Meer kans op werk voor wie mag bijverdienen bovenop uitkering

Wie bovenop de uitkering mag bijverdienen, maakt meer kans om uit de bijstand te komen. De kans om uit te stromen naar een baan blijkt zelfs meer dan twee keer zo groot.

Beeld ANP

Dat blijkt uit resultaten van de Amsterdamse bijstandsproef die in 2018 is begonnen. Ruim vijfduizend Amsterdammers mochten vanwege het experiment tot 200 euro per maand bijverdienen door te werken naast hun bijstandsuitkering.

18 procent

Van de groep die deelnam aan de bijverdienproef heeft 18 procent nu geen uitkering meer omdat ze werk hebben gevonden. Binnen een in alle andere opzichten vergelijkbare controlegroep die niet bijverdiende, lukte dat maar 8 procent.

Wethouder Rutger Groot Wassink (Sociale Zaken) ziet in de resultaten reden om de strenge aanpak van bijstandsgerechtigden te matigen. “Dit is echt een mooi resultaat,” zegt hij in een persbericht. “Het experiment loopt nog een jaar, maar we kunnen gerust concluderen dat dit pleit voor een aanpassing van de Participatiewet.”

Minder uitkeringen

De gemeente gaat er zelfs financieel op vooruit als het bijverdienen wordt toegestaan. Gedurende de proef was de gemeente 4,6 miljoen euro kwijt aan kosten. Daar stond 5,9 miljoen euro tegenover van uitkeringen die stopgezet konden worden.

Het is nog wel de vraag of het voor elke bijstandsgerechtigde bevorderlijk is om bij te verdienen. De vijfduizend deelnemers waren gemiddeld jonger en hoger opgeleid dan de totale groep van bijna 40.000 bijstandsgerechtigden in Amsterdam. Ook zaten ze veelal korter in de bijstand. Binnen het onderzoek is daarvoor wel gecorrigeerd door de deelnemers alleen te vergelijken met een controlegroep van even oude en even hoog opgeleide bijstandsgerechtigden die niet bijverdienden.

Opmerkelijk is wel dat de deelnemers aan de proef er in andere opzichten minder goed uitsprongen. Het werk dat ze vonden was minder vaak een baan voor onbepaalde tijd dan bij bijstandsgerechtigden die zonder bijverdienen aan werk kwamen. Ook was hun salaris gemiddeld iets lager dan in de controlegroep.

Regelluwe bijstand

De Amsterdamse bijstandsproef kwam tot stand na een botsing met de toenmalige staatssecretaris van Sociale Zaken Jetta Klijnsma. Amsterdam wilde graag de ‘regelluwe’ bijstand uitproberen, een proef die Klijnsma liet uitvoeren in zes gemeenten. Omdat Amsterdam het vertikt om van bijstandsgerechtigden een ‘verplichte tegenprestatie’ te vragen, mocht de gemeente niet meedoen aan deze proef.

De resultaten uit de zes gemeenten werden begin deze maand gepresenteerd. Het Centraal Planbureau kwam vanmiddag met een analyse van de resultaten en kwam tot de conclusie dat een minder strenge aanpak met minder verplichtingen om te solliciteren er niet toe leidt dat bijstandsgerechtigden minder aan het werk komen. Ook dat lijkt koren op de molen van Amsterdam.

In niet één van de zes gemeenten leidde de experimenten tot meer uitstroom naar werk voor meer dan 27 uur per week, concludeert het CPB. Wel is er effect te zien doordat meer mensen vanuit een bijstandsuitkering in deeltijd zijn gaan werken. Zowel dankzij extra begeleiding als dankzij hogere bijverdiensten vond in Utrecht een ietwat grotere groep werk, maar in deeltijd.

De Amsterdamse onderzoekers schrijven dat hun proef slecht te vergelijken is met de experimenten in de zes andere steden. Het Amsterdamse experiment kent veel meer deelnemers en gaat nog een jaar door. Door de lange duur moet ook duidelijk worden of de bijverdieners die werk vinden op den duur toch weer terugvallen naar de bijstand.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden