Martin Garrix.

Plus Interview

Martin Garrix: ‘Ik op het Songfestival? Dat werkt niet, man’

Martin Garrix. Beeld Harmen De Jong

Martin Garrix (Martijn Garritsen, 1996) is dj. Hij is al drie jaar op rij uitgeroepen tot beste dj van de wereld. Tijdens het Amsterdam Dance Event, dat woensdag begint, geeft hij twee shows in de RAI.

Amstelveen

“Mijn thuis, de plek waar mijn familie en vrienden wonen. Ik heb mijn hele jeugd in Amstelveen doorgebracht. Dat betekende vooral veel buiten spelen. Op de zolderkamer van mijn ­ouderlijk huis heb ik ook mijn eerste muziek ­gemaakt. De bedroom studio noemde ik die plek, met posters van Tiësto of van grote dancefeesten aan de muren. Mijn ouders klaagden nooit over te luide muziek, nee. Ik mocht alleen niet ’s nachts werken van ze. Dat begreep ik wel. Ik woon al een paar jaar in Amsterdam, maar kom nog vaak thuis. Niks lekkerders dan even mee-eten bij mijn ouders.”

Postzegels

“Mijn moeder is maag-, darm- en leverarts in het VU-ziekenhuis. Mijn vader had een eigen veilinghuis voor oude munten, prentbriefkaarten en postzegels. Dat was bij ons om de hoek, dus ik ging vaak even kijken. Ik vond die bijzondere postzegels wel interessant vanwege het verhaal erachter. Als je een beetje van geschiedenis houdt, is er heel wat aan een postzegel te ontdekken. STMPD RCRDS, mijn eigen platenlabel, spreek je uit als ‘stamped’. Het logo is een postzegel, knipoog naar mijn vader. Die heeft zijn veilinghuis inmiddels niet meer, maar doet al een tijdje al mijn financiële zaken.”

DJ Marty

“Zo noemde ik mezelf tot mijn vijftiende. Ik heb nooit een bijbaantje als vakkenvuller of in de horeca gehad. Als dj kon ik op mijn dertiende, veertiende al geld verdienen. Ik draaide op bruiloften, verjaardagen of schoolfeestjes. Mijn pa en ik hadden een mooi bord gemaakt om voor de installatie neer te zetten: ‘DJ Marty’. Voor zo’n boeking kreeg ik misschien 30 euro. Met dat geld kocht ik dan een nieuwe lamp. Zo werd mijn uitrusting steeds een beetje groter. Op mijn vijftiende tekende ik voor het eerst bij een label. Toen heb ik Martin Garrix bedacht. Ik vond Marty toch een beetje klinken als een ­figuurtje uit Pokémon. Ik wilde iets serieuzers.”

Animals

“Ik zat nog gewoon op het vwo in Amstelveen. Ik was net aan de vijfde begonnen toen mijn vriend Julian Dobbenberg – inmiddels Julian Jordan – vertelde over de Herman Brood ­Academie. Hij zat in het eerste jaar: ‘Man, we moeten muziek maken als huiswerk!’ Zat ik daar boven m’n natuurkundeboeken! Ik werd helemaal gek. Uiteindelijk ben ik overgestapt. Best een overgang, van vwo naar mbo, maar het mocht van mijn ouders.”

“Twee maanden ­later maakte in het weekend thuis een liedje. Op maandag liet ik het in de feedbackles horen aan mijn klasgenoten. Ik vond het best leuk, wel catchy, maar niet direct materiaal om mee door te breken. Toch was ­Tiësto meteen enthousiast. Hij wilde de plaat hebben voor bevriende dj’s. Ik weet nog dat ik op Tomorrowland was met mijn vrienden. Ik kon het niet ­geloven toen ik hoorde hoe voor het eerst het intro van Animals werd ingemixt. ­Gebeurde die dag nog een keer of acht. Niet normaal! ­Uiteindelijk is Animals wereldwijd tien miljoen keer verkocht en nummer 1 in Engeland ­geworden. De achtbaanrit was begonnen.”

Nummer 1

“Het boeit me echt helemaal niks, die zogenaamde wereldranglijst. Ik heb geen lijstje nodig om te doen wat ik leuk vind. Ik sta op 1, ja. En Tiësto staat heel veel plekken onder mij. Dat slaat toch nergens op? Ik ben begonnen met muziek dóór hem. Ik ben geen betere dj dan hij, heb nu misschien alleen wat meer hype rondom me. Er staan trouwens ook mensen in die lijst van wie ik nog nooit heb gehoord, dus ik heb mijn vraagtekens over de totstandkoming.”

“Ik heb in elk geval nog nooit een oproep gedaan om voor me te stemmen en zal dat ook nooit doen. Of die lijst moet worden afgeschaft? Van mij mag het, maar hij zal vast doorgaan. Vooral in Azië wordt er veel belang aan gehecht. Maar het enige wat echt telt, is hoeveel tickets je verkoopt en of je de mensen blij maakt.”

Zes

“Ik had het aantal vrouwen in de lijst niet geteld, maar zes van de honderd is natuurlijk ­bizar weinig. De dj-scene is altijd een mannenwereld geweest. Op mijn producersopleiding zaten in mijn klas negen jongens en één meisje. Dj’s ­waren in het begin van die echte computernerds, beetje prutsen op zolderkamertjes. ­Misschien dat dat meisjes niet zo aansprak en nu zijn er geen grote vrouwelijke voorbeelden. Superjammer, want het is natuurlijk gewoon saai als er alleen maar mannen in onze wereld rondlopen. Gek ook, want in het publiek is juist mooi evenwicht tussen mannen en vrouwen.”

“Wat wel tegenwerkt, is dat veel bekende vrouwelijke dj’s van die tv-types zijn. Actrices en realityfiguren die gaan draaien om wat geld te verdienen. Ik heb een paar van hun sets gezien: echt een drama. Ze verpesten het voor vrouwen die wel serieus met muziek bezig zijn. Rezz of Alice in Wonderland zou die voorbeeldfunctie kunnen vervullen. Zij zijn echt heel goed, alle twee uit de VS. Daar zijn ze op dit vlak verder. Ik hoop dat zij ook hier doorbreken en jonge meisjes inspireren, zoals Tiësto bij mij heeft gedaan.”

Enkelbanden

“Ik heb een residency in Omnia in Las Vegas, doe er dertig shows per jaar. Op 25 mei was ik er. Na 20 minuten sprong ik van mijn booth af. Doe ik altijd, gaat nooit wat mis, maar ik landde op de zijkant van het platformpje. Ik hoorde het meteen: tsjak. Aan de binnen- en de buitenkant mijn enkelbanden gescheurd. Serieuze blessure. Bij voetballers duurt het negen maanden voor ze weer op het veld staan. Ik moest bijna vier weken rust houden. Zo lang heb ik sinds Animals niet thuisgezeten. Natuurlijk baalde ik dat ik shows moest afzeggen, maar alles gebeurt met een reden. Misschien had ik wel even rust nodig. Ik doe meer dan honderd shows per jaar. Ik kan er goed tegen, maar ik was nu wel moe. Ik heb lekker thuis gechild met vrienden en familie. En: er is mooie muziek ontstaan die er anders misschien niet was geweest.”

Avicii

“Van zijn dood was ik echt kapot. Ik was goed bevriend met Tim en heb vaak samen met hem getourd. Dat leven was niets voor hem, dat zag ik wel. Zijn beslissing om te stoppen met concerten moet moeilijk zijn geweest, maar was verstandig. We spraken elkaar daardoor wat minder, maar ik dacht dat het goed met hem ging. Bizar wat er met hem is gebeurd, maar zijn dood heeft wel iets in gang gezet in de scene. Er is veel meer besef dat wij dj’s ook maar gewoon mensen zijn. Dat geldt trouwens voor de leden van de crew. Ook zij hebben bizarre werkuren.”

“Na Tims dood heb ik ik-weet-niet-hoeveel berichten van andere dj’s gekregen: ‘Alsjeblieft Martijn, doe rustig aan.’ Dj’s en producers zijn onderling veel meer op elkaar gaan letten: ‘Pak je wel je rust?’ Het heeft ons dichter bij elkaar gebracht.”

“Natuurlijk is de belasting behalve fysiek ook geestelijk. Het is een bizar leven: het ene moment sta je voor honderdduizend juichende mensen, het andere lig je in je eentje in bed. Dat doet wat met je. Gelukkig heb ik een fijn team. Mijn familie gaat tegenwoordig vaker mee en er zijn bijna altijd jeugdvrienden bij me. Gezellig, maar ze kunnen me ook in de gaten houden.”

Bonn

“Komt niet vaak voor dat ik met iemand muzikaal zo klik als met hem. Ik heb altijd melodietjes in mijn hoofd, soms hoor ik de akkoorden of de tekstregels erbij. Met Bonn, die in het echt Kristoffer Fogelmark heet, wordt zo’n liedje nog beter. Hij kan ook niet normaal goed zingen. Eind september hebben we een paar dagen ­bijna non-stop bij elkaar gezeten. Een andere Zweedse jongen, Albin Nedler, was er ook. Hadden we zo vijf nieuwe opzetjes voor liedjes af.”

Amsterdam Dance Event

“Ik ga volgende week zaterdag de ziekste show ooit geven. Ook al verkopen we twee keer uit, ik ga er vet veel geld op verliezen, zoveel hebben we geïnvesteerd in visuals. We hangen het hele dak van de RAI vol. Alles kan bewegen. Hier, ik zal je computertekeningen laten zien op mijn telefoon. Bizar, hè? Ik zie die show als een visitekaartje. Uit de hele wereld komen deze week concertpromotors naar Amsterdam. Die weten niet wat ze meemaken als ze bij mij komen.”

Bootje

“Als ik songwriters te gast heb, gaan we vaak met een bootje de grachten op. Op het water kun je prima muziek schrijven, wist je dat? De nieuwe single Used to love heb ik met Dean ­Lewis op de boot geschreven. Gitaartje erbij, beetje avondzon. Zo’n tochtje inspireert altijd. Ik zou nergens anders ter wereld kunnen wonen.”

Songfestival

“Of ik daarheen wil? Dat gaat niet werken, man. Ik vind het leuk hoor, net als voetbal brengt het het land samen, maar muzikaal niet interessant. Hoewel ik het nummer van Duncan Laurence heel vet vond. De Nederlandse organisatie zou graag een keer een dancetrack insturen? Tja, misschien kunnen ze een lied waaraan ik heb meegeschreven gebruiken. Als ik Nederland daarmee kan helpen, prima.”

Wintersport

“Eigenlijk mijn enige vakantie. Ik ga altijd met familie naar Frankrijk. ’s Avonds lekker racletten en daarna bordspelletjes doen. En overdag boarden of skiën. Ik doe het al vanaf mijn zevende, dus kan het allebei inmiddels wel aardig. We hebben voor december een paar dagen gepland, maar met mijn enkel kan ik de piste niet op. Maakt niet uit. Ga ik helpen raclette maken. Het gaat mij om de gezelligheid.”

Gerrie van der Klei

“Ik kende haar niet en naar Anastasia ben ik niet geweest. Soldaat van Oranje is de laatste die ik heb gezien. Ik vind musicals superleuk. Of Martin Garrix, the musical een goed idee zou zijn? Eh, nee. Dan eerder een goeie film over mijn leven. Als ik héél oud ben.”

Martin Garrix, ADE 2019, 18 en 19 oktober, RAI. ­martingarrixade.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden