PlusInterview

Na 10 jaar actie tegen antizwart racisme heeft Jerry Afriyie de wind in de rug, maar: ‘Er is nog geen buit in zicht’

Jerry Afriyie (rechts) demonstreert tegen Zwarte Piet tijdens de intocht van Sinterklaas in Rijswijk in 2019.  Beeld Hollandse Hoogte / EPA
Jerry Afriyie (rechts) demonstreert tegen Zwarte Piet tijdens de intocht van Sinterklaas in Rijswijk in 2019.Beeld Hollandse Hoogte / EPA

In 2011 werd Jerry Afriyie tijdens de intocht van Sinterklaas nog in de boeien geslagen. Tien jaar later zit de activist aan tafel met ministers en burgemeesters om te praten over het Zwart Manifest. ‘Het protest na de dood van de Amerikaan George Floyd was een cruciaal moment.’

Echte verandering kost tijd, weet Jerry Afriyie inmiddels. “Ik ben van nature ongeduldig. Ik denk geregeld: laten we toch doorpakken. Trek die pleister er in één keer af, dan kunnen we daarna gaan chillen met z’n allen. Maar zo werkt het niet. We zijn bezig met een marathon, niet met een sprint. We moeten hoop en inspiratie putten uit de kleine stappen in de goede richting. We moeten blij zijn met de beweging die er is gekomen. We zitten tegenwoordig aan tafel en er wordt naar ons geluisterd.”

Dat is wél veranderd in tien jaar tijd. Op 1 juli 2011 lanceerde Afriyie samen met Quinsy Gario tijdens de viering van Keti Koti in het Oosterpark hun campagne tegen de figuur van Zwarte Piet. Enkele maanden later, bij de intocht van Sinterklaas in Dordrecht, werden de twee door de politie in de boeien geslagen. In het geval van Afriyie herhaalde zich dat in 2014 in Gouda en in 2016 in Rotterdam. Anno 2021 weet hij de ­premier aan zijn zijde en de bestuurders van de meeste gemeenten in het land. “We worden niet langer weggezet als fanatiekelingen.”

Nieuwe blik

Sterker, tien jaar na de start van de campagne in het Oosterpark is Afriyie (40) een gesprekspartner geworden van ministers en burgemeesters. Er wordt nog steeds gesproken over Zwarte Piet, maar nu als onderdeel van het Zwart Manifest, een actieplan om racisme en discriminatie van zwarte mannen, vrouwen en kinderen tegen te gaan. Op 10 juni jongstleden, precies een jaar na de drukbezochte Black Lives Matterdemonstratie in het Nelson Mandelapark, namen de demissionaire ministers Wouter Koolmees en Kajsa Ollongren het manifest persoonlijk in ontvangst.

De ministeriële belangstelling tekent de nieuwe blik waarmee in politiek Den Haag wordt gekeken naar de zwarte activisten die strijden ­tegen racisme en discriminatie. “We zijn semi-mainstream geworden,” grapt Afriyie. “We ­worden tegenwoordig uitgenodigd door politieke partijen en burgemeesters in het land om te ­komen praten. Onze vraag is niet veranderd: waarom accepteren we in Nederland dat zwarte ­kinderen minder kansen krijgen dan witte kinderen? We hebben plotseling de wind in de rug, mede dankzij de Black Lives Matterprotesten.”

Aanjagers

Het wereldwijde protest na de dood van de zwarte Amerikaan George Floyd door politie­geweld heeft de bereidheid van politici, bestuurders en ondernemers om te luisteren naar de zwarte gemeenschap sterk vergroot, stelt ­Afriyie vast. “Het was een cruciaal moment dat de bewustwording heeft versneld. Op kleine schaal zijn er meer momenten geweest. De actie van de blokkeerfriezen, de agressie tijdens de intocht in Eindhoven in 2018, de aanval op een vergadering van Kick Out Zwarte Piet in Den Haag: ook dat waren incidenten die mensen in beweging zetten.”

Een vrouw speecht op een Black Lives Matterprotest in Leeuwarden. Beeld ANP
Een vrouw speecht op een Black Lives Matterprotest in Leeuwarden.Beeld ANP

Het Zwart Manifest is een initiatief van een tiental organisaties, waaronder Afriyies Nederland Wordt Beter, The Black Archives en IZI ­Solutions. Afriyie: “Wij zijn de aanjagers, niet de eigenaar. Dat is de zwarte gemeenschap.” Achter het manifest zit een kerngroep van een twintigtal mensen, die in wisselende samenstelling overleg voeren met de buitenwereld. “We kijken bij elke uitnodiging aan welke deskundigheid behoefte is,” legt Afriyie uit. “Als het over onderwijs gaat, vragen we een expert uit het veld om mee te gaan naar het ministerie.”

De onderhandelaars schuiven aan namens de zwarte gemeenschap, en dat is een verantwoordelijkheid die serieus wordt genomen. Aan het Zwart Manifest is een heel proces voorafgegaan. “We hebben met honderden mensen gesproken over wat er in moest komen te staan. Met deskundigen zoals Gloria Wekker, Ernestine Comvalius en Glenn Helberg, maar ook met volwassenen en jongeren uit de zwarte gemeenschap. In vijf provincies zijn bijeenkomsten georganiseerd, ook om te voorkomen dat dit als een ding van de Randstad zou worden gezien. Het was belangrijk dat dit stuk breed wordt gedragen.”

De sessies in het land waren emotioneel. Daar kwamen de verhalen los over alledaags racisme en discriminatie. Soms voor het eerst. Afriyie: “Veel zwarte mensen vinden het lastig om over hun ervaringen te praten. Omdat wij er gericht naar vroegen, kwamen nu de verhalen naar ­boven over het pesten in de buurt of de achterstelling van kinderen op school. Dat was de ­basis van het manifest. We zijn er in totaal negen maanden mee bezig geweest.”

Lachend: “Het was een zware bevalling, maar het is een prachtig kind.”

Tastbaar actieplan

Het Zwart Manifest komt tegemoet aan de vraag die veel mensen stellen: wat kunnen we doen? “Het is een vraag die we van het begin af aan hebben gekregen,” vertelt Afriyie. “We hebben het antwoord lang uitgesteld omdat we het ­belangrijk vonden om eerst het probleem van racisme en discriminatie te benoemen. Het momentum was er ook nog niet. We waren als actievoerders voor veel mensen het gekste jongetje van de klas. Dat is niet het goede moment om rustig met elkaar aan tafel te gaan praten over een oplossing.”

Dat is nu heel anders. Dat het document wordt gelezen, werd deze week duidelijk. In een brief van de vier grote steden aan het kabinet in aanbouw over het slavernijverleden, wordt ook aandacht gevraagd voor een concreet actiepunt uit het Zwart Manifest, de komst van een nationaal bureau dat racisme en discriminatie moet tegengaan. Afriyie: “Ook in de gesprekken met de ministeries merken we dat het manifest wordt gewaardeerd. Een tastbaar actieplan maakt het gesprek voor iedereen gemakkelijker. Er ligt nu een agenda op tafel.”

Dat wil niet zeggen dat de buit binnen is. “Er is zelfs nog geen buit in zicht,” zegt Afriyie. “Er is veel in beweging, maar dat zegt nog niet veel. Beloften moeten ook beleid worden. In de jaren tachtig was er ook een opleving van de aandacht voor racisme en discriminatie. Dat heeft toen bar weinig opgeleverd. Er kwamen in het hele land antidiscriminatiebureaus, maar dat bleken achteraf tandeloze tijgers. Ook daarom is het belangrijk dat we er de tijd voor ­nemen om dit goed te doen. Er ligt een kans om samen af te rekenen met onrecht en ongelijkheid. Een babykansje, maar wel een kans.”

 Jerry Afriyie en Caitlin Schaap, ook van Kick Out Zwarte Piet,  ontmoeten Rob Jetten (D66) voorafgaand aan een racismedebat in de Tweede Kamer. Beeld Bart Maat/HH/ANP
Jerry Afriyie en Caitlin Schaap, ook van Kick Out Zwarte Piet, ontmoeten Rob Jetten (D66) voorafgaand aan een racismedebat in de Tweede Kamer.Beeld Bart Maat/HH/ANP

Dekolonisatie, representatie en gelijkwaardigheid

Aandacht voor de zwarte geschiedenis in het onderwijs, een staatscommissie die onderzoek doet naar racisme en discriminatie en in de media meer kleur op redacties en in programma’s. Het is maar een kleine greep uit de meer dan honderd adviezen en actiepunten in het Zwart Manifest, verdeeld over twaalf domeinen in de samenleving.

Bij elkaar is het een draaiboek voor het tegengaan van antizwart racisme en de bevordering van de zwarte emancipatie, legt Afriyie uit. “Er staan punten in die in geen miljoen jaar werkelijkheid zullen worden. Andere voorstellen zijn zonder veel moeite te verwezenlijken. Het uitgangspunt is: dit is wat er nodig is voor verbetering van de positie van zwarte Nederlanders.”

Drie pijlers vormen het fundament van het manifest: dekolonisatie, representatie en gelijkwaardigheid. Dat betekent dat obstakels en uitsluitingsmechanismen moeten worden weggenomen, de zwarte gemeenschap goed moet worden vertegenwoordigd in de top van organisaties en dat zwarte mensen gelijke kansen krijgen in alle maatschappelijke sectoren.

Voor bijvoorbeeld het onderwijs houdt dat onder meer in dat zwarte geschiedenis een plek krijgt in de leerstof, dat in het basisonderwijs een onderzoek wordt ingesteld naar de oorzaak van te lage schooladviezen voor zwarte kinderen en dat schoolbesturen en directies een afspiegeling vormen van de samenleving.

De overheid moet volgens het manifest onder meer worden uitgerust met een staatscommissie die zich naar voorbeeld van de Onderwijsraad bezighoudt met racisme en discriminatie. Deze commissie doet onderzoek naar institutioneel racisme bij de landelijke, regionale en lokale overheid en houdt ook de verkiezingsprogramma’s van politieke partijen kritisch tegen het licht.

De media moeten zorgen voor meer diversiteit, zowel binnen de eigen organisatie als in de producties. Dat betekent meer presentatoren, gasten en deskundigen van kleur op televisie. Er moet duidelijk stelling worden genomen tegen racisme en een onafhankelijk bureau moet onderzoek doen naar institutioneel racisme en discriminatie op redacties.

www.zwartmanifest.nl

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden