PlusGeschiedenis

Monne de Miranda: de arbeider die wethouder werd

De krachtige socialistische wethouder Monne de Miranda kwam op voor de Amsterdamse arbeiders. Toch werd hij later door een van hen doodgeslagen.

Monne de Miranda (1875-1942) was de eerste Joodse socialistische wethouder van Amsterdam.Beeld Stadsarchief

Monne de Miranda heeft vele bekende projecten op zijn naam staan. Hij was betrokken bij de Centrale Markthallen, woningbouw voor arbeiders en werkgelegenheidsprojecten als het Amsterdamse Bos. Ze zijn beschreven in de in 1993 verschenen vuistdikke biografie van Gilles Borrie. “Maar ik wilde vooral weten wie de persoon De Miranda was. Wie was hij als mens?” zegt documentairemaker Saskia van den Heuvel (49), die op verzoek van de Joodse afdeling van de EO de documentaire Zoon van Mokum maakte.

Ze sprak met zeven kleinkinderen. “De oudsten herinneren zich een warme betrokken grootvader die erg met zijn werk bezig was, maar ook veel aandacht voor hen had en hen tijdens zijn vele reizen kaarten en brieven stuurde.”

Monne de Miranda – voluit Salomon Rodrigues de Miranda – werd in 1875 geboren in een arm milieu. Hij werd op zijn elfde van school gehaald en ging als leerling aan de slag bij diamantslijperij Bottenheim aan de Nieuwe Lijnbaansgracht. Hij was het oudste kind in een orthodox-joods gezin.

Het De Mirandabad

In de Algemene Nederlandse Diamantbewerkersbond, die onder meer streed voor de achturige werkdag, werkte hij zich op tot bestuurder. In 1919 werd hij wethouder Volkshuisvesting en Stadsontwikkeling en liet tienduizenden arbeiderswoningen bouwen. Hij zorgde voor washuizen, badhuizen en zwembaden – het De Mirandabad werd naar hem vernoemd. Van den Heuvel: “Hij was uitermate gedreven in zijn werk. Hij wilde de positie van de arbeiders verbeteren. Ook de huisvrouw moest het beter krijgen. Hij was zijn tijd vooruit.”

In de documentaire is te zien hoe zijn kleindochter Debora (1965) over de Joodse begraafplaats in Amersfoort loopt waar De Miranda, die in de oorlog in een massagraf terechtkwam, is herbegraven. Debora vindt dat ongepast. De Miranda had immers afstand genomen van zijn orthodoxe geloof. Daartegenover staat het verhaal van kleindochter Willie (1933). Ze was een jaar of negen en speelde het Chanoekalied voor hem op de piano. Hij zong mee maar zette er wel zijn hoed bij op. “Het raakte kennelijk een gevoelige snaar bij hem.”

In het Stadsarchief ligt 8 meter archief van De Miranda, waaronder zijn dagboekschriften, essays en brieven. “Toen hij wethouder werd, schreef hij een essay over zijn overstap van de arbeiderswereld naar de heersende klasse. Hij besefte dat zijn verhouding met zijn kameraden zou veranderen en voorzag dat hij dingen moest doen die niet bij zijn kameraden in goede aarde zouden vallen. Een prachtige overpeinzing.”

Kamp Amersfoort

Een van die dingen was het werkgelegenheidsproject in het Amsterdamse Bos, waaraan werklozen moesten meewerken. Vanwege de lage lonen en slechte werkomstandigheden leidde dit tot felle kritiek uit communistische hoek. “De Miranda hoorde bij de vechters voor arbeiders­participatie en had zich hard gemaakt voor werkloosheidsuitkeringen aan arbeiders. Hij kwam uit de arbeidersklasse en zette ineens zijn eigen mensen aan het werk. Hij werd als verrader neergezet.”

De tewerkstelling van Amsterdamse arbeiders in werkgelegenheidsprojecten zou hem in 1942 duur komen te staan toen hij in doorgangskamp Amersfoort terechtkwam.“Ze stonden op hem te wachten, de Amsterdamse werklozen en communisten die in het kamp zaten. Een van de mannen, blokoudste Teun van Es, die bij het Geuzen Verzet zat, heeft hem zwaar mishandeld wat uiteindelijk tot zijn dood leidde.”

Van den Heuvel las de getuigenissen over zijn gruwelijke einde. “Ik wilde hem neerzetten als krachtige socialist, als strijder en niet als slachtoffer. De Miranda was een fascinerende man, die grenzen overschreed. Hij schoolde zich en werkte zich op tot een van de belangrijkste bestuurders van Amsterdam in het interbellum. In die zin kan hij een inspiratiebron zijn voor velen.”

Zoon van Mokum, NPO 2, 22/12, 15.20 uur

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden