PlusTen Slotte

Maurice Shabi (1929-2020) had twee levens, in Irak en Amsterdam

Maurice Shabi in 2015.

Maurice Shabi heeft twee levens gehad. Tot zijn 41ste een leven vol rijkdom in Irak, en na een vlucht halsoverkop helemaal opnieuw beginnen in Amsterdam. Hij groeide daar uit tot een prominent in de Joodse gemeenschap.

Vorige week overleed hij, 91 jaar oud. Hij is vanwege corona in besloten kring begraven op de Portugees-Israëlitische begraafplaats in Ouderkerk aan de Amstel.

“Dat mijn vader in Nederland terechtkwam, is toeval,” zegt zoon Aboed Shabi. “Hij is zonder te zeuren weer onderaan begonnen, was dankbaar voor de kansen die hij kreeg en is van Nederland gaan houden als zijn tweede vaderland.”

Maurice Shabi werd geboren in ­Basra in 1929, studeerde in Beiroet en werd eigenaar van een fabriek in ramen en kozijnen en importeur van farmaceutische grondstoffen. In Bagdad leefde hij in de volledig geïntegreerde Joods-Arabische gemeenschap. Het was een goed leven met een groot sociaal netwerk, tuinfeesten en een eigen kok en nanny.

Zesdaagse oorlog

In 1957 leerde hij Olivia kennen op een tennisclub. Bij hun eerste partij sloeg ze een bal tegen zijn hoofd. Drie jaar later trouwden ze. Zoon Aboed werd in 1962 geboren, zoon Nabil in 1967.

Na de Zesdaagse Oorlog in 1967 verslechterde het leven voor Joden in Irak drastisch, zeker nadat de Baathpartij de macht had overgenomen. Joden werden gezien als spionnen voor Israël. Tientallen werden na een schijnproces opgehangen.

Shabi wilde het land niet verlaten voordat al zijn familieleden in veiligheid waren. In 1971 werd hij opgepakt door de geheime politie. Door bemoeienis van een zakenvriend kwam hij na twee dagen vrij.

Met zijn vrouw en zonen, destijds vier en negen jaar, vluchtte hij het land uit. Tegen zijn zonen vertelde hij dat ze met vakantie gingen.

Op doorreis naar Londen, waar veel familie woonde, kwamen ze op Schiphol terecht. Shabi besloot in Amsterdam te blijven. Hun leven veranderde radicaal. Zijn oude zakenpartners zouden zijn aandelen beheren, maar kwamen die belofte niet na.

Al hun bezittingen waren ze kwijt. Moeder Olivia moest leren koken, er was geen geld voor luxe. Het gezin werd opgevangen door de Joodse gemeenschap, vader begon een carrière bij grondstoffenhandel Philipp Brothers, moeder kreeg een baan bij IBM.

Geen complimenten

Zijn levensverhaal liet hij optekenen door Mischa van de Woestijne, een vriend van zoon Aboed. Van de Woestijne: “In Nederland ging hij gewoon aan de slag om iets op te bouwen en voor zijn vrouw en kinderen te zorgen. Hij zocht daar ook geen complimenten voor en keek niet in bitterheid terug. Als ik hem daarnaar vroeg, keek hij me bijna meewarig aan: wat was hier bijzonder aan?”

Zijn zonen kwamen goed terecht en zijn beiden eigenaar van een goedlopend bedrijf. Aboed werd ook voorzitter van de Stichting Joods Bijzonder Onderwijs. “Toen ik daar een lintje voor kreeg en op de foto ging met de koning, was mijn vader ontzettend trots. Voor hem was dat het toppunt van integratie.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden