Plus Klapstoel

Maarten Ducrot: ‘Het gaat om een goed verhaal’

Maarten Ducrot (1958) is wielercommentator en tot 1991 zelf profwielrenner. Hij begint vanmiddag aan zijn vijftiende Tour de France achter de microfoon van de NOS.

Maarten Ducrot op de Klapstoel Beeld Harmen De Jong

Vlissingen

“Een kopstation, hè. De rails houdt er op. Je kunt er alleen maar weer weg. Zeeland is een van de weinige provincies die leeglopen. De zorg is er de grootste werkgever. Dat zegt wel wat. De jongeren trekken weg. Ik ook. Ik ging psychologie studeren in Utrecht. Maar ik heb fijne herinneringen aan de eerste achttien jaar van mijn leven. Mijn vrouw is een echte Zeeuwse. We wonen in de Bommelerwaard en praten nog altijd Zeeuws met elkaar.”

Psychologie

“Plannen om psycholoog te worden had ik niet. Ik was uitgeloot voor diergeneeskunde en zocht een alternatief. Nu ik er op terugkijk het beste wat me ooit is overkomen, maar toen zag ik dat anders. Ik wist ik me geen raad. Vond mezelf ineens terug tussen de herintredende huisvrouwen die psychologie gingen doen omdat ze zelf een psycholoog nodig hadden. Allemaal ­types in tuinbroeken die haakten en breiden en uren over feminisme wilde praten. Ik was een jongen van 18 uit een katholiek deel van Zeeland, ik was daar gewoon niet klaar voor. Net als ik me ontheemd voelde in die machinerie van een universiteit die liever een reeks goede cijfers produceerde dan zelfstandige denkers. Om die sfeer te ontvluchten ben ik gaan fietsen.”

Ouders

“Mijn moeder noemde mijn wielerloopbaan altijd ‘een vlucht’. Klopte ook. Ik wilde niet in het gareel van 9-tot-5 onder het TL-licht. Mijn hele loopbaan heeft ze geen wedstrijd van dichtbij willen zien. Ze zei, vroom als ze was, wel altijd: ‘Ik bid de Lieve Heer van het kruis dat je niet valt.’ Toen ik op 15 oktober 1991 mijn laatste koers zou rijden, zei ik: ‘Als je me ooit een keer wilt zien, moet je nu komen.’ En toen kwam ze. ‘Ik ben blij dat je stopt,’ was het enige dat ze er na afloop over zei.”

“Mijn vader heeft mijn hele wielercarrière geroepen: ‘Mijn zoon hoort niet in die wereld thuis.’ Hij vond het beperkt voor mij: die drang om koste wat het kost te willen winnen. Hij zag vooral de malversaties, vals spel. Daarover hebben we hoogoplopende discussies gevoerd. Zonder dat het ruzie werd, hè. Hij liet me mijn eigen weg gaan, maar daagde me altijd uit vanuit een nieuw perspectief te kijken.”

“Toen ik op mijn 33ste stopte, dacht ik: ‘Eigenlijk had pa gelijk.’ Maar wel om een andere reden: in die topsportwereld van toen werd je geacht uit te voeren wat je ploegleider dicteerde. Zelf nadenken werd niet gewaardeerd.”

Testosteron

“Dat heb ik tijdens mijn carrière gebruikt, ja. Is nu volstrekt illegaal, maar toen mocht het. Dat je erover begint, baart mij toch zorgen. Misverstanden rondom doping ontstaan zo makkelijk. Ik deed alles naar eer en geweten en daar ben ik trots op. Alleen die infusen met suikers die ik in de Tour ooit liet aanleggen, zou ik – hoewel toen ook toegestaan – niet aan mijn moeder kunnen uitleggen. Testosteron was een probaat middel om te herstellen. Toen het op de dopinglijst kwam, ben ik er meteen mee gestopt. Dan ga je het zoeken waar het nog wel mag: het grijze gebied van middelen die wel werken maar niet op de dopinglijst staan. Zo gebeurt het nu nog steeds.”

Épinal 1985

“Mijn enige ritzege in de Tour de France. Ik was de dag ervoor in de tijdrit 80ste geworden. Terwijl ik wereldkampioen ploegentijdrit was! ’s Avonds heb ik liggen huilen in mijn bed. De dag erna wilde ik me extra bewijzen. Er was een kopgroep van drie weg. Joop Zoetemelk gaf me in het peloton advies: ‘Als je wat wilt, moet je snel demarreren.’ Dat deed ik. Met Theo de Rooy reed ik er naar toe. Toen ze even aarzelden, reed ik weg. Raas, mijn ploegleider, bleef roepen dat ik 10 seconden voorsprong had. Penibel dus. Ik heb me compleet het schompes gereden. Bleek later dat ik wel 40 tellen voor lag. Was Raas’ manier om te motiveren. Op de streep kon ik mijn hand niet eens meer opsteken, zo stuk was ik.”

Mart Smeets

“Hij belde mij vijftien jaar geleden om te vragen of tv-commentaar iets voor me. Ik heb het vak van hem geleerd, heb bij hem in het wiel gezeten. Heb leren nadenken over wat ik wilde zeggen over de renners. Niet simpelweg een meninkje uitpoepen, maar verhalen vertellen.”

“Ik weet dat er jaren na Marts afscheid als commentator nog om zijn terugkeer werd geroepen, ja. Ik heb het nauwelijks gehoord. Het zijn maar meningen. De ene keer vinden mensen dit, de andere keer precies het tegenover­gestelde. Als je je daardoor laat leiden, verlies je je onafhankelijkheid.”

Dési

“Mijn oudste dochter. Dési is actrice en maakt ook nog eens prachtige muziek. Ik heb plaatsvervangende plankenkoorts als ik een optreden bijwoon. Terwijl ze echt een podiumdier is. Vanaf haar vierde stond ze al graag in het middelpunt van de belangstelling. Ik bewonder haar instelling: het gaat haar om het maken, niet om het resultaat daarvan.”

“We werken nu samen. Ik maak een podcast over wielrennen, zij produceert. En ze coacht me. Dan zegt ze bijvoorbeeld dat ik niet zo lang moet doorpraten. Daar luister ik naar, ja.”

Presteren van binnenuit

“Dat motto bedacht ik 35 jaar geleden samen met oud-voetballer Hans van Breukelen. Ik heb een eigen adviesbureau waarin ik die filosofie nog steeds gebruik. Het gaat erom dat je mensen niet motiveert door allerlei targets, doelstellingen of straffen in het vooruitzicht te stellen. Die mensen zijn geen fabrieksonderdelen, maar wezens die moeten worden meegenomen in een verhaal. En als dat een goed verhaal is waarin ze geloven, komen de prestaties van binnenuit. Dat gaat overal op, ja. Mijn laatste klus was bij een rioolontstoppingsbedrijf. ­Ontzettend leuk.”

Bingokaart

“Je doelt op mijn taalgebruik? Grappig om te merken dat mensen me daarmee plagen. Ik heb mijn stokpaardjes, ja. Het nieuwe wielrennen bijvoorbeeld. Ik moet toegeven: ik was tevreden over die vondst en heb me daarna soms als een predikant gedragen. Toch probeer ik bij mijn vaste onderwerpen steeds een nieuwe invalshoek te kiezen. Maar sommige woorden en ­zinnen komen nu eenmaal vaker terug. Het ­begrip linkeballen bijvoorbeeld. Dat is wielertaal, bedacht door Gerrie Knetemann. Iedere wielrenner die ooit in een kopgroep heeft gezeten en zag dat een medevluchter niet meewerkte, kent het. Zelfs een Fransoos zegt dan: ‘Die is aan ’t linkeballen.’ Dus ja, er wordt deze Tour zeker weer gelinkebald.”

Boer

“Ik ben een hobbyboer, ja. Op haar vijfde riep mijn jongste dochter: ‘Ik wil een paard.’ Ik antwoordde: ‘Het mag, maar dan moet je wel eerst leren rijden.’ Dat proces heeft ertoe geleid dat we naar een boerderijtje zijn verhuisd met een halve hectare grond erbij. En met twee paarden aan huis. Je werkt je een ongeluk om dat allemaal te onderhouden! Elke dag kost het me 2½ uur. Die boeren om me heen lachen zich een ongeluk als ze me bezig zien, maar ik leer elke dag bij.”

Tom Dumoulin

“Mijn hart gaat echt uit naar die jongen. Eerst gevallen in de Giro, nu de Tour missen. Wat hij nu moet doorstaan, is echt zwaar klote. Natuurlijk is hij een volwassen man, maar tegelijk ook nog maar een ventje van 28. Nog bezig zichzelf te ontdekken. Hij is ineens de hoop van de natie voor de winst in de Tour en beseft: dit zijn de jaren dat het moet gebeuren. Met die druk moet hij leren omgaan. Ik vind het interessant te zien hoe hij hier weer uitkomt. Dat proces volgen, is zo boeiend aan mijn werk.”

Chris Froome

“Doet ook niet mee dit jaar. Mensen lachten toen hij in de kreukels lag. Terwijl die jongen bijna dood is gevallen! Maar goed, ik heb ook mijn aanmerkingen. Froome doet afbreuk aan zijn eigen heldendom. Waarom is wielrennen zo leuk? Omdat het een metafoor is voor het leven: je hebt je tegenstanders nodig om te kunnen winnen. Dat spel heeft Froome een paar jaar lang genegeerd door etappe na etappe volstrekt anoniem in het wiel van zijn ploeggenoten te zitten. Die controledrang berooft de Tourzeges van hun glans. Het enige wat hij heeft bereikt dat er achter zijn naam bij het aantal overwinningen het cijfer ‘4’ staat. Nou, van harte.”

Herbert Dijkstra

“We werken nu vijftien jaar samen. Na het vertrek van Mart Smeets als koppel. Herbert is de opperstalmeester. Ik meer de analyticus. Zijn grote kracht is dat hij binnen een minuut een halve koers kan neerzetten. Met z’n tweeën groeien we nog elk jaar. Dat betekent dat we nu op ons best tot nu toe zijn, ja.”

“Hij vindt mijn verhalen soms te wollig, ik zijn gepraat over tijdsverschillen soms te lineair. Maar wie denkt dat we echt weleens ruzie hebben in de uitzending heeft het mis. We kennen onze verschillen en vergroten die een beetje uit. We gunnen elkaar juist de ruimte. We zijn vrienden geworden, ja.’

Patrica Linhard

“Ik ken haar winkel niet. Ben geen groot modekenner. Mijn vrouw wel. Die studeerde mode aan de kunstacademie. Op het gevaar af een verkeerde #MeToo-uitspraak te doen: wie moest je op een feestje als eerste ten dans vragen? De meisjes van de mode. Die zagen er het leukst uit! Ik deed dat op mijn eindexamenfuif in 1976. We zijn nog steeds samen.”

Tour de France. Vandaag. 11.55 uur. NPO1. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden