PlusReportage

Mee met de magneetvisser: ‘Van de honderd Rolexen is er eentje echt’

Magneetvisser John Vleers en zijn kompanen vissen naar metaal in de buurt van de Reijnier Vinkeleskade. Beeld Jean-Pierre Jans
Magneetvisser John Vleers en zijn kompanen vissen naar metaal in de buurt van de Reijnier Vinkeleskade.Beeld Jean-Pierre Jans

Hij haalde talloze granaten, pistolen en bazooka’s uit het water. Een ochtend mee magneetvissen met John Vleers. ‘Van de honderd Rolexen is er eentje echt.’

Hans van der Beek

In het water van de Erasmusgracht mag hij niet meer komen. Daar heeft magneetvisser John Vleers al zoveel handgranaten en vuurwapens opgevist dat de politie heeft gezegd: het is mooi geweest. Terwijl daar nog genoeg explosiefs op de bodem ligt, dat weet Vleers zeker.

Dan was er nog het idee om naar Osdorp te gaan, achter de rugbyvelden. Daar moeten nog twee AK47’s liggen. Waarschijnlijk iets met een afrekening. Maar de kans dat hij daar nog iets vindt, is klein. Vleers is er al een paar keer tevergeefs terug geweest. “Waarschijnlijk hebben de mensen van die afrekening ze zelf al opgevist.”

Het centrum heeft ook geen zin, zeker de Wallen niet. Alleen maar fietsen, fietsen, fietsen. “Ik heb er een keer 86 op één dag omhooggehaald. Dan voel je de dag daarna je schouders niet meer.”

En hij weet nog ergens twee motoren te liggen. Probleem: die haal je alleen omhoog met een takel.

Eigen techniek

Vandaar dat John Vleers, officiële naam John Molenaar (58) uit Heiloo, deze zondagochtend vroeg om 7 uur met enkele magneetvismaten klaar staat op de Timo Smeehuijzenbrug in Oud-Zuid. Zaterdagochtend had ook gekund, maar dan geldt betaald parkeren.

Voor hem is het een latertje, normaal begint hij om 5 uur. “Criminelen gaan om half vijf, vijf uur naar bed. Dan kan ik beginnen.”

In een boot – dat zou je toch verwachten – vist hij niet. Dan kun je geen kracht zetten tijdens het ophalen. Zijn maten binden hun touw aan de reling van de brug. Vleers niet, hij bindt het touw aan zijn pols. “Iedereen heeft zijn eigen techniek.”

Aan dat touw, een soort zeiltouw met een trekkracht van drie ton, zit een magneet met niet alleen een magneetveld aan de onderkant, maar ook helemaal rondom. Alles bij elkaar sterk genoeg voor 1600 kilo. Hij draagt dubbele rubberen handschoenen, tegen de chemicaliën in het water, maar vooral tegen de drab.

Duitse dienstwapens

Met een zwiep gooit hij de magneet – een soort XXL hockeypuck – in het Noorder Amstelkanaal langs de Reijnier Vinkeleskade en haalt het touw dan langzaam binnen. Op deze plek gooiden veel Duitse soldaten vlak voor de overgave nog snel hun dienstwapen in het water, weet Vleers. Hij heeft hier ook al eens het achterstuk van een Lee-Enfield gevonden, het dienstwapen van de Britten destijds. Ook moeten hier sieraden van Joden liggen.

Een tweede zwiep mikt hij onder de brug, en dan voelt hij het meteen. “Een winkelwagen.”

Met zijn maten trekt hij het ding aan wal, nog best een klus. “Dit is ontspanning én inspanning. Soms is het gewoon een work-out.”

Het is er eentje van Albert Heijn. De volkomen bemodderde winkelwagen doet meteen dienst als opslagplek, die de komende uren steeds voller wordt. Fietssturen, veel schroot, een oude autoradio – nog met cassette –, een klapstoel, een geldkistje vol modder. Tegen de brug staan al snel een stuk of vijf fietsen.

“Hier, kijk,” zegt Vleers, terwijl hij een ovaal object schoonveegt. “Dan denk je: een granaat, maar dan is het gewoon de dynamo van een fiets.”

Waar criminelen wonen

Vleers schat dat er in Nederland zo’n vijf- à zeshonderd magneetvissers actief zijn. Tenminste, die het serieus nemen. Tijdens corona was het een hype. Toen waren volgens hem wel zo’n 20.000 mensen met een magneet in de weer. “De wateren zijn niet meer zoals ze geweest zijn.”

Al die amateurs gooien hun magneet lukraak in het water. Vleers niet, hij doet vooraf onderzoek. Waar wonen veel criminelen? Wat is voor hen een gunstig plekje aan het water, met een bankje en een parkeerplek in de buurt? Waar kwamen de geallieerden een stad binnen? Waar gaven de Duitsers zich over? Waar waren bombardementen?

Vleers: “De geschiedenis herhaalt zich. Wij vissen de geschiedenis weer uit het water.”

Politie bellen

Lugers, machinegeweren als de MP40, maar ook modern wapentuig, een paar AK47’s ook. “Ik zit boven de 500 wapens. Over granaten praat ik niet eens. Soms haal je ze met zeven of tien tegelijk omhoog. In België bel ik niet eens meer de politie. Dan worden ze boos. Dan gooi ik ze maar terug in het water. Wel op een veilig plekje.”

Van alle rommel die ze bij elkaar vissen wordt de locatie doorgegeven aan de gemeente, voor grofvuil. Vleers: “Alleen bij wapens moet je de politie bellen. Bij kogels eigenlijk ook. Bij een granaat bel je iets eerder. Sieraden en geld mag je houden. Maar je moet je wel voorstellen: van honderd Rolexen is er maar eentje echt.”

Waardevolle spullen moet hij wel eerst ook inleveren bij de overheid. Die worden een jaar en één dag op een site met gevonden voorwerpen geplaatst, en daarna zijn ze voor de vinder. Vleers: “Op die site staat nu een Patek Philippe-horloge van 1,1 miljoen. Nog een week, en dan is die van mij.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden