Plus Achtergrond

Mag je straks van de overheid geen patat meer eten?

De Amsterdamse jeugd blijft ondanks sturing vanuit de gemeente veel te zwaar. Daarom wil wethouder Kukenheim (Zorg) snackbars rondom scholen weren. Ook eist ze strengere maatregelen uit Den Haag. Hoe ver kan de overheid gaan?

Vet, zout en zoet voedsel moeten vervangen worden voor gezonde alternatieven. Beeld Rein Janssen

De frituurlucht van een snackbar waait over de speelplaats van de Openbare Basisschool Holendrecht. Kinderen ravotten er op klimtoestellen en een Johan Cruijffveldje, maar als de school uit is, lonkt de vette hap. De snackbar ligt op twintig meter van de speelplaats. Ernaast bevinden zich -op een rijtje- een Surinaams eethuis, een broodjeszaak en een pizzeria. Vlakbij is de Vomar, met roombotercroissants à 29 cent.

“Ongezond voedsel is alomtegenwoordig, ook in de buurt van onze school,” zegt schooldirecteur Klaas de Roij. Dat botst met het gemeentelijke beleid op de scholen. Ook de basisschool van De Roij volgt het Jump-in programma van bruine boterhammen, water, melk, fruit en veel lichaamsbeweging. Het haalt echter niet veel uit. Ondanks de positieve bijdragen van scholen zijn kinderen in Zuidoost de afgelopen jaren zelfs dikker geworden (zie graphic).

In de Indische buurt daalde het percentage kinderen met overgewicht ten opzicht van 2012, maar in Zuid-Oost nam het juist toe. Beeld Laura Van Der Bijl

Mondiaal probleem

“Kinderen zijn zes uur per dag op school, wat ze daarna doen, is buiten onze invloedssfeer,” aldus De Roij. “Een gezonde leefstijl voor kinderen is primair de taak van ouders. Sommige kinderen mogen na school naar de snackbar. Anderen drinken Fernandes en eten chips.”

Het menselijk lichaam is immers dol op suikers en vetten, omdat die voedzame stoffen in het verleden schaars waren. De evolutie kon echter niet voorzien dat de jagers-verzamelaars van weleer ooit in steden kwamen te wonen, waar suiker en vet op elke straathoek te vinden zijn. Et als gevolg dat overgewicht tegenwoordig een groot mondiaal probleem is.

De Amsterdamse aanpak tegen overgewicht bestaat vanaf 2012. Via scholen, buurtmanagers en samenwerkingsverbanden werden aanvankelijk succesjes geboekt, maar nu stokt het. Het percentage te dikke Amsterdamse kinderen lag gemiddeld op 21, maar gaat niet verder terug dan 18. Daarom maant wethouder Kukenheim (Zorg) staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid) tot strengere maatregelen.

Boetes

Zo moet de landelijke overheid de voedingsmiddelenindustrie duidelijke normen stellen voor de vermindering van suiker, zout en vetten. Er moeten boetes komen op kindermarketing voor ongezond voedsel en het moet sneller duidelijk worden dat begeleiding van gezinnen bij het ontwikkelen van een gezonde leefstijl onder de zorgverzekering valt, zo schrijft Kukenheim in een brief van 25 juni aan het ministerie van Volksgezondheid.

Voor de reductie van kinderobesitas onderzoekt Kukenheim ook hoe ze het gemeentelijke vergunningenstelsel kan inzetten. Om te voorkomen dat kinderen na een gezonde schooldag linea recta naar de snackbar lopen, wil ze een ‘gezonde cirkel’ rondom het klaslokaal trekken. Dat betekent: geen fast-foodverkoop meer bij scholen, zoals ook coffeeshops in de buurt van scholen inmiddels verboden zijn.

“Bij verkooppunten in de openbare ruimte, als kiosken en foodtrucks, kunnen we via vergunningverlening al een gezonder voedselaanbod afdwingen,” aldus Kukenheim. “Voor verkooppunten buiten de openbare ruimte -snackbars, horeca en andere winkels- is dat met de huidige regelgeving niet zonder meer mogelijk. Maar naar verwachting treedt in 2021 de Omgevingswet in werking. Het maatschappelijk doel daarvan is ‘het in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving’. We onderzoeken of en hoe we die nieuwe wetgeving kunnen inzetten voor gezonder voedselaanbod.”

Vanuit Amsterdams perspectief is dat scala aan maatregelen begrijpelijk. Net als bijvoorbeeld Utrecht of Rotterdam telt de hoofdstad meer zwaarlijvige kinderen dan het landelijke gemiddelde. Een op de drie à vier kinderen is in sommige wijken te zwaar, terwijl het landelijke gemiddelde één op de zeven of acht is.

Het verschil hangt samen met de verscheidenheid aan bevolkingsgroepen en het grotere aanbod van ongezond voedsel in de stad. Er wonen meer mensen met een niet-Nederlandse achtergrond -Turken, Marokkanen en Surinamers-, die ongezondere eetgewoonten en bredere normen over normaal lichaamsgewicht hebben: wat dikker is beter dan slank.

Ook een lage sociaal-economische status, een lager opleidingsniveau en gebrek aan lichaamsbeweging spelen een rol bij de zwaarlijvigheid in de grote steden. In Amsterdamse stadsdelen waar meer mensen wonen met een hogere sociaaleconomische status, zoals Centrum en Oud Zuid, is zwaarlijvigheid een kleiner probleem.

Amsterdam zet hard in op het opheffen van gezondheidsverschillen in de stad. De gemeente wil dat er in 2033 geen kind meer te dik is. Maar is dat wel haalbaar?

“Nee,” zegt Tanja Vrijkotte, die als epidemioloog van het Amsterdam UMC al meer dan vijftien jaar de gezondheid van Amsterdamse kinderen bestudeert. Ze krijgt bijval van Jaap Seidell, gezondheidswetenschapper en voedingsdeskundige. “Ook honderd jaar geleden waren er te dikke kinderen,” aldus Seidell. “Als het lukt om overgewicht te beperken tot 1 op de 10 kinderen, is dat al fantastisch.”

Gezond voedsel goedkoper

Amsterdam is echter zeer ambitieus. Het stadsbestuur vindt dan ook dat Den Haag niet ver genoeg is gegaan in het Nationaal Preventieakkoord, het convenant dat vorig jaar werd gesloten met zeventig verschillende organisaties om de 35.000 jaarlijkse doden door roken, zwaarlijvigheid en alcohol terug te dringen. Daarmee mengt de stad zich nadrukkelijk in de discussie over hoe we in Nederland samenleven. Wat bepaalt de overheid voor het individu? Vallen eetgewoonten onder de rol van de staat?

Vrijkotte en Seidell beseffen dat die discussie breder is dan zwaarlijvigheid alleen. “De macht van de overheid is een dilemma in een neo-liberale samenleving als de Nederlandse,” aldus Seidell. “Je moet ergens een middenweg vinden met alle betrokken partijen, ook bij de bestrijding van zwaarlijvigheid.”

Om zwaarlijvigheid te bestrijden kan een sterke overheid, zoals in Scandinavische landen, wel effectief zijn, denkt Vrijkotte. “Je kunt gezond voedsel met subsidie goedkoper maken en ongezond voedsel duurder, denk aan suikertaks. Dat helpt, want mensen zijn over het algemeen gewoontedieren, zeker met eten. Wie als kind gezond leert eten, doet dat een leven lang.”

Of de voorgestelde maatregelen van Kukenheim tot succes leiden, is volgens Seidell moeilijk te voorspellen. “Het zijn allemaal zandzakken die beschermen tegen de vloedgolf van zwaarlijvigheid, maar er is niet één zandzak doorslaggevend. De moeilijkste opgave voor de overheid is om een gezonder voedselaanbod voor burgers wenselijk te maken, zonder dat burgers het gevoel krijgen dat de overheid hun keuzes oplegt.”

De gevaren van overgewicht

Kinderen met overgewicht worden vaak volwassenen met overgewicht. Dat brengt grotere risico’s met zich mee op onder meer hart- en vaatziekten, suikerziekte en dikkedarmkanker, waarmee het zorgstelsel zwaarder wordt belast. Daarnaast zijn te zware mensen minder productief op de arbeidsmarkt en vaker slachtoffer van pesten. Om die redenen is het zinvol om overgewicht in een vroeg stadium te bestrijden.

Behalve kinderen met overgewicht zijn er ook obese kinderen. Van kinderobesitas is sprake als de overtollige kilo’s een direct gezondheidsgevaar vormen. Overgewicht vormt een gevaar voor de langere termijn. Ongeveer een kwart van de kinderen met overgewicht is obees.

Overgewicht en obesitas worden vastgesteld met behulp van de Body Mass Index (BMI), een rekenformule die met behulp van lengte en gewicht een score geeft. Bij kinderen spelen ook geslacht en leeftijd een rol bij het bepalen van de mate van overgewicht op basis van de BMI-score.

Blokhuis zegt Amsterdam niets toe

Staatssecretaris Paul Blokhuis is ‘blij’ met de actieve rol van Amsterdam in de bestrijding van overgewicht bij kinderen en wil in gesprek, aldus zijn voorlichter in reactie op de brief van wethouder Kukenheim. Blokhuis doet echter nog geen concrete toezegging om Amsterdam te helpen. Pas na 2020 -als een huidig akkoord afloopt- spreekt Blokhuis met de voedingsmiddelenindustrie over gezondere producten. Fabrikanten die ongeoorloofde kindermarketing toepassen, worden niet beboet, zoals Kukenheim wenst, maar aangesproken op hun verantwoordelijkheid. “In 2030 moet een sluitende ketenaanpak zijn geïmplementeerd. De oplossing vergt een lange adem.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden