PlusReportage

Meer dan 1000 bezoekers per dag voor het Namenmonument: ‘De geschiedenis wordt hier zo tastbaar’

Het Holocaust Namenmonument is elke dag van 8 tot 20 uur te bezoeken. Beeld Birgit Bijl
Het Holocaust Namenmonument is elke dag van 8 tot 20 uur te bezoeken.Beeld Birgit Bijl

‘Een monument wordt geboren op de dag dat het opengaat,’ zei architect Daniel Libeskind over het Holocaust Namenmonument, dat twee weken geleden werd geopend. Sindsdien bezoeken dagelijks tot wel 1500 mensen de herdenkingsplek.

De komst van het Holocaust Namenmonument werd ruim tien jaar tegengewerkt door protesterende omwonenden en door hen aangespannen rechtszaken. Nu het er eindelijk is, valt vooral op hoe druk het bij het monument is. “Zo’n 1000 tot 1500 mensen per dag komen langs,” zegt beheerder/gastheer Paul Silvester (61), die onder meer het monument onderhoudt en bezoekers op de QR-code wijst waarmee ze een naam ­kunnen vinden. “Joodse mensen die de namen van hun familieleden willen zien, mensen die in de buurt werken, schoolklassen en bezoekers uit Israël en andere landen.”

Ze zoeken, soms met papiertjes met namen in de hand, naar stenen, raken de namen aan en leggen naar Joods gebruik stenen op de grond voor hun familienamen. Velen hebben een ­camera bij zich om de stenen vast te leggen. Sommigen huilen zachtjes. Anderen nemen even plaats op de stenen banken om het allemaal te laten bezinken of hun familie te herdenken. Ondanks de drukte heerst er een serene rust.

Briefjes

Silvester zorgt ervoor dat de neergelegde stenen bij de muren na verloop van tijd worden teruggelegd in de kiezelstenenbak. “Anders worden het er te veel. Bij de stenen van Anne Frank en haar zusje Margot ligt al een bergje. Maar de ­stenen waarop bezoekers namen hebben geschreven, blijven wel liggen.”

De gastheer is tussen 8 en 20 uur aanwezig, als het monument open is, ’s avonds wordt de plek afgesloten met hekken. Rondom staan negen camera’s, waardoor een beveiligingsbedrijf kan meekijken. Afgelopen zondag schoot iemand met een paintballpistool een verfbolletje op het monument. De waterverf is maandagochtend vroeg direct verwijderd.

Bezoekers hebben er dus niks van meegekregen, zij komen om te herdenken. Behalve stenen liggen overal langs de muren bloemen en briefjes. ‘Lieve pap, ik heb je niet gekend. Wat zou je trots op me zijn geweest’ en daarnaast: ‘Lieve mam, Je bent nooit vergeten. Je hebt mijn leven gered.’ Beide ondertekend met ‘Je zoon Herman’.

Verhaal kwijt

Michael Telder (52) laat twee collega’s de stenen met de namen van zijn vermoorde familieleden zien: Rebecca Krant-de Valença, 46 jaar en Meijer Krant, 39 jaar. “Behalve mijn oma, die zich vanwege haar man als katholiek liet registreren, moest iedereen vanuit het huis in Hilversum de vrachtwagen in om te worden weg­gevoerd. De grootmoeder van mijn vader is in Sobibor vermoord. Binnenkort ga ik met mijn vader van 80 hierheen. Ik bereid het bezoek nu alvast even voor.”

Tineke Roelofs (80) en Hans Bode (77) staan voor de stenen met de naam Hillesum. Roelofs heeft tranen in haar ogen. “Je wordt hier echt met je neus op de feiten gedrukt. Zo veel mensen die weggevoerd zijn, van een paar dagen oud tot heel oude mensen” Bode: “De geschiedenis wordt hier zo tastbaar.”

Beheerder Silvester stapt soms op mensen af als hij ziet dat ze het te kwaad krijgen en een steuntje in de rug kunnen gebruiken. “Een dame liep huilend over het terrein. Ik merkte dat ze haar verhaal kwijt wilde. We zijn even gaan zitten op de bank en ze vertelde over haar oma. Soms zie ik ook dat iemand liever alleen is. Dit is zo overweldigend. Ook voor de jeugd hoor. Ze krijgen hier een klap om de oren.”

Juda Polak. Beeld Birgit Bijl
Juda Polak.Beeld Birgit Bijl

Juda Polak (68)

“Mijn vader zat op 36 verschillende onderduikadressen, mijn moeder was ondergedoken bij boer Tjerk in Friesland. Maar vele andere familieleden zijn vermoord in de kampen. Ik ben hier voor mijn families Kloot, Monas en Polak. Ik ben in Israël geboren, het land waar mijn vader in 1946 naartoe ging. Op mijn 21ste trok ik naar Nederland en ben nooit meer weggegaan.”

“Toen ik hier vandaag aankwam, kreeg ik een rilling over me heen. Nu sta ik voor de steen van Louis Kloot. Ik maak foto’s van zijn steen en van die van andere familieleden. Die stuur ik op naar mijn zoon in Israël. Mijn ouders hebben nooit over de oorlog gepraat. Nooit! Maar de oorlog drukte wel op hen. Mijn vader kreeg last van zijn hart.”

“Het is zo ontroerend om al die namen van al die mensen hier te zien. Maar waarom leert de ­wereld er niets van? Kijk naar Rwanda, Joegoslavië en Syrië. De geschiedenis blijft zich herhalen.”

Kitty van de Pol - Tak en Ulco van de Pol. Beeld Birgit Bijl
Kitty van de Pol - Tak en Ulco van de Pol.Beeld Birgit Bijl

Kitty van de Pol (98) en haar zoon Ulco van de Pol (73)

“Ik ben op zoek naar de achternaam Tak. Kijk, op mijn briefje staan bijvoorbeeld de namen van mijn in Sobibor en Auschwitz vermoorde familieleden: Judic Tak-Tak, 73 jaar – tante Joe noemde ik haar - en Clara Tak-Nieuwkerk, 86 jaar.”

“En Eliazer Tak, 62 jaar. Hij was ­violist in het Concertgebouw en heeft onder Mengelberg gespeeld. Hij was naar Amerika ­verhuisd maar kwam drie jaar voor de oorlog terug vanuit New York naar Amsterdam. Hij is in Salzburg omgekomen. Ik heb zijn naam nog niet gevonden op de muur.”

“Ik zei al jaren geleden tegen mijn zoon: ‘Als ik er nog ben, wil ik het Namenmonument zien.’ Ik wilde hun namen lezen. Maar het is niet gemakkelijk, het is zo verdrietig. Tante Joe was me heel dierbaar. Ze zag er altijd fantastisch uit, mooi hoedje op. Als ik eraan denk, hoe ze is weggehaald. 73 jaar oud en dan moet je mee.”

Jools Cornelisse, David Goudkamp en Wessel Bouma (vlnr). Beeld Birgit Bijl
Jools Cornelisse, David Goudkamp en Wessel Bouma (vlnr).Beeld Birgit Bijl

Jools Cornelisse (17), David Goudkamp (17) en Wessel Bouma (16), leerlingen van het Hervormd Lyceum Zuid.

David: “Het is heel indrukwekkend, zo veel namen op de muren. Het komt wel binnen. Je hoort de getallen op school maar als je hier al die namen ziet, besef je pas om hoeveel mensen het gaat. Rijen stenen hebben vaak dezelfde achternaam.”

Jools: “Je schrikt ook van de leeftijden.”

Wessel: “Eén rij is al honderd stenen. En elke steen is gekoppeld aan een mensenleven.”

David: “Een meisje uit onze klas heeft haar overgrootvader opgezocht en een steentje gelegd bij zijn naam. In de geschiedenisboeken lees je over de oorlog maar met deze wanden wordt het heel persoonlijk gemaakt.”

Wessel: “Het komt hier heel dichtbij.”

David: “Ook wij beseffen hoe heftig het is geweest. Ik vergeet niet snel dat ik hier heb rondgelopen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden