Met de snorfiets de weg op: zo ziet dat eruit

Sinds maandag moet in vrijwel de gehele stad de snorfiets de rijweg op. Parool-verslaggever Marc Kruyswijk huurde een scooter en begaf zich, met een helm, tussen auto's, vrachtwagens en bussen.

Alsof je een fietser bent die zich ineens moet gedragen als een auto. Zo voelt het om met je snorfiets het fietspad te moeten verlaten en je tussen het grote, snellere en zwaardere verkeer te begeven.

Natuurlijk, voor een deel is het wennen: als je zoals ik niet gewend bent met een scooter door de stad te rijden, voelt het allemaal best kwetsbaar, heb je soms het gevoel dat je geen volledige controle hebt. Minder controle in ieder geval dan ik heb op die fiets waarop ik al mijn hele leven door de stad rijd.

Op de rijweg voel ik me vooral klein. Als de scooter en ik in Noord vanaf de Johan van Hasseltweg de rotonde naar de Meeuwenlaan oprijden, moeten we een onwennige manoeuvre maken om niet op het fietspad te belanden maar op de rijweg.

Wegoppervlak
Eenmaal daar wreekt zich de lage snelheid die ik heb als snorfietser: achter me rijdt een stadsbus, daarachter een vrachtauto en een sleep personenauto's. Zij kunnen mij niet inhalen en ik rij daar met een schamele 27 kilometer per uur: het moet ergerlijk zijn voor hen. Ik vind het in ieder geval vervelend, zo'n bus in je nek. Die overigens gepaste afstand houdt.

En wat ook opvallend is: je mag zo weinig. De snorfiets, ze noemen hem niet voor niets zo, voelt helemaal als een fiets. En als fietser ben ik gewend van al het wegoppervlak gebruik te maken.

Maar door het nieuwe beleid kan ik vaak geen kant op. Als ik door de Spuistraat rij, op de rijweg natuurlijk, heb ik als doel de Munt. Maar als ik bij het Spui aankom, merk ik pas dat alle wegen de goeie richting op fietspaden zijn. En nog erger: fietspaden zonder rijweg ernaast. Allemaal verboden terrein dus voor mij. Ik moet dan, net als de auto's om mij heen, een u-turn maken en rij vervolgens helemaal terug over de Nieuwezijds Voorburgwal. Zo is het dus om met een auto door de stad te rijden: onhandig, omslachtig, ellendig.

Maar er zijn ook voordelen. Op de Linnaeusstraat bijvoorbeeld, waar precies als ik daar passeer, de rijweg uitgestorven leeg is. Op het fietspad daarentegen is het nu even dringen. Had ik daar gereden, dan had ik me moeten inhouden, want het fietspad is hier zo smal dat inhalen praktisch onmogelijk is. Terwijl ik nu onbezorgd de fietsfile voorbij rij.

'De helm is warm en zwaar'
En dan nog die helm. De eerste tien minuten van mijn snorfietsritje breng ik door omstandigheden blootshoofds door. Hoe heerlijk is dat, de wind door mijn, ehm, haren. Maar als ik even later de helm op zet, is de ervaring toch een stuk minder: ik voel me afgesloten, ik hoor een stuk minder. Met dit mooie weer is de helm warm en zwaar. Maar tegelijk: ik voel me met zo'n bescherming wel veiliger.

Tijdens de rit door Amsterdam ben ik geconcentreerd, maar wel valt op dat een groot deel van mijn scooterbroeders de helm nog niet draagt. Ook word ik terwijl ik op de rijweg rijd, regelmatig ingehaald door veel snellere snorfietsen op het fietspad. Een paar keer veelbetekenend opzij kijken heeft weinig effect: de meeste snelle scooteraars kijken me aan alsof ik Gekke Willempje ben, met een helmpje op mijn hoofd.

Lees ook: Snorfiets naar de rijbaan: zijn we er klaar voor? en 12 extra handhavers op 36.000 snorfietsen: is dat genoeg?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden