Plus Reportage

Muziek bij Eiwerk als reddingsboei voor psychische klachten

Bij Eiwerk maken mensen met een psychiatrische achtergrond muziek. Voor Marin Mathijsen is dat misschien wel levensreddend geweest. De gemeentelijke financiering staat echter op de tocht.

Guido van der Vet, Marin Mathijsen, Wilma Heijwegen en Ian Rijksen (vlnr) aan het werk in de studio. Beeld Dingena Mol

Marin Mathijsen (1965) haalt diep adem voor een liedje van Radiohead: High and Dry. Op gitaar hebben we Guido van der Vet (1960). Achter de drums zit Ian Rijksen (1969).

De drummer is docent, maar de zangeres en gitarist zijn ‘deelnemers’. Niet cliënten, patiënten of ex-patiënten, maar deelnemers. “Want we zijn geen zorginstelling,” zegt Winnie Boegborn, de directeur van Muziekcentrum Eiwerk. “We hoeven ook niet te weten wat de deelnemers hebben meegemaakt, al staat het iedereen vrij erover te vertellen.”

Soms kunnen deelnemers er bijna niet omheen om iets over zichzelf te zeggen. Muzikanten van Inforsa –een psychiatrische en forensische kliniek – nemen geregeld een begeleider mee, omdat ze mede vanwege de medicatie wankel kunnen zijn.

Proefkonijn voor heroïne

Zangeres Mathijsen komt al jaren bij Eiwerk, gevestigd in een voormalige drukkerij op de H.J.E. Wenckebachweg, pal achter de voormalige Bijlmerbajes. Ze is psychosegevoelig. Nu gaat het goed met haar, maar ze heeft ook zware perioden gekend. “Het is raar om te zeggen, maar Eiwerk is een lifesaver geweest,” zegt ze. “Anders was ik er misschien niet meer geweest.”

Mathijsen vindt Eiwerk ‘een wereld in een wereld’. Buiten is het hard, maar binnen is het zacht. In de muziekstudio is ze met gelijken, en dat voelt beschermd.

Gitarist Van der Vet komt drie dagen per week muziek maken, al zeven jaar. Hij was in het verleden dakloos en verslaafd aan heroïne en cocaïne. Hij kreeg van de GGD heroïne op medisch voorschrift. “Sterker, omdat ik al lang gebruikte, heb ik de heroïne getest die de GGD aan andere verslaafden verstrekte. Ik was een soort proefkonijn.”

Nadat hij van kanker was genezen, is hij afgekickt van de zware middelen. Blowen doet hij nog wel, ook al op medisch voorschrift.

De muzieksessies geven Van der Vet ritme en regelmaat, waardoor de kans op een terugval afneemt. Voordat hij verslaafd raakte, speelde hij als jonge jongen ook al gitaar. “Maar het mocht niet van m’n vader, dus ik ben blij dat ik het rond m’n vijftigste weer heb opgepakt. Ik treed soms op en ik zing zelfs. Dat durfde ik vroeger niet.”

Snijden in aantal aanbieders

Bij Eiwerk komen jaarlijks zo’n 120 deelnemers voor muzieklessen (piano, gitaar, rock, pop, zang, hiphop, percussie, studiotechniek, elektronische muziek) en jamsessies. Ook kun je er filmpjes maken. Bij zorginstellingen als HVO-Querido en De Brouwerij worden ook muzieklessen aangeboden als dagbesteding. “Maar Eiwerk is anders, omdat we erin gespecialiseerd zijn. Onze ruimte is volledig uitgerust als muziekstudio. Daarnaast zijn onze medewerkers geen hulpverleners,” zegt directeur Boegborn. “Wat we doen, kan therapeutisch werken, maar we werken niet op een therapeutische basis.”

Het muziekcentrum krijgt jaarlijks 220.000 euro van de gemeente. De subsidieregeling voor maatschappelijke opvang loopt tot en met volgend jaar; het is nog onduidelijk of en hoe de gemeente Eiwerk daarna blijft ondersteunen, en dat geldt ook voor andere aanbieders van dagbesteding.

Amsterdam wil de activiteiten voor mensen als Mathijsen en Van der Vet namelijk eenvoudiger organiseren en werkt daarom aan een nieuwe invulling van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo); de gemeenteraad beslist op 6 november over de uitwerking.

Zo moet het aantal aanbieders van dagbesteding worden teruggebracht van veertig naar de helft. De bezigheden moeten zoveel mogelijk in de eigen buurt worden aangeboden; in de professionele studio van Eiwerk komen echter mensen vanuit de hele stad. “We gaan gebruik maken van ons inspreekrecht,” zegt Boegborn. “Deze voorziening mag niet verdwijnen.”

Psychiaters, huisartsen en zorginstellingen kunnen mensen nu gewoon doorsturen naar Eiwerk en muzikanten kunnen zich ook zelf aanmelden; er is dan ook een wachtlijst. In de toekomst gaat een verwijzing mogelijk via een Buurtteam, dat onder de regie van de gemeente valt – zo hoopt de gemeente meer grip te krijgen op wat er met subsidies gebeurt.

Bovendien ziet de gemeente graag dat de maatschappelijke opvang van tijdelijke aard is, en uitmondt in herstel, of reïntegratie naar betaald of vrijwillig werk. “Veel mensen met deze achtergrond kunnen simpelweg geen vrijwilligerswerk of betaalde baan aan,” zegt Boegborn. “Herstel is helaas niet altijd een optie. Daarom is langdurige, specifieke ondersteuning nodig.”

Oude drukkerij achter de Bijlmerbajes

Eiwerk is gehuisvest in een voormalige drukkerij op de Wenckebachweg. Het pand is aangeschaft door Maarten Egmond, zoon van de Amsterdamse kunstenaar Jaap Egmond. De oudste zoon van Maarten kende een voorspoedig leven, totdat hij tijdens zijn studie kunstmatige intelligentie werd getroffen door diverse psychoses. Hij moest stoppen met z’n studie. Muziekcentrum Eiwerk, dat het pand huurt van Egmond, is bestemd voor mensen met een soortgelijke achtergrond. De organisatie bestaat al elf jaar. Eiwerk is vernoemd naar de bijnaam van eigenaar Egmond – eggy, Engels voor ei. Ook zien de oprichters het muziekcentrum als creatieve broedplaats waar mensen hun ei kwijt kunnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden