PlusReportage

Mondkapje verplicht in de stad: ‘We moeten het met zijn allen doen, doe het nou maar’

Ook achter de kraam moet het kapje op, zoals hier woensdagochtend op Plein ’40-’45. Niet alle kooplieden dragen het van harte.Beeld Joris van Gennip

Mondkapje verplicht, hoe gaat dat op de plekken waar het in Amsterdam sinds woensdagochtend is voorgeschreven? Coachend handhaven is het devies.

Natúúrlijk is het goed dat mondkapjes hier verplicht zijn, zegt Hakim, voorzitter van de kooplui op Plein ’40-’45 in Nieuw-West. “Maar ik weet niet of iedereen ze gaat dragen. Ik hoor het om me heen: dit is mijn vrijheid, die regel mág je niet opleggen. Jammer: we moeten corona stoppen, als dit kan helpen, moeten we die vrijheid gewoon heel even opzijzetten.”

Rond tien uur druppelen de eerste bezoekers binnen. Leonie Toets (69) is blij met de plicht. “Ik heb slechte longen, ik heb de markt de afgelopen weken gemeden. Nu deze maatregel geldt, voel ik me wat veiliger.” Een andere bezoe­ker is overvallen. “Een mondkapje? Maar dat heb ik helemaal niet.”

Wie begin dit jaar zou hebben gezegd dat iedereen op dit drukke winkelplein een mondkapje moet dragen, zou voor gek zijn verklaard. Maar na bijna zes maanden corona is er een zeke­re gewenning. Veel marktkooplui hebben er al een onder de kin hangen. Als ze zich tussen de bezoekers mengen trekken ze het over hun mond, soms ook over de neus.

Baat het niet, dan schaadt het niet, zeggen de meeste mensen op het plein. Overal klinken desalniettemin discussies tussen voor- en tegen­standers: is het een bescherming tegen corona? Dat de deskundigen er niet uitkomen, helpt in ieder geval niet. Klant Roberto draagt het kapje om de lieve vrede te bewaren. “Maar volgens mij biedt het maar een heel klein beetje bescherming. Afstand houden en je handen wassen zijn veel belangrijker.”

Vervelend gevoel

Je moet een beetje slim met de maatregel omspringen, zegt Mimoun, die met kruiden op de markt staat. ” Ik heb astma, dit is voor mij heel vervelend. En ik sta achter mijn kraam, er is sowie­so wel anderhalve meter afstand met de klanten. Ik doe hem zeker niet de hele dag op, hooguit tussen de klanten.”

Een kapje voor mond en neus is ook een vervelend gevoel, vooral voor de kooplui. Een van hen, hij wil niet met zijn naam in Het Parool, zelfs niet met de voornaam, zegt dat hij zeker acht uur aanwezig zal zijn woensdag. “De hele dag met zo’n lapje voor! En dan wordt het nog warm ook vandaag en de komende dagen nog warmer.”

Het is wennen, zegt een van de rondwandelende politieagenten tegen een koopman. “We moeten het met zijn allen doen, doe het nou maar. Op een gegeven moment vergeet je dat je ’m op hebt.” De koopman is er nog niet gerust op. “Maar als ik een sigaretje wil roken, mag ik dan een gaatje maken in mijn masker?” De politieman: “Kan je niet even ergens verderop gaan ­roken?” De koopman: “Man, dan jatten ze mijn ­hele kraam leeg!”

Het wordt doorzetten, zegt ook de 40-jarige Mustapha Gherbi, die er vroeg bij is op de markt. “Je zag ze op televisie in ziekenhuizen, maar daarna steeds meer bij de supermarkt. En in het openbaar vervoer is het al langer verplicht. Je went eraan. Prettig is het niet, maar als er ook maar een kleine kans is dat het helpt, kan je je masker hier maar beter opzetten.”

Wie geen exemplaar draagt, kan gewaarschuwd worden door de politie of handhavers. In de eerste periode zal de boete van 95 euro nog niet worden uitgeschreven. Ook op de Albert Cuyp, Kalverstraat/Nieuwendijk en de Wallen is het kapje verplicht.

Coachend handhaven

De handhavers op Plein ’40-’45 zijn in groten getale aanwezig. Coachend handhaven was het devies, en dat is wat ze doen. “Mensen aanspreken, in gesprek blijven, dan kom je al een heel eind. Het zal best dat sommigen hem achter onze rug weer aftrekken, maar daar doe je toch niets aan. Het begint met eigen verantwoordelijkheid en daar helpen wij een beetje bij.”

Richard Gerrits, voorzitter van vakbond BOA ACP, is er niet gerust op dat werkelijke handhaving van de mondkapjesplicht uitvoerbaar is. “Wij begrijpen dat Amsterdam en Rotterdam afwijken van landelijke regelgeving, maar als je uiteindelijk boa’s wilt laten hand­haven, moet dat goed georganiseerd zijn. Er moet politie oproepbaar zijn, de boa’s moeten hun werk kunnen doen. Tot nu toe is daar niets over af­gesproken. Het is nog niet goed geregeld.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden