Plus Klapstoel

Marga Bult: ‘Ik moest leren van me af te bijten’

Marga Bult (1956) is zangeres. Ze werd bekend als lid van de meidengroep Babe. In 1987 vertegenwoordigde ze Nederland op het Eurovisie Songfestival. In Brussel behaalde ze met het lied Rechtop in de wind de vijfde plaats.

Marga Bult op de Klapstoel Beeld Harmen de Jong

Lattrop

“Ik werd er geboren als de oudste van zes kinderen. Ik ben een boerendochter. Pa had een gemengd bedrijf. Iedereen thuis hielp mee. Dus ik heb knollen getrokken en aardappels geraapt, ik heb gehooid, ik kan zelfs nog tarwe binden. En als er ’s nachts iets misging bij de geboorte van biggetjes, haalde mijn vader me uit mijn bed: ‘Marga, d’r ligt d’r weer één dwars.’ Ik had nog van die kleine handjes hè, dus als zo’n biggetje verkeerd lag in het geboortekanaal, kon ik het eruit halen, ik was er heel handig in. Ik heb een prachtjeugd gehad, heel beschermd. Maar het was ook allemaal heel klein. Lattrop was een dorpje met 800 inwoners. Een kerk, een ­café, een winkel, meer was er niet.”

Marga Groeneveld

“Ja, zo heette ik toen nog. Bult is de naam van mijn eerste man. Mensen denken altijd dat het een artiestennaam is, maar dan had ik echt wel wat anders gekozen.”

Tukker

“Ik ben niet een beetje een Tukker, ik ben een rasechte Tukker. Lattrop was een hechte gemeenschap. Iedereen hielp elkaar, noaberschop heette dat. Waar we nu in Nederland met zijn allen naar toe willen, met die burgerparticipatie, was in Twente altijd al vanzelfsprekend. Toen ik eenmaal succes had, heb ik wel van me af moeten leren bijten. Westerlingen waren veel bijdehanter en in alles sneller. Twentenaren denken wel veel, maar zeggen meestal iets minder. Het was me al snel duidelijk dat je zeker in de muziekwereld zo niet kunt overleven.”

Twee witte duiven

“Mijn eerste single, in 1970, ik was dertien. Een zus van mijn moeder had me opgegeven voor een talentenjacht, omdat ik altijd aan het zingen was en ukelele speelde. Ik won en mocht een plaat opnemen. Ik zing het nog zo: ‘Twee witte duiven, die zongen een lied, koekoeroekoekoe, koekeroekkoe.’ Het was de tijd van Heintje en Wilma, aan zulke muziek moet je denken. En het was een succes. Ik trad op tv op in Stuif-es-in en, begeleid door het Vara Dansorkest, in Met een lach en traan.”

“Gert Timmerman stond ineens op het erf, en Johnny Hoes kwam langs. Ik vond het prachtig allemaal, maar ik ontregelde ongewild ook het gezin. Mijn ouders hadden helemaal geen tijd om met mij door het hele land te rijden. Ik moest een brief schrijven waarin ik zei dat mijn schoolwerk leed onder het zingen, wat helemaal niet zo was, en dat ik ermee stopte. ‘Ga eerst maar eens een vak leren,’ zei mijn vader.”

Verpleegster

“Ik ben acht jaar verpleegkundige geweest. Geweldig werk. Maar ik probeerde mijn diensten altijd wel zo te regelen dat ik in het weekend kon optreden. Ik zong bij een coverband, die behalve in Twente ook veel in Duitsland optrad. In het ziekenhuis zong ik ook graag. Zuster Zonneschijn noemden patiënten me. Maar het hoofd vond het maar niets: ‘Zuster Marga Groeneveld, het is hier geen discotheek!’ Ze vond het ook maar niets dat ik elk weekend met vijf mannen op pad was. ‘En uw uniform is ook te kort!’ Ik zei dat dat maar zo leek omdat ik zulke lange benen had.”

Babe

“Gemma van Eck stapte eruit en Peter Koelewijn, de producer van Babe, zocht een opvolgster. Omdat hij mij wel eens ergens had horen zingen, kon ik auditie doen. ‘Zo, jij hebt geen antenne nodig om Hilversum 3 te ontvangen,’ zei hij toen hij zag hoe lang ik was. Wat een rare kerel, dacht ik. Maar die auditie ging goed en hij koos mij uit een paar honderd kandidaten. In mijn naïviteit dacht ik ook Babe wel te kunnen combineren met mijn werk in het ziekenhuis, maar ik moest definitief mijn verpleegstersuniform plus kapje aan de wilgen hangen.”

“Vijf jaar heb ik in Babe gezeten. Héél erg leuk, die andere twee meiden zie ik nog steeds, dus dat zegt wel wat. Maar het was ook een gekkenhuis. Je werd geleefd. De halve wereld ben ik over geweest: heel Europa, en we gingen ook naar landen als Indonesië en Maleisië. In eigen land waren dertig optredens in de maand heel gewoon, soms wel vier op een dag. Ik reed 150.000 kilometer per jaar. Ook omdat ik altijd terugreed naar Twente. Dat hield me nuchter. ‘Goh meske, waar binst noe weer geweest?’ vroegen mijn ouders dan. ‘Noar Pakistan? En was ’t wat?’ Ik zei ‘Geweldig’ en vervolgens ging het weer over het mestoverschot of het nieuwe veulen dat net was geboren. Heerlijk.”

Rechtop in de wind

“1987. Het jaar ervoor was een einde gekomen aan Babe. Voor Rita en Margot was de koek op. We waren ook dertigers inmiddels, de tijden van blondgelokt en kortgerokt waren voorbij. Maar ik wilde wel door als solozangeres. En toen kwam het songfestival op mijn pad. Er was vooraf best veel kritiek: ik was maar een provinciaaltje, ik had het niet, ik kon niet zingen. Maar met Rechtop in de wind, een liedje van Peter Koelewijn weer, werden we in Brussel wel mooi vijfde, in ook nog eens een sterk deelnemersveld. Zo goed had Nederland het in tijden niet gedaan. Ik kreeg ook – ik wist niet eens dat die bestond – de populariteitsprijs van de journalisten.”

“Door mijn werk als verpleegkundige ben ik altijd behoorlijk stressbestendig geweest. Dat kon ik gebruiken daar in Brussel. Bij de repetities bleek Rechtop in de wind zes seconden langer te zijn dan de toegestane drie minuten. In overleg met orkestleider Rogier van Otterloo besloten we het nummer niet in te korten, maar iets sneller te spelen. Dat heeft goed uitgepakt, het kreeg er net iets meer schwung door.”

Duncan Laurence

“Ik was totaal verrast, ik kende hem alleen vaag van The Voice. Het is een leuke vent en ik vind het een schitterend lied. Waar ik echt niets van snap is de presentatie. Waarom zit hij in godsnaam achter zo’n goedkoop pianootje? Waarom staat daar geen mooie glimmende vleugel? Die kleding lijkt denim, maar ik heb begrepen dat het om honderd jaar oud Frans linnen gaat – dat levert vast twaalf punten van Frankrijk op. Maar wat is de achterliggende gedach­te bij die sobere presentatie? Tuurlijk, het gaat om het liedje, maar een mooie presentatie kan zo’n liedje veel beter doen overkomen. Toen ik voor het eerst Calm after the storm van The Common Linnets hoorde, dacht ik: mwaaaoh. Maar tijdens het songfestival spatte het door de regie echt van het scherm.”

Winnaar

“Duncan maakt een goede kans. Maar het is gevaarlijk hoor, dat hij bij de bookmakers de gedoodverfde winnaar is. Stel nou eens dat hij derde wordt? Zou een geweldige prestatie zijn, maar doordat er telkens maar werd gezegd dat hij zou winnen, zou dat dan voelen als verlies. En vergis je niet, het is geen makkelijk nummer om te zingen. Het is voor het grootste deel met kopstem gezongen. Daar zitten risico’s aan.”

Dinge-dong

“Toevallig heb ik Getty, de zangeres van ­Teach-in, vorige week nog gezien. Ja, die komt ook uit Twente. Is toch wel opvallend hè, drie keer hebben vrouwen uit Twente meegedaan en die brachten het er behoorlijk goed van af: eerst Getty Kaspers met Teach-in, toen Bult en een paar jaar terug Ilse DeLange nog met The Common Linnets. Dinge-dong had niet zo’n ­beste tekst, maar het was wel een leuk liedje. Ik was bij mijn ouders toen Teach-in in 1975 won. We keken elk jaar. Dana, Mary Hopkin, Katja Ebstein, Cliff Richard ook nog, uit Nederland Lenny Kuhr; ik vond het allemaal schitterend.”

“Ik weet nog dat mijn vader zei: ‘Ja, dat zijn de echte artiesten, Margaatje, dan heb jij nog een lange weg te gaan.’ Ik was zo trots toen ik ze kon vertellen dat ik Nederland ging vertegenwoordigen op het songfestival. ‘Och meske, ’t zal toch zeker niet waor wez’n?’ Ze vonden het geweldig.”

Radical Redemption

“Mijn zoon Joey, de hardstyle-dj. Hij staat al vijf jaar in de DJ Top 100 en hij gaat de hele wereld over. Van Mexico naar Spanje en van België naar Australië. Hij was altijd al muzikaal. Vroeger drumde hij, later koos hij voor de dance. Och man, het hele huis dreunde ervan als hij op zijn kamer bezig was. Mijn muziek is het niet, die hardstyle, maar ik ben wel heel trots op hem. Zijn artiestennaam hebben we samen, midden in de nacht, aan de keukentafel ­bedacht. Radical had hij al, ik kwam met ­Redemption.”

“Zelf heeft hij toen een logo ontworpen. Bij zijn shows zie je dat overal: op petjes en T-shirts, maar mensen hebben het ook op hun arm getatoeëerd. Ja, ik ga weleens kijken als hij optreedt en kan dan ook mijn benen niet stilhouden. Komen mensen vragen wat voor pillen ik op heb. Nou, niets. Joey gebruikt ook nooit wat.”

Mark Rutte

“Ach, dat is zo opgeblazen. We kennen elkaar, dat is alles. We hebben elkaar voor het eerst ontmoet toen ik in 2000 met de Dutch Diva’s in Nieuwpoort optrad. Twee jaar geleden viel ik bij een Amsterdams feestje van de VVD, waarbij de premier ook aanwezig was, van de trap en brak ik mijn been op drie plaatsen. Ene Gerard Joling zette dat op Twitter en nou, dat vond de pers interessant! Toen ze hoorden dat Mark en ik elkaar wel eens een berichtje sturen, werd het: Marga Bult en Mark Rutte appen elkaar elke dag. Even later was ik zijn vriendin. Hij heeft een oude Nokia, je kunt hem niet eens een fotootje sturen.”

Rahma el Mouden

“In ken in Twente een vrouw die op jonge leeftijd vanuit Turkije naar Nederland is gekomen en nu een succesvolle zakenvrouw is. Net zo’n verhaal als van deze mevrouw. Zo zijn er gelukkig velen, alle door populisten uitgekraamde narigheid ten spijt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden