PlusTen slotte

Maurice Pronk (1973-2019): dakloos en schulden, maar ook vol hoop

De daklozenkrantenverkoper bij de Dirk in de Rijnstraat leek altijd vrolijk. Maar de grijns op het gezicht van Maurice Pronk verhulde hoe hij zich echt voelde.

Maurice Pronk.Beeld -

115 kerstkaarten, de meeste met een persoonlijke boodschap. Zoveel deelde hij er uit, december vorig jaar, aan de klanten van de Dirk in de Rijnstraat die hem in negen maanden tijd dierbaar waren geworden. Het laatste jaar uit zijn leven bracht Maurice Pronk voornamelijk daar door, met het verkopen van de daklozenkrant, zittend in zijn scootmobiel.

In rap tempo werd hij een bekendheid in de Rivierenbuurt. Omdat hij zo open was, zo eerlijk en – zo leek het – altijd vrolijk. Maar als er één les is die hij mee wilde geven, dan was het: de grijns op iemands gezicht zegt niks over hoe diegene zich écht voelt.

Slecht, in het geval van Pronk. Leven was lijden met een lange ij geworden door de gewrichtsreuma die voor constante pijn zorgde. En het werd erger. Zo erg dat hij het niet meer zag zitten en op 30 december uit het leven stapte.

Een leven dat toch al een aaneenschakeling van tegenslagen was. Dat begon al bij zijn stroeve geboorte. Na een paar maanden kwamen artsen achter een pigmentaandoening waardoor hij slechts veertig procent zicht had. Hij paste zich erop aan, hij moest wel. Het zou een voorbode zijn voor een leven waarin hij zich steeds moest aanpassen aan onvoorziene en vooral onwenselijke omstandigheden.

Gepest

Thuis in Den Helder was het gedoe. Ruziënde ouders, een drinkende, wantrouwige moeder en een vader die niet naar hem omkeek. Hij was negen toen hij snuffelend in een kastje op een exemplaar van sekstijdschrift Chick stuitte. Hij bladeren natuurlijk. Tot hij zich opeens rotschrok. “Mama!” riep-ie. “Is dit m’n vader niet?” Het was hem, naakt met twee andere vrouwen. Hij werd er nog jarenlang om gepest op school.

In 1983 verhuisde het gezin naar Purmerend. Hij was een dwarse puber inmiddels. Thuis werd het niet beter maar erger. Meer alcohol, meer valium en nog minder aandacht voor hem. Nadat zijn vader weer vreemdging, kwam de scheiding.

Een jaar hield hij het uit bij z’n moeder die verder ontspoorde. Hij was dertien toen een oom zich over hem ontfermde en hij kon vervolgens – tegen wil en dank – bij z’n vader terecht. Zo goed en zo kwaad als het ging, probeerde hij daar puber te zijn. Hij bracht Het Parool rond, kocht een brommertje. Maar ook hier liep het mis. Een pleegouder in Amsterdam leek soelaas te brengen maar toen die zijn handen niet thuis kon houden, besloot hij: op eigen benen dan maar.

Hoop op betere tijden

Er volgde jaren van hoop en de hoop weer verliezen – steeds opnieuw. Zijn valse start in het leven had hem een onoverbrugbare achterstand gegeven. Zeventien verschillende banen en baantjes, dakloos en schulden, maar ook een prachtige dochter en steeds opnieuw de overtuiging dat het goed zou komen. Vol toewijding stortte hij zich op allerlei functies bij Buurtbuik, dat overtollig eten ophaalt bij supermarkten en horeca om zo verspilling tegen te gaan. Hoe lastig zijn leven ook werd, de hoop op betere tijden hield hij altijd. Tot eind vorig jaar ook het licht aan het einde van de tunnel voor hem doofde.

Tijdens zijn leven raakte Pronk ervan overtuigd dat er meer is tussen hemel en aarde. Een paar keer had hij onwerkelijke ervaringen, dingen die hij alleen kon verklaren door de gedachte dat hij een gave had. Een paragnost vertelde hem dat hij al een ander leven achter de rug had, ergens in de negentiende eeuw. Dit moest dan zijn tweede leven zijn. En z’n derde leven? Dat kan alleen maar beter worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden