Plus Geschiedenis

#MeToo in het Rijksmuseum in 1920: ‘Hij bracht zijn vrije hand onder mijn rokken’

Een eeuw geleden had het Rijksmuseum een #MeToo-claim aan de broek hangen. De onderconciërge kon zijn handen niet thuishouden. De dader werd niet ontslagen, maar gedegradeerd tot nachtwaker. 

Drie vrouwen deden hun beklag over dezelfde medewerker. Beeld Augustine Vaudurel / Rijksmuseum

‘Ongeveer 5 maanden geleden, in Januari 1920 welken dag en datum het was, weet ik niet meer, kwam ik des morgens klokslag 7 uur aan de voordeur van de woning van den onder-conciërge Koning gelegen in het Rijksmuseum, zijde Jan Luykenstraat, de andere werksters waren al binnen en was ik dus alleen. Na gebeld te hebben, deed Koning open en liet mij binnen, waarna hij de voordeur weer sloot.’ Zo begint de door de hoofddirectie op 26 juni 1920 opgetekende verklaring van de 39-jarige werkster Deliana Johanna Hagens.

Het trapje opgevlucht

Deze eerste alinea zinspeelt op iets onverkwikkelijks. Inderdaad blijkt al snel dat een eeuw geleden in het gebouw sprake was van een praktijk waarvoor we tegenwoordig de hashtag #MeToo hanteren. De ingang die Deliana Hagens nam, lag net om de hoek, tegenover Jan Luykenstraat 2. Ze beschrijft haar gebruikelijke route vanaf het voorportaal, door een gangetje naar de werkplaats en vandaar een trapje op, via een deur naar de gipsenplaats. De onderconciërge volgde haar die ochtend, draaide ineens het gaslicht uit en ‘pakte mij opzettelijk en onverwachts beet, door zijn arm om mijn hals te slaan en wilde hij hebben dat ik hem zou zoenen, hetwelk ik weigerde. Hij heeft mij toen tegen mijn wil opzettelijk eenige malen hartstochtelijk op mijn mond gezoend.’

Ze verzette zich hevig, wist uit zijn stevige greep los te komen en vluchtte het trapje op, maar Koning pakte haar bij een been vast en ‘bracht toen zijn vrije hand onder mijn rokken, kwam bij mijn pantalon, ging met zijn hand door het split en betastte mijn bloot onderlijf ter plaatse, waar mijn schaamdeel zit en ging opzettelijk met een zijner vingers in mijn schaamdeel.’

De rapporteur moet haar ten overvloede gevraagd hebben of dit tegen haar wil gebeurde, want ze verklaarde vervolgens, dat ze zich ‘natuurlijk’ verzette, omdat ze er niet van gediend was. Ze gaf hem ‘een stomp op de arm waarvan de hand aan mijn onderlijf was’ en zo ontkwam ze. Uit schaamte voor de andere werksters had ze niet durven schreeuwen. Ook de dagen erna viel Koning haar lastig, zoende haar en greep onder haar rokken.

En ze bleek niet de enige. De 49-jarige Wilhelmina Berveling, weduwe van ex-KNIL-militair Leendert Biekart en moeder van een schoolgaande dochter, had vijf jaar eerder ook te maken gehad met de handtastelijkheden van Koning, die toen nog opzichter was. Ze had hem ‘direct onderhanden genomen’, waarna hij haar met rust liet. Zodra ze van Deliana Hagens over Konings gedrag hoorde, lichtte ze de voorvrouw van de werksters in, die haar jongere collega op ander werk zette.

Als derde en laatste noteerde de rapporteur het relaas van de 22-jarige Pieternella Janna ‘Nelly’ Schieman, buffetjuffrouw in het café-restaurant van het museum. Al een jaar werd zij tegen haar wil op de mond gezoend. ‘Dit gebeurde altijd achter in de afwaschruimte al dreigde ik Koning ermede het aan zijnen vrouw en mijn patroon te zullen zeggen, het hielp niets.’

Leger, marine, politie

Op een Goede Vrijdag werd Nelly op het trapje naar het museumcafé weer door Koning klemgezet en tegen haar zin op de mond gezoend ‘ondanks het feit dat hij wist dat hij mij daardoor beleedigde.’ Om een kwestie te voorkomen, verzweeg ze alle incidenten. Weliswaar had hij haar nadien niet meer gezoend, ‘doch wel praatjes tegen mij gehouden als “wat zie je er lief uit, droom van nacht eens van mij”.’

De rapporteur eindigde het rapport met de mededeling: ‘Pieter Koning ontkent alle feiten’.

Een weergave van het gesprek met de onderconciërge ontbreekt, maar het rapport belandde niet in een la. Jhr. Barthold van Riemsdijk, bezig aan zijn laatste jaar als hoofddirecteur, stelde aan het ministerie Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen ontslag voor. De ministeriële commissie van toezicht begreep dit wel, maar adviseerde degradatie tot nachtwaker, aangezien ‘’t vergrijp door de ruwere zeden van oudgedienden uit een ander oog moet bekeken worden.’

De meeste opzichters en ander dienstpersoneel kwamen voort uit leger, marine of politie. Kennelijk gold de voorgeschiedenis van Koning als een verzachtend argument voor de notabele toezichthouders, onder wie prof. dr. Jan Six, de rector magnificus van de Universiteit van Amsterdam. De veelpleger accepteerde zijn degradatie. In september verhuisde hij met vrouw en 4-jarige zoon uit de dienstwoning aan de Stadhouderskade, om tot aan zijn pensioen als nachtwaker te wonen op minder riante adressen.

In het novembernummer van Ons Amsterdam staat een uitgebreide versie van dit verhaal.

Deliana Hagens

Deliana Hagens trad vier jaar na de aanranding in het huwelijk. Nog geen maand later vertrok ze met de 44-jarige timmerman en beeldhouwer Martinus Kroese en hun 14-jarige, geadopteerde zoon op de Nieuw Amsterdam naar Amerika. In het scheepsmanifest van 12 maart 1924 staat vermeld dat Deliana blond haar heeft en blauwe ogen. Ook hun adres in Brooklyn, New York is ingevuld: St. John’s Place 764, in een vriendelijk buurtje met lage, Hollands aandoende huizen. In 1941 verhuisde ze naar Lake Worth in Florida. Daar overleed ‘mrs. Johanna D. Kroese’ in augustus 1951. Ze was volgens de plaatselijke pers ‘born in Amsterdam Holland, but an American citizen’. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden