als je weet dat dit bedrijf steunt op loyaliteit…”

Wieland werd, geheel in coronastijl, via een zoomverbinding opnieuw beëdigd.

De lange duur tussen een misdrijf en de berechting was Wieland al lang een doorn in het oog. “Als dat nu nóg langer dreigt te worden door ­corona, is dat reden loyaal te zijn aan mijn col­lega’s en mijn principes. Als de organisatie het dan mogelijk maakt wat mensen aan te trekken die het klappen van de zweep kennen en die je zonder meer kunt neerzetten in de wetenschap dat het goed komt, moet je dat doen.”

Tweemaal per maand valt Wieland een halve dag in en dat vergt ook twee halve dagen voorbereiding. Hij komt uit zijn woonplaats Zaandam heen en weer om de vonnissen te tekenen.

Intensive care

Het invallen op de rechtbank is bepaald niet zijn enige confrontatie met corona. Meteen in de eerste golf van de pandemie, in maart vorig jaar, kreeg hij covid. “Ironisch genoeg liep ik het op tijdens een lezing voor allemaal rechercheurs in Oost-Brabant, waar het toch veilig zou moeten zijn. Corona dacht daar anders over. Binnen een week was ik doodziek. Zonder dramatisch te doen: ik ben door het oog van de naald gekropen. Ik lag maanden op de inten­sive care en moest maanden revalideren. Gearriveerd in een rolstoel, liep ik uiteindelijk fluitend de deur uit. Nu ben ik er weer, het gaat prima. Ook cognitief heb ik alles op een rijtje.”

Bijkomend voordeel: Wieland mag recht­spreken in het hagelnieuwe gebouw van de rechtbank, in de hoek van de A10 en de Parnassusweg in Zuid. “Prachtig. Zéker ook dat standbeeld voor de deur. (Van ‘een vriendelijke poortwachter’.) Het ontroerde me toen ik het voor het eerst zag. Het beeld is zoals rechters moeten zijn. Liefdevol, begrijpend, tegemoetkomend, naar de burger toe buigend.”

De rechtspraak in coronatijd

Corona raakte ook het recht, vanaf medio maart 2020. In alle gerechten in Nederland lagen voordien al 22.000 strafzaken op de plank.

De eerste lockdown vanaf 17 maart vorig jaar liet die achterstand snel en fors oplopen. Eerst werden alleen nog de urgentste zaken afgehandeld, vooral schriftelijk, telefonisch of online. Door corona nam het ‘telehoren’ een vlucht: veel vaker spraken rechters, officieren van justitie en advocaten via de video met verdachten in huizen van bewaring of gevangenissen – of vanuit hun huis als ze op vrije voeten waren.

Vanaf 7 april 2020 werden ook iets minder urgente strafzaken op de voornoemde manier behandeld. Vanaf 11 mei vorig jaar werden weer steeds meer zaken fysiek gedaan in de rechtbanken en gerechtshoven. Slachtoffers, naasten van verdachten en journalisten waren welkom, ‘gewoon’ publiek werd maar mondjesmaat toegelaten.

Vanaf 25 juni 2020 verruimden de rechtbanken en hoven hun openingstijden en gebruikten ze waar mogelijk meer locaties om de achterstanden sneller in te lopen. Gepensioneerde rechters zoals Frank Wieland keerden terug om te helpen.

In 2020 zijn 1,37 miljoen zaken behandeld in alle rechtsgebieden (dus ook in het civiel recht en het bestuursrecht). Van de 16.000 strafzaken die om corona waren uitgesteld, was in februari 2021 70 procent alsnog afgehandeld. Dat is het recentste cijfer, uit het jaarverslag van de rechtspraak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden