PlusExclusief

Meer huizen én meer groen in Amsterdam: kan dat?

null Beeld Olf de Bruin
Beeld Olf de Bruin

De stad groeit en dan is het groen al snel het kind van de rekening. Zijn uitbundig begroeide daken en gevels een alternatief, of bieden zulke extraatjes niet meer dan een doekje voor het bloeden?

Het coronajaar leidde tot de revival van het ommetje en bij de eerste de beste zonnestralen liepen de parken vol. Meer dan ooit hechtten Amsterdammers aan het groen in hun buurt om het monotone thuiswerken achter zich te laten en even de benen te strekken. Volgens onderzoek van studenten van stadsonderzoeksinstituut AMS Institute ging het parkbezoek gemiddeld van bijna tweeënhalf naar ruim drieënhalf keer per week.

Eens te meer bleek het groen onontbeerlijk om de stad leefbaar te houden. Vooral gezinnen gingen op zoek naar een ruimer huis met een tuin buiten de stad. Vorig jaar zomer werd het ook nog eens loeiheet, zoals de zomers daarvoor kurkdroog waren – juist groen maakt de stad beter bestand tegen de gevolgen van klimaatverandering: hittegolven en droogte bijvoorbeeld, of stortbuien zoals die deze maand neerdaalden boven Limburg.

Tienduizenden woningen erbij

Maar het groen in de stad staat onder druk, zal blijken uit het vervolg van dit verhaal. Per Amsterdammer loopt de ruimte voor parken en natuur in de stad gestaag terug. Voor nieuwe wijken schrijft Amsterdam haarfijn voor hoeveel groen er moet komen, maar in de praktijk wordt dit niet gehaald of alleen dankzij voor wandelaars ontoegankelijk ‘sjoemelgroen’. Voor elke boom die wordt gekapt komt er eentje terug, belooft het stadsbestuur. Toch bleek dit nog maar een paar jaar geleden bij 1650 bomen niet gebeurd.

Nu is Amsterdam nog altijd een ronduit groene stad en het stadsbestuur wil dat graag zo houden. Vandaar de vorig jaar gepresenteerde ambitie om tot 2050 in alle hoeken en gaten extra planten en bomen te plannen, zoals op parkeerplaatsen, gevels, daken en straathoeken. Maar de schreeuwende behoefte aan woonruimte staat vooralsnog hoger op de agenda. Binnen de stadsgrenzen worden tienduizenden woningen gebouwd. Dat heet ‘verdichting’ en het is net als groen uitgesproken duurzaam: veel woningen dicht op elkaar en dus niet ten koste van vrije natuur in uitgestrekte voorsteden, die alleen maar leiden tot extra files.

Sportvelden met kunstgras

Maar komt het groen dan niet in de knel? Jarenlange trends stemmen somber. In 2018 stelde de Universiteit van Amsterdam op basis van satellietbeelden vast dat binnen de Ring A10 tussen 2003 en 2016 ruim vijfhonderd voetbalvelden aan groen zijn verdwenen – 11 procent van het totaal. Uit de kleuren op luchtfoto’s maakt de computer op wat groen was. Daardoor zit in deze cijfers naast de nieuwbouw in wijken als Westerdok, Overhoeks, Zeeburgereiland, Science Park en Amstelkwartier ook de vegetatie die uit buurten is verdwenen door tuinen die zijn betegeld of volgebouwd. Inbegrepen zijn verder de sportvelden die de gemeente meetelt als groen, maar steeds vaker zijn bekleed met kunstgras.

UvA-planoloog Mendel Giezen twijfelt er niet aan dat de trend van minder groen in de stad zich heeft voortgezet in de jaren na 2016. “Ik woon zelf vlak bij de nieuwe wijk Cruquius in het Oostelijk Havengebied en daar zie je meteen: er wordt heel dicht op elkaar gebouwd met weinig ruimte voor groen.” De hunkering naar meer groen botst met het beleid om te ‘verdichten’. “Een groene stad is duurzaam en een compacte stad is duurzaam, maar we moeten accepteren dat allebei tegelijk heel moeilijk is.”

Geen gelijke tred

Dat het groen onder druk staat, komt terug in jaarlijks onderzoek van De Gezonde Stad. Op basis van gegevens van de gemeente monitort deze duurzaamheidsorganisatie de hoeveelheid parken, bos en ander natuurlijk terrein. Eerst het goede nieuws: sinds het begin van deze eeuw telt de gemeente honderden hectares meer groen.

Maar de laatste jaren groeit het nog maar met kleine beetjes. Parken en natuur hebben geen gelijke tred gehouden met woningbouw. Afgezet tegen het aantal Amsterdammers gaat de stad er sinds 2015 op achteruit, want het inwonertal is veel sneller gegroeid. In 2020 was de stad per Amsterdammer nog wel (net) ietsje groener dan in 2010.

Tekst gaat verder onder grafiek

Het zijn trends die vooral in Amsterdam-Noord meteen worden herkend. Van oudsher is Noord het ruimste en groenste stadsdeel, maar een YouTubefilmpje vol luchtfoto’s van de bewonersorganisaties Elzo (Elzenhagen Zuid Overleg) en Angsaw (Amsterdam Noord Groene Stad aan het Water) illustreert de impact van de bouw van duizenden woningen en de Noord/Zuidlijn sinds begin deze eeuw. Het filmpje heeft de titel De ontgroening van Noord gekregen.

Het is nog maar het begin van wat Noord te wachten staat als het inwonertal tot 2050 groeit van 100.000 naar meer dan 150.000. Volgens Elzovoorzitter Pieter Hettema dreigt ‘de verstening en vervreemding van ons Noord’. Het kappen van bomen is in dit gebied een open zenuw geworden. Eerder dit jaar liep de aankondiging van de aanleg van een evenemententerrein in het Noorderpark uit op een demonstratie met honderden deelnemers.

Noorderlingen vragen zich hardop af hoe goed Amsterdam zijn bomen beschermt. Voor elke boom die wordt gekapt belooft de gemeente een nieuwe te planten. De vertrokken groenwethouder Laurens Ivens meldde dit jaar trots dat meer bomen zijn geplant dan gekapt, maar daarmee is slechts een deel weggewerkt van de achterstand van de afgelopen jaren: tweeduizend bomen. Pas in 2024 verwacht de gemeente het tekort in te lopen.

Bomenboekhouding

Waar nieuwe woonwijken worden gebouwd is nog een struikelblok, werd pijnlijk duidelijk bij de plannen voor Elzenhagen-Zuid. Daar komen 1800 woningen, twee keer zoveel als in 2014 het voornemen was. Het planten van een nieuwe boom (1650 euro) bleek meer dan twee keer zo duur als het kappen van een boom (650 euro), terwijl dat binnen één fonds met elkaar verrekend moest worden. Consequentie is dat er altijd minder bomen komen. Hettema: “Van de vijf gekapte bomen komen er maar twee terug.”

Ivens heeft de gemeenteraad beloofd hier een einde aan te maken. Aanvankelijk zouden voor de 2578 bomen die worden gekapt voor de bouw van Elzenhagen-Zuid maar 950 bomen terugkomen. In de eisen die worden gesteld aan de herplant had stadsdeel Noord gelezen dat een struik óók mag. Na tussenkomst van de gemeenteraad komen er nog tweehonderd bomen bij, maar dat heeft de bewoners niet gerust­gesteld. In Noord is vooral blijven hangen dat de ‘bomenboekhouding’ jarenlang niet op orde is geweest.

‘Sjoemelgroen’

Tot 2018 lag de verantwoordelijkheid om bomen terug te planten bij de stadsdelen. Toen het stadhuis die taak naar zich toe trok, bleek een grote achterstand ontstaan. Na een inspectieronde werden in de hele stad 1650 plekken gevonden waar ooit een boom had gestaan, maar van herplant was nooit iets terechtgekomen.

In een andere nieuwbouwwijk even verderop in Noord zijn bewoners al even bezorgd over hun buurt en hoe groen die wordt. Op het vroegere bedrijventerrein Buiksloterham zouden zo’n vierduizend woningen komen, maar dat aantal is onder invloed van de woningnood verdubbeld. De eerste bewoners zijn daarom bezorgd wat overblijft van de ambitie om hier een groene voorbeeldwijk van te maken.

Bewoner John Zondag is de plannen heel precies gaan narekenen aan de hand van de ‘referentienorm’ die de gemeente nog maar drie jaar geleden heeft opgesteld. Volgens deze norm moet hier per woning 16 vierkante meter ‘gebruiksgroen’ (om in te verblijven en recreëren) komen en 6 vierkante meter ‘ecosysteemgroen’ (voor biodiversiteit en om de stad beter bestand te maken tegen klimaatverandering – dus dat kan ook een binnentuin zijn, of een groen dak). Daar komt de Buiksloterham in de verste verte niet aan. Volgens Zondag wordt slechts 37 procent van de norm gehaald. Uit zijn berekeningen blijkt dat de norm rond de NDSM-werf, Elzenhagen-Zuid en het Hamerstraatgebied óók niet wordt gehaald.

Zorgelijk, vindt hij. Want als architect weet Zondag: “Als je geen grond reserveert voor groen, komt het nooit meer goed.” Hij heeft vastgesteld dat de gemeente het al bestaande park langs de Buiksloterdijk meetelt. Verder moet bijna de helft van het groen komen van de kavels die de gemeente als bouwgrond uitgeeft aan projectontwikkelaars. De normen worden alleen gehaald door binnentuinen of groene daken mee te tellen, concludeert Zondag. Hij spreekt van ‘sjoemelgroen’.

null Beeld Olf de Bruin
Beeld Olf de Bruin

Verkoeling in hete zomer

Tegenover de gemeenteraad heeft wethouder Marieke van Doorninck (Ruimtelijke Ontwikkeling) al erkend dat er te weinig ‘gebruiksgroen’ komt, maar dat wordt gecompenseerd met ‘ecosysteemgroen’ op de kavels. Volgens Van Doorninck heeft dit groen ‘potentie als gebruiksgroen’ als het maar openbaar toegankelijk wordt gemaakt en daar worden bij elk bouwplan harde eisen aan gesteld.

In Noord wordt hardop gevreesd voor de leefbaarheid als Amsterdam zo zwaar blijft inzetten op het bouwen van zoveel mogelijk woningen. Waar is straks nog verkoeling in een hete zomer? “Er wordt een stad in een stad gebouwd. Als we zo doorgaan wil niemand hier meer wonen omdat het onleefbaar wordt,” zegt Marieke Oomen van Angsaw.

Als je het haar vraagt, moet Amsterdam meer inzetten op het beschermen van groen dat er is, dan op het bijplanten op daken, gevels en parkeerplaatsen. “Rigoureus vergroenen is niet alleen het vervangen van stenen door groen, maar ook het behouden van wat je hebt.”

Ook wetenschapper Nadina Galle vindt dat Amsterdam zuiniger zou moeten omspringen met zijn bomen. Als ecologisch ingenieur aan de prestigieuze Amerikaanse universiteit MIT ontwerpt ze systemen die, met sensoren bijvoorbeeld, haarfijn vastleggen hoe bomen zich houden in de stad. Uit onderzoek blijkt dat stadsbomen pas na 33 jaar meer CO2 opslaan dan wordt uitgestoten bij het planten, snoeien en ander onderhoud. “Dus moet je heel goed nadenken over kap en plannen maken om te zorgen dat bomen langer kunnen blijven staan.”

1 miljoen bomen

Met de sensoren kan ook preciezer worden beoordeeld welke functie de bomen vervullen voor de stad – hun belang voor de ecologie, maar ook hoeveel CO2 ze vastleggen en hoeveel verkoeling ze een buurt opleveren. Ze snapt niet dat een stad die zo hoog opgeeft van zijn duurzame en technologische ambities daar zo weinig om geeft. “Je kunt gewoon niet weten wat je niet kunt meten.”

Als het aankomt op bescherming blijft overigens een groot deel van de Amsterdamse bomen buiten beeld, waarschuwt Galle. “De bomen op begraafplaatsen, volkstuinen en privétuinen zijn lang niet altijd geregistreerd. Het daadwerkelijke aantal bomen in Amsterdam ligt dus nog een stuk hoger dan de ruim 300.000 bomen van de gemeente.”

“Het zijn er ongeveer 1 miljoen,” schat Galle, maar niemand die het precies weet. “Zestig procent is niet in kaart gebracht.” Daar gaapt nog wel een gat in de bescherming van bomen. “Ook in een privétuin mag kappen niet zonder vergunning, maar ga je die aanvragen als je toch weet dat je ermee wegkomt? De gemeente ziet het niet gebeuren.”

Dat bij groen meer wordt gekeken naar de functie die het heeft voor de stad, is een trend van de laatste jaren, zegt de Wageningse onderzoeker Robbert Snep. Traditioneel zien we groen slechts als decor, zegt hij. “De aankleding waar je doorheen wandelt.” Daar spreekt al uit: dan is er weinig aandrang om te investeren in groen.

Champs-Élysées

Dat wordt wel anders als ook de opbrengsten in kaart worden gebracht. “Dan wordt het opeens een kostenefficiënte investering in plaats van een kostenpost. In 1984 bleek al dat een revalidatie sneller vlot als patiënten uitzicht hebben op een bloeiende tuin, sneller dan wanneer ze uitkijken op een blinde muur.” Meer groen betaalt zich uit, gaat hij verder. “In een betere gezondheid, voor klimaat en natuur, minder hart- en vaatziekten, diabetes, alzheimer.”

Snep signaleert dat bijvoorbeeld aan de Zuidas het besef is doorgebroken dat de stad meer plek moet inruimen voor groen. “Anders gaan we als maatschappij uiteindelijk meer uitgeven.” Daarmee wil hij niet zeggen dat de stad moet stoppen met verdichting, maar het is wel oppassen geblazen dat er genoeg groen wordt ingepast. “Er komt een moment dat de ruimte gewoon op is, want de bouw gaat keihard door. Aanpassingen na afloop zijn veel duurder.”

Amsterdam zou alleen al moeten inzetten op meer groen vanwege de concurrentiestrijd die internationaal bestaat tussen steden. “Voor de economie, het vestigingsklimaat en het toerisme. Gebrek aan ruimte voor groen nekt steden. Dan prijzen we onszelf uit de markt.” En er is ruimte voor meer groen, betoogt Snep. Nu staan grote delen van de stad in het teken van de auto en in de toekomst kan dat wel een onsje minder door de opkomst van het gebruik van deelauto’s, elektrische fietsen en mogelijk zelfs autonoom vervoer. Dankzij de ruimte die vrijkomt door parkeerplaatsen vrij te maken, kan de stad een metamorfose doormaken.

“De Amsterdammer vraagt daar ook om. Kijk naar de rol die het groen kreeg in de coronatijd. Dit is niet een droom, het kan. Parijs doet het op de Champs-Élysées. Londen doet het.” De voorbeelden van begroeide gevels, straathoeken en daken zijn trouwens in de stad allang te vinden. “Ga kijken op het GWL-terrein in West. Er kan veel meer dan we nu doen.”

Van groen in onze omgeving worden we gelukkiger, zegt ook hoogleraar en wetenschappelijk directeur van AMS Institute Eveline van Leeuwen. Het werd nog maar eens bewezen tijdens de pandemie uit haar onderzoek onder tweeduizend mensen. “Op plekken waar ze tevreden zijn over het groen was de terugval van hun welzijn door corona minder sterk.”

Innovatief groen: bomen op 103 meter hoogte

De bouwplaats tussen het hoofdkantoor van ABN Amro en de AFC-voetbalvelden is nog kaal. De drie nieuwe Zuidastorens van Valley moeten een groene vallei worden met een openbaar dakpark. Er is plek voor 227 bomen en heesters.

Vanzelf gaat dat natuurlijk niet. Bij trendsetter Bosco Verticale in Milaan houdt een computergestuurd irrigatiesysteem de 900 bomen op de balkons in leven. “Anders zijn ze wel dood als jij in augustus vier weken op vakantie gaat,” zegt Gideon Maasland van architectenbureau MVRDV, dat Valley mede heeft ontworpen.

Dat wordt allemaal bekostigd uit de servicekosten, hoe hoog die worden is nog niet bekend. Van Bosco Verticale is wel opgemerkt dat het een exclusief domein voor de rich and famous is geworden, maar Maasland houdt het wel degelijk voor mogelijk dat het ook lukt zonder kapitale servicekosten. Hij verwijst naar Eindhoven waar net een met bomen begroeide flat is opgeleverd van Bosco Verticale-architect Stefano Boeri, die daarmee precies dit wilde demonstreren: dat het ook op sociale woningbouw kan.

Bestaande flats omturnen tot dakparken met balkonbossen is een heel andere kwestie. Dat heeft MVRDV net onderzocht in een ‘dakencatalogus’. Antwoord: bestaande daken kunnen verrassend veel gewicht dragen. Maar Valley is ontworpen op groot en overhangend groen, dat gaat niet zomaar op bestaande gebouwen.

Ook moet nog blijken of de begroeiing een lang leven beschoren is. Bij Valley verwacht MVRDV daarover veel te leren. Door de hoogte, tot 103 meter, is het vanzelf een onherbergzame plek. “De landschapsarchitect zei: planten zijn net mensen. Als je die de hele dag op de hoek van de straat vol in de wind zet, zijn ze ook niet blij.”

De van het New Yorkse High Line-park bekende tuinarchitect Piet Oudolf heeft de planten er wel op uitgezocht. “Veel verwilderde planten waar je niet elke twee weken langs hoeft met je knipschaar,” zegt Maasland. Hoe ze zich houden op hoogte moet nog blijken. “Er wordt gezegd dat je jonge planten moet poten, omdat die leren omgaan met de omstandigheden. Maar wij kunnen niet zeggen: kom over zeven jaar maar terug, dan is het wat. Dus we zetten er ook grote dingen in die op langere termijn niet overleven.”

Maasland hoopt dat begroeide torens een trend is die blijft. “Dat het geen leuke gimmick blijkt te zijn en dat het groen het eerste is wat van het ontwerp wordt gesnoeid, letterlijk, als de bouwkosten te hoog zijn. Al die torens moeten veel poreuzer, humaner, socialer, groener en toegankelijker. Je wilt gewoon een plek waar je naar buiten kunt, een terras waar je met vrienden een diner kunt hebben.”

Maasland pleit óók voor meer parken en plantsoenen, want in gebouwen verwerkte bomen en heesters kunnen het gemis aan groen in de openbare ruimte niet wegnemen. “Het is zeker niet het één of het ander.”

Sportplaza ziet duizenden gevelplantjes verpieteren

Het voornemen van het stadsbestuur om tot 2050 overal in de stad plek in te ruimen voor groen werd geïllustreerd met artist’s impressions van gevelbeplanting waar hele gebouwen achter schuilgaan. We hoeven niet ver van huis te gaan om te snappen dat dit gemakkelijk op een teleurstelling kan uitdraaien. Bij zwembad Sportplaza Mercator in West heeft een groot deel van de 20.000 plantjes in de groene gevels inmiddels het leven gelaten.

Wat bij de bouw in 2006 veel bekijks trok, is vijftien jaar later op veel plekken verpieterd. Het irrigatiesysteem was niet op zijn taak berekend, vertelt architect Ton Venhoeven, het onderhoud ook niet.

Het groen moest het zwembad op een natuurlijke manier laten opgaan in het park. Maar Venhoeven ziet ‘natuur­inclusieve’ architectuur ook als een manier om de gezondheid, schone lucht en biodiversiteit te stimuleren. Behalve in daktuinen gelooft hij wel degelijk nog in begroeide gevels, maar dan wel met wortels in de volle grond. Op het zwembad groeien de planten in zakjes aarde aan de gevel. Vooral waar de zon erop staat zijn kale plekken ontstaan, omdat de zakjes verweerd zijn.

“Het is helaas nodig geweest om hiervan te leren als samenleving,” zegt Venhoeven terugblikkend. Het zwembad heeft al met de gedachte gespeeld om het dak te bekleden met natuurlijk ogende kunstplanten, maar nog altijd bestaat de hoop dat een zelfvoorzienend, echt groen alternatief wordt gevonden. Geld is nog even een struikelblok.

Geveltuinen kunnen het jaar rond groen zijn

Zelfs in november nog een groene, aangeharkte geveltuin. Werkplekkenverhuurder Baxter laat aan de Muiderstraat zien dat het kan. De achtertuin van een gemeentekantoor even verderop aan de Weesperstraat ook. “Dat is de kunst, dat het ook van oktober tot januari mooi is,” zegt Tanja van der Knoop over de tuinen die zijn ontworpen door haar bedrijf Blooming Buildings. Eerder vergroende ze de Reguliersdwarsstraat met plantenbakken die bestand bleken tegen nachtelijke feestgangers. “Dan kan het dus overal.”

Maar vanzelf gaat het niet. Nu worden geveltuinen nogal eens aan bewoners overgelaten na de aanleg met behulp van subsidie. Sympathiek natuurlijk, maar Van der Knoop vraagt zich hardop af of de vergroening niet in betere handen zou zijn als het grootscheeps wordt aangepakt door de gemeente. “Prima om bewoners te betrekken, maar de stad blijft verantwoordelijk.” Ze denkt ook aan het belang van groen als hittegolven en stortbuien vaker voorkomen door klimaatverandering. En voor preventie van ziektes, depressie en suïcide als Amsterdam drukker en drukker wordt. “Het is een publieke taak om de stad leefbaar te houden.”

Van de Wibautstraat via de Weesper­straat naar de IJtunnel zijn plannen om al in 2025 deze as van asfalt te vergroenen tot het Knowledge Mile Park. Het begin is er, maar of de gloedvolle artist’s impressions op spandoeken langs de route over vijf jaar werkelijkheid worden? “Zo kan het in elk geval niet worden,” wijst Van der Knoop op de tekening van een kantoor dat vijf verdiepingen hoog begroeid is met klimop. De staketsels die de klimplanten houvast moeten geven, komen niet verder dan de eerste etage.

Groene dakenproject van Stadgenoot in de Oosterpakbuurt. Beeld Hollandse Hoogte / Jean-Pierre Jans
Groene dakenproject van Stadgenoot in de Oosterpakbuurt.Beeld Hollandse Hoogte / Jean-Pierre Jans

Daken inzetbaar voor groen en als waterbuffer

Wie bij gebrek aan ruimte groen wil toevoegen, komt al gauw bij de daken uit. Volgens de Amsterdamse organisatie Rooftop Revolution telt de stad 12 vierkante kilometer aan platte daken die nu niet worden benut, 25 keer de oppervlakte van het Vondelpark. Hiervoor wordt al jaren aandacht gevraagd, al zal een deel daarvan ook gebruikt moeten worden voor zonnepanelen en het opvangen van regenwater.

Postzegelparken, een kwestie van goed zoeken

Binnen de stad is gemakkelijk ruimte te vinden voor zes voetbalvelden aan extra groen, bleek vorig jaar uit onderzoek van de Universiteit Wageningen. Op veertig plekken, van het Koningsplein tot het Azartplein en van het Valeriusplein tot de kop van de Zuidas, laat zich nog een postzegelpark of plantsoentje inpassen.

Toen de gemeente korte tijd later vanwege de coronacrisis op zoek ging naar manieren om de arbeidsmarkt te stimuleren, werd inspiratie gehaald uit dit onderzoek. Dit jaar worden twintig plekken in de stad vergroend en volgend jaar nog eens tachtig. Al langer heeft de stad subsidies voor postzegelparken, geveltuinen en groene daken, op schuurtjes bijvoorbeeld. In sommige stadsdelen kunnen Amsterdammers de tegels gratis laten ophalen als ze gaan voor een minder versteende tuin.

De binnenring voor fietsers rond de binnenstad wordt met voorrang aangepakt. Stukje voor stukje wordt bekeken waar plek is voor extra bomen, geveltuinen en stukken groen.

Permanent of tijdelijk, moestuinen en pluktuinen in de buurt voorzien in een grote behoefte. Beeld Hollandse Hoogte / Sabine Joosten
Permanent of tijdelijk, moestuinen en pluktuinen in de buurt voorzien in een grote behoefte.Beeld Hollandse Hoogte / Sabine Joosten

Buurtmoestuin verleidt zelfs vastgoedbaronnen

Dat groen van grote waarde is voor de stad blijkt misschien nog het duidelijkste doordat zelfs projectontwikkelaars vallen voor de mogelijkheid om hierin te investeren: van Valley tot de buurtmoestuin op Zeeburgereiland. Daar investeerde het vastgoedfonds van verzekeraar A.s.r. in de openbaar toegankelijke pluktuin aan het Buiten-IJ, waar mensen uit de buurt terechtkunnen voor kruiden, fruit, bloemen en een picknick. Ook is er een moestuin aangelegd waar de vijftig buurtbewoners die de tuin beheren en twee scholen groente verbouwen. Groen dempt de gevolgen van klimaatverandering, maakt bewoners gelukkiger en gezonder omdat het uitnodigt tot meer bewegen. Groen is kortom goed voor het rendement.

Balkonpark

Tachtig procent van de Amsterdammers heeft geen tuin, maar ook balkons kunnen vaak een stuk groener. Wie het werk niet aankan of dat ingewikkeld vindt, kan zich via de snel groeiende start-up Upperbloom abonneren op goed gevulde plantenbakken voor aan de balkonreling. Als je alle bakken bij elkaar optelt, tikt dat op stedelijk niveau aardig aan. In 2025 wil Upperbloom zoveel groen aan de stad toevoegen als het hele Sarphatipark. Met vijfhonderd klanten dit jaar komen ze al aan tienduizend plantjes, rekent Tom van Ruitenbeek voor. “Met z’n allen vormen we één groot balkonpark.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden