Plus

Murat Isik: ‘In de bibliotheek ben ik voor altijd veranderd’

Murat Isik, winnaar van de Libris Literatuur Prijs, kwam als kind al in de bibliotheek in ­Zuidoost. ‘In dat boekenpaleis ging voor mij een compleet nieuwe wereld open.’ 

Murat Isik: ‘Van achterloper werd ik binnen een paar maanden de beste voorlezer van de klas.’ Beeld Rahi Rezvani

Weet u nog wanneer u voor het eerst een OBA ­bezocht?

“Ja, dat weet ik nog heel goed. Het was in de herfst van 1983, ik was toen zes jaar. Tot haar grote schrik had mijn moeder op een ouderavond van mijn juffrouw te horen gekregen dat ik een flinke leesachterstand had en naar de bibliotheek moest om die weg te werken.” 

“De volgende dag sleepte mijn moeder me mee naar de bibliotheek in Ganzenhoef, in de Bijlmer. Ik heb die voor mij in zoveel opzichten indrukwekkende gebeurtenis verwerkt in mijn roman Wees onzichtbaar. Daarin kampt de hoofdpersoon, Metin, eveneens met een leesachterstand en laat ik zien wat voor magische wereld hij betreedt wanneer hij voor het eerst de bieb bezoekt.”

Hoe keek u als kind naar zo’n gebouw vol boeken?

“De bibliotheek van Ganzenhoef zat op een donkere en tochtige plek, onder het viaduct van de Bijlmerdreef waar het krioelde van de junks. Maar dat maakte me niet uit, want binnen zag ik overal boeken en ik mocht er zelfs vier uitzoeken en mee naar huis nemen. Dat was voor mij als zesjarige zo bijzonder.” 

“Ik had er natuurlijk nog niet de woorden voor als kleine jongen, maar ik voelde me op de een of andere manier bevoorrecht, het voelde als een geschenk. In dat boekenpaleis in de Bijlmer ging voor mij een compleet nieuwe wereld open, een wereld waarin ik mezelf kon verliezen. Daar ben ik voor altijd veranderd in een jongen die koortsachtig leest, en daar, op die plek, is ook de kiem gelegd voor mijn schrijverschap.”

Welke boeken las u als puber of student?

“Ik las veel Marvelstripboeken, The Avengers, De Hulk, X-Men, maar later ook de jeugdboeken van Evert Hartman, die ik bij toeval ontdekte in de reusachtige bibliotheek op het Bijlmerplein, waar ik later ook alle boeken voor mijn leeslijsten Nederlands, Engels, Duits en Frans heb geleend. Aan die leeslijsten had ik mijn handen op een gegeven moment zo vol, dat ik nauwelijks toekwam aan andere vakken. Ik heb in een paar jaar tijd bijna vijftig romans gelezen, veelal klassiekers. Nu kan ik wel opbiechten dat het allemaal vertalingen waren. Als ik Camus in het Frans had moeten lezen, was ik nu nog bezig.”

“Als rechtenstudent las ik, tot mijn afgrijzen, vooral gortdroge juridische handboeken en saaie jurisprudentie. Dat waren zielloze en zonder enige taalvirtuositeit geschreven werken, waar ik nauwelijks doorheen kwam. Na een pagina gelezen te hebben in de bibliotheek van de ­Oudemanhuispoort, waar de rechtenfaculteit toen zat, had ik soms geen idee wat ik eigenlijk gelezen had, omdat het me totaal niet interesseerde en mijn gedachten steevast afdwaalden. Maar het was mijn eer te na om te stoppen met die studie.”

Wat betekent ‘de bieb’ voor u?

“De veilige haven van mijn jeugd. Op de middelbare school was ik lang niet op mijn plek, ik was echt een buitenbeentje. Ik trok me terug in de kleine school­bibliotheek. Maar veel liever ging ik naar de bibliotheek op het Bijlmerplein, in de Amsterdamse Poort, waar ik duizenden uren heb doorgebracht met een zak snoep, snuffelend door de boekenkasten, op zoek naar pareltjes. En in een hitsige bui bladerde ik door mooie fotoboeken op zoek naar vrouwelijk schoon.”

“Tegenwoordig treed ik vooral op in bibliotheken, en ik doe er research voor mijn nieuwe roman, die zich in San Francisco afspeelt.”

Kunnen boeken het leven van mensen veranderen?

“Ik ben er zelf het levende bewijs van. Lezen was voor mij vooral het vergroten van mijn taal­gevoel, en de weg naar zelfontwikkeling en kennisvergaring. Zoals gezegd liep ik als zesjarige achter met lezen, maar doordat ik elke week de bieb bezocht en vier boeken per week las, verbeterde niet alleen mijn leesvaardigheid, maar ook mijn taalniveau enorm in korte tijd. Van achterloper werd ik binnen een paar maanden de beste voorlezer van de klas.”

“Onderzoek heeft aangetoond dat een taalachterstand op jonge leeftijd later heel moeilijk kan worden ingehaald. Zo bezien heeft de bieb mijn leven een andere wending gegeven. Sterker nog: ik ben ervan overtuigd dat als ik in mijn jeugd niet zoveel gelezen had, ik nooit schrijver was geworden. Het begon met de liefde voor het lezen.”

Heeft u wel eens stiekem gekeken hoe uw eigen ­boeken erbij staan?

“Toen mijn debuutroman Verloren grond in 2012 verscheen, deed ik dat nog weleens, maar als ik nu in de bieb kom, is het om op te treden of wat te lezen.”

Hoe ziet u de toekomst van de bibliotheek?

“Daar maak ik me zorgen over. Na de financiële crisis van 2008 is er landelijk echt snoeihard bezuinigd op bibliotheken door de gemeenten. Het ondenkbare gebeurde toen in Nederland: tientallen bibliotheken moesten de deuren sluiten en verdwenen voorgoed. Ik dacht dat we het ergste achter de rug hadden, zeker omdat het finan­cieel weer beter gaat met ­Nederland, maar een paar dagen geleden las ik dat nog dertig bibliotheken dreigen te verdwijnen omdat gemeenten geld nodig hebben om de kosten voor jeugd- en ouderenzorg te dekken, en daarvoor moeten bezuinigen.”

“Ik las dat veel bibliotheken de afgelopen jaren al gekort zijn op hun budget, soms tot wel 12 procent, en dat veel ­bibliotheken het water nu aan de lippen staat. Er dreigt dus een nieuwe sluitingsgolf aan te komen, terwijl bibliotheken juist het culturele hart vormen van veel plaatsen en het essentieel is om de toegang tot boeken zo laagdrempelig mogelijk te houden. Zo kunnen niet alleen kinderen met een taalachterstand, maar ook laaggeletterden makkelijk aan boeken komen.”

“Bovendien kan zo ook de ontlezing worden tegengegaan. De politiek moet zich hard maken voor het behoud van de resterende bibliotheken, want als ze eenmaal ­verdwijnen, komen ze niet meer terug. Dat zou een groot cultureel verlies zijn, waar we als land nog veel generaties last van zullen hebben.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.