Plus Achtergrond

Moshé Zwarts: ‘We werden opgevangen in de catacomben van CS’

De Joodse Moshé Zwarts (81) uit Amsterdam werd na terugkeer uit het kamp met zijn ouders ‘opgevangen’ op het Centraal Station. Op zijn verzoek plaatst de NS een plaquette over die ‘buitengewoon kille ontvangst in troosteloze ruimten’.

Moshé Zwarts. Beeld Wouter le Duc

Toen Moshé Zwarts in zijn architectenbureau Zwarts & Jansma, dat zich bezighoudt met de verbouwing van het Centraal Station, de artist’s impression van de nieuwe onderdoorgang aan de oostzijde van het CS zag, herkende hij het bogenplafond meteen. Het beeld bracht hem direct terug naar 1945, toen hij met zijn ouders na de oorlog terugkeerde in de stad. “Ik was zeven jaar en had samen met mijn ouders Bergen-Belsen overleefd. We bezaten niets meer en werden opgevangen in de catacomben van het Centraal Station, die dienden als opslag voor vrachtgoederen. Aan die koude ontvangst op die lugubere plek heb ik vaak gedacht,” zegt Zwarts.

Het Amsterdamse gezin moest langs de tafels lopen om zich te registreren bij diverse instanties. De ontvangst was uiterst kil en zelfs vijandig. Zwarts: “Waar de Belgische en Franse Joden met vlaggen en muziek een warm onthaal kregen, zaten wij in de kelders. De Nederlandse staat heeft zich misdragen na de oorlog. Die plek getuigt van het falen van de Nederlandse overheid bij de opvang van zwaar door het naziregime mishandelde landgenoten.”

In 2017 schreef hij in zijn brief aan de NS: ‘Hoe wij na de ‘ontvangst’ in het CS behandeld werden, zal ik u besparen. Ik kan u wel verzekeren dat de repatriërende Joden het erover eens waren dat de ‘ontvangst’ in Nederland buitengewoon schandalig was. Waarom werden we in die afschuwelijke catacomben ontvangen en niet bijvoorbeeld in het leegstaande paleis op de Dam?’

Twee keer opgepakt

Het verzoek om deze historische plek voor Joods Nederland te memoreren met een plaquette is betrekkelijk snel ingewilligd door de NS. Vrijdag wordt de plaquette onthuld bij de IJzijde van de oosttunnel.

De plaquette is gebaseerd op de herinneringen van Zwarts, die aan het begin van de oorlog in de Eemsstraat in de Rivierenbuurt woonde. Het gezin werd twee keer opgepakt tijdens een razzia. Na de eerste razzia wisten ze uit de Hollandsche Schouwburg te komen, de verzamelplaats waarvandaan Joden naar Westerbork en het oosten werden gebracht. “We kregen een speciaal stempel en konden weer vertrekken. Het had te maken met het feit dat ik in Israël geboren was. Mijn ouders, die zionisten waren en er enige jaren hadden gewoond, mochten er toen ook uit.”

Maar na de tweede razzia lukte dat niet meer en werd de familie gedeporteerd naar Westerbork en vervolgens Bergen-Belsen, waar ze anderhalf jaar zat.

Het gezin zat in april 1945 in het zogeheten verloren transport, in een trein met tweeduizend Joodse gevangenen die, toen de Britse troepen het kamp naderden, door de nazi’s in oostelijke richting werden gestuurd. Tijdens de treinreis van tien dagen stierven honderden mensen.

Even buiten het dorp Tröbitz, een kleine gemeente in Brandenburg, kwam de trein tot stilstand en werden de gevangenen door de Russen bevrijd. “De Russen zeiden: ‘Jullie zijn nu vrij.’ Er werd een veldhospitaal ingericht waar nog een paar honderd mensen zijn gestorven. We hebben er twee maanden gezeten. Van de Nederlandse regering hoorden we helemaal niets. Met legertrucks zijn we naar Leipzig en vervolgens naar Maastricht gebracht. We kregen daar kaartjes voor een cabaret; het was zo antisemitisch als wat.”

Lijsten met vermoorden

Het gezin werd vervolgens in legertrucks naar Amsterdam vervoerd. “Toen we de Berlagebrug over reden, was er grote euforie over de bevrijding. Het Wilhelmus werd gezongen. Maar toen kwam die grote tegenstelling op het CS. Ik verwachtte dezelfde blijdschap, maar die was er helemaal niet.”

Het was, zegt Zwarts, in die catacomben ook zo luguber omdat er dagelijks door het Rode Kruis bijgewerkte lijsten werden opgehangen van Joden die in de kampen vermoord waren. Heel Joods Nederland kwam er kijken om erachter te komen of ze nog overlevende familieleden en vrienden konden verwachten.

Op de plaquette wilde Zwarts geen neutrale tekst hebben staan, maar juist een tekst die de houding van de overheid na de oorlog duidelijk maakt. “De tekst op de plaquette is vele malen bekeken en herzien. Er staat nu op dat de tekst gebaseerd is op mijn herinneringen. Dat had er van mij niet op hoeven te staan, maar goed. Er is nu toch een beetje revanche, want we worden voor de onthulling vrijdag in de koninklijke wachtkamer op het Centraal Station opgevangen.”

Plaquettetekst

‘Herinnering

In de catacomben van dit station ving de Neder­landse overheid, in de chaos direct na afloop van de Tweede Wereldoorlog, de weinige overlevenden van de concentratiekampen op.

Die opvang toen was buitengewoon kil.

Eerder, in de periode van 1942 tot en met 1944, werden de Nederlandse Joden in opdracht van de bezetter per trein weggevoerd naar kampen zoals Westerbork en Vught en daarna door naar het oosten. Ook politieke gevangenen, verzetslieden, Sinti, ­Roma en anderen deelden dit lot.

De catacomben van dit station waren destijds troosteloze ruimten. De kwelling voor deze kleine groep mensen die terugkeerde, duurde nodeloos voort.

Voor deze keer kon de Duitse bezetter niet als excuus worden gebruikt. De overheid, verantwoordelijk voor de barmhartige opvang van de concentratiekampoverlevenden, faalde in de uitvoering van haar taak.

Bron

Bovenstaande tekst is voor een deel gebaseerd op de herinneringen van Moshé Zwarts, die hier als jongen van bijna acht jaar aankwam, na Bergen-Belsen te hebben overleefd.’

10 procent van de bevolking

In Nederland woonden ruim 140.000 Joden. Ongeveer 107.000 van hen werden uit ons land weggevoerd, slechts 5200 overleefden de vernietigingen. Amsterdam verloor met het uitmoorden van de Joodse gemeenschap in deze stad zo’n 10 procent van zijn bevolking.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden