PlusAchtergrond

Met dit initiatief moet Amsterdam minder afhankelijk worden van buitenlands voedsel

Meer eten uit de regio, minder uit het buitenland. Met dat doel heeft Amsterdam zich aangesloten bij Voedsel Verbindt dat werkt aan een duurzaam alternatief voor het wereldwijde voedselsysteem. ‘Verse aardbeien en frambozen in de winter, dat is nergens voor nodig.’

Door meer streek- en seizoensproducten te eten, kan het aantal kilometers dat voedsel aflegt aanzienlijk worden teruggedrongen.Beeld Van Santen & Bolleurs

Het is een positief aspect van corona, zegt wethouder Laurens Ivens over het groeiende besef dat de stad Amsterdam kwetsbaar is als het om voedsel gaat. “Als deze crisis ons iets duidelijk heeft gemaakt, is het dat we voor onze voedselvoorziening vrijwel volledig afhankelijk zijn van andere landen, de meeste ook nog eens heel ver weg. We moeten toewerken naar een nieuw systeem waarbij het aantal reiskilometers van ons dagelijkse voedsel drastisch wordt ingekort.”

Om dat te bereiken, heeft Amsterdam zich aangesloten bij Voedsel Verbindt, een netwerk met onder meer de provincies Noord-Holland en Flevoland en de Rabobank in de gelederen. Samen onderzoeken de partners of het mogelijk is een robuust regionaal voedselsysteem op te zetten, waarbij het voedsel dat in de regio wordt geproduceerd in de stad wordt geconsumeerd. Het kán, zegt programmamanager Carlo Verhart van Voedsel Verbindt, maar daarvoor moet wel veel gebeuren, want het is nu precies andersom.

Regionale producten

Driekwart van het voedsel dat in Nederland wordt geproduceerd, gaat naar het buitenland en driekwart van het voedsel dat wij eten kómt uit het buitenland. Verhart: “Er is wel eens becijferd hoeveel kilometers het gemiddelde bord eten aflegt, en dan kom je uit op ongeveer 30.000. Een absurd cijfer, zeker als je weet dat veel voedselproducten die uit het buitenland komen ook in de regio worden gemaakt.”

Groenten, vlees, vis, zuivel, granen: de hele schijf van vijf is terug te vinden in de omgeving van Amsterdam. Hoewel de vraag naar regionale producten groeit, is het vooralsnog lastig opboksen tegen het aanbod en de prijs van producten uit het wereldwijde voedselsysteem. “Als de sperziebonen uit Israël ondanks alle afgelegde kilometers een dubbeltje goedkoper zijn dan de sperziebonen uit eigen land, kiest de gemiddelde consument toch voor het financiële voordeel,” aldus Verhart.

Het plan is om naast het globale systeem een regionaal netwerk op te zetten dat voedselproducenten in de omgeving van de stad koppelt aan afnemers in de stad. Verhart: “Dat gebeurt nu al op kleine schaal, bijvoorbeeld door restaurants. Een van de voornemens is het opzetten van nieuwe warenmarkten in de stad, waar boeren groenten, zuivel, vlees en dergelijke kunnen verkopen. Eigenlijk zoals de boeren en vissers vroeger ook naar de markt kwamen met hun handel.”

Complexe materie

De gemeente is druk bezig met het voorbereiden van concrete stappen, vertelt wethouder Ivens. “We hebben als college in 2019 de bestaande voedselstrategie afgestoft en willen nu echt meters maken. Maar we moeten het wel goed doen. Als je boeren vraagt uit het globale voedselsysteem te stappen, moet je hen ook enige zekerheid over hun inkomen kunnen bieden. Veehouders uit Amstelland hebben recent samen een melkfabriek opgezet. Dat zijn fantastische initiatieven.”

Het opzetten van een regionaal voedselsysteem is een complexe materie, voegt Verhart er aan toe. “Het uitgangspunt is dat we de afstand tussen producent en consument willen verkleinen. Maar dat betekent dat je ook moet kijken naar bijvoorbeeld de logistiek. Hoe krijg je al dat voedsel de stad in? Er wordt nu gekeken naar de mogelijkheid voor vervoer met robotboten en leveranciers die op de terugweg meteen het afval meenemen uit de stad. Een app moet boeren uit de regio verbinden met afnemers in de stad.

Het is een begin, maar kan Amsterdam op termijn helemaal zelfvoorzienend worden? Ivens: “Wie dat gelooft, leeft in een droomwereld. Laten we eerst maar eens beginnen met het verkorten van de keten. Dat is al een hele stap vooruit. En wat mij betreft helpen we als consumenten door bijvoorbeeld afscheid te nemen van de luxe van seizoensproducten waarvan we vinden dat die per se het hele jaar door verkrijgbaar moeten zijn. Verse aardbeien en frambozen in de winter, dat is nergens voor nodig.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden