David Hielkema. Beeld Artur Krynicki
David Hielkema.Beeld Artur Krynicki

Na dit Haagse cadeautje zijn college en corporaties aan zet: bouwen!

PlusRepubliek Amsterdam

Den Haag had deze week een cadeautje voor Amsterdam: de omstreden en vaak bekritiseerde verhuurderheffing wordt met 500 miljoen euro verlaagd.

De verhuurderheffing, een belasting die woningcorporaties jaarlijks moeten afdragen, werd na de financiële crisis ingevoerd. Het sobere hervormingskabinet van VVD en PvdA kreeg op deze manier extra geld binnen. De staatskas werd inderdaad gespekt. In 2014 moesten corporaties 1,1 miljard euro afstaan, vorig jaar leverde de heffing de staat 1,8 miljard op.

De verhuurderheffing invoeren was voor de VVD óók een politieke keuze: de liberale partij baalt ervan dat Nederland koploper sociale huur is. Veel sociale huurders kunnen best doorstromen naar een woning in de wat duurdere vrije sector, was de partijgedachte.

Niets bleek minder waar. Mensen hebben het geld niet en het tekort aan middeldure woningen is landelijk enorm. Ook hield het aantal corporatiewoningen geen gelijke tred met de almaar uitdijende groep mensen die, vanwege een laag inkomen, recht hebben op een huurwoning in het goedkoopste segment.

Amsterdam had dus genoeg om over te klagen. Elke keer wezen de linkse Amsterdamse partijen met hun vinger naar Den Haag: daar zitten de schuldigen aan het tekort aan betaalbare woningen. Zonder die vermaledijde verhuurderheffing hadden corporaties tussen 2020 en 2024 zo’n 6000 woningen extra bij kunnen bouwen.

Het college van GroenLinks, PvdA, D66 en SP, dat in 2018 aantrad, zat vol ambitieuze plannen: in zeven jaar moest de stad 52.500 woningen rijker zijn. Jaarlijks moesten daarvoor 7500 woningen gebouwd worden, waaronder 2500 sociale huurwoningen en 1600 middeldure huizen.

Ambitieus, zeker. Maar het college heeft deze streefcijfers niet één keer gehaald. Sterker nog: door verkoop, liberalisering en sloop daalde het aantal betaalbare huurwoningen in de stad juist onder dit progressieve college.

Vooral middeldure woningen zijn broodnodig in de stad om leraren, verplegers en andere middeninkomens een plek te bieden. Maar het college slaagt er ook niet in om veel van dit type huizen te bouwen. Van alle nieuwe woningen die sinds 2018 gebouwd zijn, is slechts 15 procent voor de middenklasse betaalbaar. Steeds meer Amsterdammers die zoeken naar middenhuurwoningen – met een huur van rond de 1000 euro per maand – verdwijnen naar buurgemeenten.

Dan zou je nog kunnen zeggen: beleid heeft tijd nodig, dus de komende jaren moet het goed komen voor de sociale en middenhuurder. Maar wie goed naar de cijfers kijkt, ziet dat het linkse college ook hier niet voor zorgt. De meeste nieuwe woningen die worden gebouwd, komen op de vrije markt. Slechts 30 procent van alle nieuwe woningen is voor de middenklasse bestemd, in plaats van de beloofde 40 procent. Bovendien lopen woningcorporaties tegen beperkingen aan, zoals een trage afhandeling van vergunningaanvragen door de gemeente.

Amsterdam krijgt nu een cadeautje, maar is uiteraard niet tevreden. Verantwoordelijk wethouder Rutger Groot Wassink zei dat de korting nog niet genoeg is. Hij wil dat de verhuurderheffing helemaal afgeschaft wordt.

Natuurlijk, klagen is altijd makkelijk. Misschien wordt het tijd om ook eens kritischer naar het eigen beleid te kijken. Nu het kabinet zo’n forse hap uit de omstreden belasting schrapt, zijn de gemeente en corporaties aan zet.

Politiek verslaggever David Hielkema belicht in ‘Republiek Amsterdam’ een politiek onderwerp uit de stad.

Reageren? d.hielkema@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden