PlusInterview

Museum voor straatcultuur: ‘Graffiti is een teken: kijk, ik besta’

Een museum om te bewaren wat per definitie vergankelijk is. In de Dutch Graffiti Library wordt de graffiticultuur – mooi of lelijk – behouden als erfgoed. ‘Uitgangspunt was dat het geen kunst is.’

Oprichters-verzamelaars Richard en Marcel van Tiggelen in de Dutch Graffiti Library. Beeld Nosh Neneh
Oprichters-verzamelaars Richard en Marcel van Tiggelen in de Dutch Graffiti Library.Beeld Nosh Neneh

Duizenden foto’s, honderden boeken, T-shirts, platenhoezen, zeefdrukken: de Dutch Graffiti Library verzamelt alles wat de Nederlandse graffiticultuur in vijftig jaar heeft voortgebracht. En de collectie breidt zich nog steeds uit, zegt Richard van Tiggelen. “Van een anonieme schrijver kregen we onlangs met de post een doos met honderd gebruikte viltstiften opgestuurd. Die had hij al die jaren bewaard. Het geeft aan dat mensen uit de scene het toch interessant vinden wat wij hier doen. Niet eens vanwege het werk, maar vooral vanwege het verhaal erachter.”

Dat verhaal wordt bewaard door de Dutch Graffiti Library, die sinds het begin van het jaar onderdak heeft gevonden bij Denim City, een leerwerkplaats in De Hallen in De Baarsjes waar van oude jeans nieuwe kleding wordt gemaakt. Het is een interessante combinatie, vertelt Sanne van Doorn. “De leerlingen komen geregeld binnen om even een kijkje te nemen. Sporen van de graffiticultuur zijn overal terug te vinden, zeker ook in de mode. Populaire merken als Supreme en Patta zijn gefundeerd op hiphop, waar graffiti ook deel van uitmaakt. Wij kunnen dat hele verhaal hier laten zien.”

Rebelse cultuur

Het kleine museum is een grote stap voor de Dutch Graffiti Library, die is gegrondvest op de privéverzameling van de broers Marcel en Richard van Tiggelen. “We zijn in de jaren tachtig begonnen met het vastleggen van graffiti,” vertelt Richard. “We reisden het hele land door om pieces te fotograferen. Graffiti was toen nog een rebelse cultuur. De schrijvers waren jong, soms nog maar net twaalf jaar. Het waren vaak leerlingen van de grafische school. Het was natuurlijk spannend. Het moest allemaal stiekem en snel. Er werd een kat-en-muisspel gespeeld met de politie.”

Het duurde tot ver in de jaren negentig voor de straatcultuur in Nederland serieuze aandacht kreeg. In 2004 verscheen van de hand van Marcel van Tiggelen een boek over de graffiti op het Waterlooplein. Broer Richard: “Dat was echt het eerste boek over het onderwerp.” Belangrijk was ook de Biënnale van Venetië in 2015, waar Nederlandse en Amerikaanse graffitischrijvers een paviljoen mochten vullen met hun werk. “Onderdeel van de expositie was een bibliotheek met boeken over graffiti. Daarvoor kwam men naar ons. Wij hadden de meeste obscure uitgaven in huis.”

Banksy en Blek le Rat

De straatcultuur in de grote steden bracht erkende kunstenaars voort: Blek le Rat uit Frankrijk, Banksy uit Engeland, Futura uit Amerika en Delta uit Nederland. De stap van muur naar museum is een spannende, zegt Van Tiggelen. “Graffitischrijvers kiezen hun eigen pad. Dat kan ook een toekomst als beeldend kunstenaar zijn of een commerciële toepassing. Uitgangspunt van de originele straatcultuur is dat graffiti geen kunst is. Het wordt gemaakt in de wetenschap dat het vergankelijk is. Het is een teken: kijk, ik besta.”

De hoogtijdagen van de graffiti liggen in de vorige eeuw, en dat heeft ook veel te maken met de manier waarop Amsterdam zich heeft ontwikkeld. De rauwe, verloederde stad van toen is een schone stad geworden zonder rafelranden. Van Doorn: “Er is een aantal gedoogzones waar schrijvers hun ding kunnen doen. Dat is toch anders dan vroeger. Er komt bij dat de stad vol hangt met camera’s. De mogelijkheid tot onzichtbaarheid is verdwenen.” Lachend: “Schrijvers worden nu uitgenodigd om de dichtgetimmerde etalages in de PC Hooft onder handen te nemen.”

Amsterdam is voor de tegencultuur niet meer de vruchtbare bodem van weleer, vindt ook Van Tiggelen. “Je kunt graffiti vergelijken met de housecultuur. Die heeft ook kunnen ontstaan bij de gratie van lege hallen die in de jaren negentig nog overal te vinden waren. Uit die obscuriteit is een enorme industrie voortgekomen. Dat zou nu ook niet meer kunnen. Ik vind het vooral jammer voor de dwarse kinderen van nu. Wat hebben die nog voor mogelijkheden in de huidige stad om zichzelf te kunnen ontdekken of uit te vinden?”

Nieuw onderkomen

Gelukkig hebben we de foto’s nog, en de boeken, de T-shirts en de andere stukken uit de collectie van de Dutch Graffiti Library. Een klein deel daarvan is te zien in het nieuwe onderkomen in De Hallen, een ander deel wordt getoond en beschreven in een maandelijkse krant Urban Heritage en de website. Van Doorn: “We dromen al voorzichtig van de volgende stap: een echt museum.” Daarvoor moeten fondsen worden gevonden, en een geschikte plek, bij voorkeur in Noord of Zuidoost. “Graffiti is erfgoed,” zegt Van Tiggelen. “Er is veel op gescholden, maar het wordt nu als belangrijk gezien.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden