PlusReportage

Na de rellen in Amsterdam: ‘Dit kan best nog een keer gebeuren, ben ik bang’

Tussen Meer, dinsdagavond 26 februari. Beeld Joris van Gennip
Tussen Meer, dinsdagavond 26 februari.Beeld Joris van Gennip

In Amsterdamse buurten sloeg de vlam deze week in de pan. Eigenaren van vernielde zaken stropen de mouwen weer op, bewoners zijn bezorgd. ‘Misschien is dit het begin van een heel slechte tijd.’

“Je kijkt naar je eigen buurtje, naar de straat waar je al bijna dertig jaar gevestigd bent met je fysiotherapiepraktijk, en je denkt maar één ding: we moeten door.” Truida Heemskerk is er over het algemeen best nuchter over. “Ik hoorde ’s avonds al dat ze de ruiten van onze praktijk hadden ingegooid. Wat doe je dan? Wat kán je doen? De scherven opvegen en weer doorgaan. Dat is het enige.”

Toen ze donderdagochtend van buren in Osdorp een bos bloemen kreeg (‘voor de schrik’), daalde het besef van wat er nu eigenlijk was gebeurd pas goed in. Heemskerk is niet zo van het drama. “Maar toen realiseerde ik het me pas goed, denk ik. Ze vernielen hier gewoon ons bedrijf, omdat ze gefrustreerd zijn. Dat greep me meer aan dan ik had verwacht.”

Op verschillende plaatsen in de stad kwam het de afgelopen week tot soms gewelddadige rellen. Eerst liep een verboden demonstratie op het Museumplein uit de hand, waarna de verdreven relschoppers schreeuwend en stenen gooiend door de straten van de Concertgebouwbuurt trokken. Maandagavond stond vooral in het teken van confrontaties tussen de politie en rellende buurtjongeren in de Indische Buurt en een dag later sloeg de vlam dus in de pan in ­Osdorp.

Vuurwerkbommen

Een rondgang langs de plekken geeft een wisselend beeld over de impact die de relschoppers hebben gehad met hun acties. In de omgeving van het Museumplein zijn ze geschrokken, zegt de Britse Kate Ang, die in de Nicolaas Maesstraat wandelt met haar hondje. “Ik vond het wel even intimiderend, al die schreeuwende mensen die door de straat renden en fietsen op de weg gooiden. Ik hoop dat het komend weekend niet zover gaat komen. Maar in andere buurten was het wel vervelender, denk ik.”

Op de Molukkenstraat zit de schrik er meer in. Johan van den Berg, een negentiger die zijn hele leven nooit ergens anders heeft gewoond dan hier, is er ‘schrikachtig’ van geworden. “Vanuit mijn raam zag ik al die schreeuwende jongens door de straat rennen. Er ontploften de hele tijd vuurwerkbommen, de ramen trilden in de sponningen. Nooit gedacht dat we dit soort toestanden in Amsterdam zouden krijgen. Het engste vind ik: dit kan zomaar weleens níét de laatste keer zijn. We zitten met zijn allen nog wel even in de penarie, met corona, misschien is dit het begin van een heel slechte tijd.”

Elders in de Indische Buurt zien ze het zo’n vaart niet lopen. Medewerkers van Badhuis ­Oedipus op het Javaplein zijn de enige ondernemers die zelf schade ondervonden: bij hen werden vier ruiten ingegooid. “Ik zag het ’s avonds op internet. Wel een heel naar idee, maar al met al viel het best mee. Ik vind niet dat we dit moeten overdrijven, maar ik wil het ook niet down­scalen.” Ook even verderop bij café Superette zijn de houten planken voor de ramen inmiddels verwijderd. “Maar we hebben geen spijt dat we onze voorzorgsmaatregelen hebben getroffen,” zegt de bedrijfsleider.

In Nieuw-West was de schade het grootst: her en der op Tussen Meer, de lange, brede winkelstraat, zijn de sporen van de rellen nog te zien. Bij de tandartspraktijk werden de ruiten op twee plaatsen bekogeld met stenen. De eigenaar van een winkel vertelde dinsdagavond hoe zij jongeren die met stenen in de aanslag stonden op andere gedachten probeerde te brengen. “Op een gegeven moment heb ik er zelfs eentje in zijn nekvel gegrepen: die stond op het punt bij mij de ruiten te gaan ingooien.”

Volgens Truida Heemskerk hebben verschillende buurtbewoners haar laten weten dat de rellen voor veel emoties hebben gezorgd, vooral bij jonge kinderen. Naima loopt met haar zoontjes van zes en zeven door de winkelstraat. Ze woont net om de hoek, precies op de plek waar een aantal jongens dinsdagavond een aanhanger in brand staken. “De kinderen zagen dat en ze hoorden ook het vuurwerk ontploffen. Ze moesten allebei heel hard huilen. De afgelopen dagen hebben ze het er steeds over: ‘Mama, er komen geen knallen meer, toch?’ Ik heb gezegd: dat hoop ik, maar jullie zijn veilig hoor. Ik hou mijn hart vast voor komend weekend.”

Kruitvat

Piet van Driel van de gelijknamige gereedschapswinkel heeft de deuren van zijn zaak nog steeds bedekt met stevige houten platen. Onder de oppervlakte smeult het al een tijd in Osdorp, zegt hij. “Ik kan het prima vinden met vrijwel al die jongens hier, maar je voelt dat er onvrede heerst, dat er maar íéts hoeft te gebeuren of de boel komt tot ontploffing. Dat het hier een kruitvat is, dat hebben we dinsdagavond kunnen zien. Zo zinloos, het is vernielen om het ­vernielen.”

Tegelijk wil Van Driel zeggen dat corona ook iets goeds heeft gebracht. “Mensen zijn vriendelijker, socialer. Ze waarderen het dat ik hier zit, steken mij een hart onder de riem. In die zin is het niet alleen maar kommer en kwel.”

Van Driel heeft desondanks weinig hoop dat het nu gedaan is met de onrust. “Veel van die jongens wonen met enorme gezinnen op veel te kleine flatjes. In plaats dat ze hun kinderen thuis houden, zeggen ouders vaak: hup, naar buiten. Ik snap dat ook, als je met zijn allen op elkaars lip zit. Er is nauwelijks meer wat te doen voor ze, helemaal niet met die avondklok. Ik kijk er niet van op dat ze dan rottigheid gaan lopen uithalen. Dit kan best nog een keer gebeuren, ben ik bang.”

null Beeld Maarten Brante
Beeld Maarten Brante
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden