PlusReportage

Mega-fietsenstalling CS krijgt vorm: ‘Dit vergt het uiterste van de bouwers’

Beetje bij beetje wordt de fietsenstalling in het water voor CS zichtbaar. Het project van on-Amsterdamse afmetingen moet straks plek bieden aan 7000 fietsen.

Het werk aan de ondergrondse fiestenstalling. Beeld Jakob van Vliet
Het werk aan de ondergrondse fiestenstalling.Beeld Jakob van Vliet

In een stad waar alles petieterig lijkt, is de bouwput voor CS bijna belachelijk groot. Dat ervaart de slenterende passant op weg naar binnenstad of station. Maar tien meter onder het maaiveld, waar de contouren van de nieuwste fietsenstalling zichtbaar worden, overvalt je een beetje een onwerkelijk gevoel vanwege de reusachtige afmetingen van het project. Je zou er bijna pleinvrees van krijgen.

Wat ooit, het lijkt alweer decennia geleden, een onhebbelijk stukje binnenstad was, waar de chaos hoogtij vierde en de sterkste verkeersdeelnemers voortdurend zegevierden, is nu een reusachtige bak aangelegd. Dezer dagen heerst hier de discipline van het bouwbedrijf. En beneden op de bodem worden kolommen geplaatst die het dak van de fietsenstalling, of de vloer van het water, het is maar hoe je het bekijkt, op zijn plaats moet houden.

7000 fietsen

Op de plaats waar nu nog wordt gewerkt, is straks op 7000 vierkante meter stallingvloer ruimte voor wel 7000 fietsen. Niet dat je daar als argeloze voorbijganger heel veel van zal meekrijgen. Als de fietsenkelder klaar is, keert het water terug voor CS. En niet een beetje: het Open Havenfront wordt pakweg twee keer zo breed als enkele jaren geleden.

Fietsenkelders en Amsterdammers zijn een ingewikkelde combinatie. Neem de ondergrondse stalling bij de OBA op het Oosterdokseiland, waar vrijwel iedereen zijn fiets liever op de stoep zet dan naar beneden af te dalen. Maar van ervaringen wordt geleerd: over de in- en uitgangen van de stalling onder CS is tot op detailniveau nagedacht. Je rijdt er straks in vanaf de Martelaarsgracht en komt pas weer bovengronds in de hal van het station.

‘Plek om te flaneren’

Het duurt nog even, zegt projectleider Maarten Struijs, na de aanleg van metrostation De Pijp en het in goede banen leiden van de bouw van de Spaarndammertunnel gepokt en gemazeld als het gaat om complexe projecten. Eind dit jaar moet het dak van de stalling gereed zijn en kan er getest worden met water, in de tweede helft van volgend jaar moet de hele omgeving bezemschoon zijn opgeleverd, is het streven. “Dan wordt dit een plek waar je kan flaneren.”

Het werken op deze plek is geen sinecure gebleken. “Normaal gesproken, vóór corona dus, hadden we hier te maken met 350.000 passanten per dag. Dat het het afgelopen jaar rustiger was, doet niets af aan het feit dat het bij zo’n groot werk passen en meten is. De logistiek vergt het uiterste van de bouwers.”

Weinig werkruimte

De toegangsbrug vóór het station, de aorta werd hij gedoopt, moest zeven meter vrije ruimte hebben. En ook de vele trams die hier de hele dag langsrijden, soupeerden een aanzienlijk deel van de werkruimte op, zegt Struijs. “We hebben ervoor gekozen om waar mogelijk bouwmaterialen en materieel aan te voeren over het water. Dat is prima te doen, maar je moet daar wel van tevoren heel goed over nadenken.”

Maar straks is het af dus, over ruim twee jaar. Dan is Amsterdam bovengronds wat vierkante meters kwijtgeraakt aan het water, ruimte die onder het maaiveld weer gewonnen is. En dat biedt voordelen, want het open water gaat rust geven en maakt bovendien een einde aan de eindeloze hoeveelheden fietsen rond het station.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden