Interview

Lodewijk Asscher: 'Na die uitslag ben ik nergens meer bang voor'

Lodewijk Asscher (44), leider van de PvdA, leed twee jaar geleden 'de moeder aller nederlagen': zijn partij zakte van 38 naar 9 zetels. 'Er zat overmoed in,' zegt hij. 'Het idee dat ik het wel even ging doen.' Een louterende ervaring. 'Mijn vader vond dat ik een verschrikkelijk vak heb.'

'Dat zit in mijn opvoeding: proberen om met je talenten zo veel mogelijk andere mensen te helpen en daarvoor een rol te vinden die bij je past' Beeld Renate Beense

Als Lodewijk Asscher acht jaar is, trouwt zijn achternicht in de Portugese Synagoge aan het Jonas Daniël Meijerplein in Amsterdam met een sefardische jood uit Canada. De kaarsen branden, de sfeer is magisch. Asscher draagt de blauw-witte keppel van de Liberaal Joodse gemeente in Den Haag, de stad waar hij dan woont.

Op de kansel staat de rabbijn. Zijn woorden klateren neer. Hij is blij dat het geen gemengd huwelijk is, want joden die kiezen voor een gemengd huwelijk ondermijnen het joodse volk en geloof, 'en maken daarmee dus het werk van Hitler af'.

Asscher voelt zijn vader verstijven. Zijn moeder, gedoopt in de rooms-katholieke kerk, doet alsof ze niets heeft gehoord en kijkt de andere kant op.

"Ik was nog maar een jongetje," zegt hij. "Maar ik realiseerde me dat hier iets gebeurde wat niet oké was. Na afloop reden we naar huis. Er hing iets in de lucht: wij laten ons niet kisten. Wij maken onze eigen keuzes. Wij doen de dingen die we zelf belangrijk vinden."

Op 15 maart 2017 leed Asscher, leider van de PvdA, de 'moeder aller nederlagen'. "Er zat overmoed in," zegt hij. "Het idee dat ik het wel even ging doen. Je bent permanent bezig te bedenken waarom het toch goed gaat. Dat het een groot feest wordt."

Zijn partij zakte van 38 naar 9 zetels. Tijdens een rollenspel was zijn campagnemedewerker Simon den Haak nog in de huid van PVV-leider Geert Wilders gekropen met de woorden: 'Meneer Asscher, u weet iets te bereiken wat Job Cohen niet is gelukt: de totale vernietiging van de PvdA.' Dat was niet alleen heel geestig, maar bleek ook angstig dicht in de buurt te komen van de werkelijkheid.

"Waar moest ik na die uitslag nog bang voor zijn?" zegt Asscher. "Ik was in één klap al mijn politieke decorum kwijt. Maar tegelijkertijd wist ik wat ik kon. Als vicepremier in het tweede kabinet-Rutte had ik er, anders dan anderen, wel gestaan. Daar, op die avond, ontstond bij mij hetzelfde gevoel als toen in die auto: ik laat me niet kisten. Ik maak mijn eigen keuzes en ga voor wat ik zelf belangrijk vind."

Een louterende ervaring. En daarna werd alles lichter.

"Toen ik 27 was, kwam ik als groentje in de gemeenteraad van Amsterdam met niets dan mijn intuïtie, mijn mening en mijn gevoel voor rechtvaardigheid. Dat gevoel is nu helemaal terug: vrij zijn in je hoofd. Dat is een geweldig mooie ervaring."

Heeft u overwogen het bijltje erbij neer te gooien?
"Natuurlijk."

Hoe lang heeft dat geduurd?
"Ik zat op de verkiezingsavond in de schmink. Mijn campagnemanager kwam binnen en zei zachtjes: negen. Dan weigert je brein eerst te begrijpen wat hij zegt. Vervolgens denk je: het kan toch niet waar zijn. Maar het was wel waar."

"Ik heb gezegd: laat me even alleen. Een uurtje. Daar is nog een mooie foto van: je ziet mij zitten met mijn hoofd in mijn handen. Piekerdepieker. Het is een zwaar vak. Je verlangt ook weleens naar een leven zonder gedoe aan je hoofd. Maar ik besloot: vanavond loop ik niet weg. En de volgende ochtend dacht ik er nog net zo over."

Is dat plichtsbesef?
"De afwas doe je uit plichtsbesef."

Wat is het dan?
"De absolute wil om bij te dragen en niet te kiezen voor de makkelijke weg. Dat zit in mijn opvoeding: proberen om met je talenten zo veel mogelijk andere mensen te helpen en daarvoor een rol te vinden die bij je past. Voor mij is dat de politiek."

Asscher publiceerde afgelopen week een boek over zijn ervaringen: Opstaan in het Lloyd Hotel. Dat is de plek, vlak bij zijn huis, waar hij vertrouwelijke besprekingen had met premier Mark Rutte. Waar hij sprak met partijgenoten over de crisis in zijn partij en met de voorzitter van de FNV over de crisis in de verzorgingsstaat. En waar hij een kamer huurde om voor een belangrijk debat even te ontsnappen aan het drukke gezinsleven met drie kleine kinderen en om een paar uur bij te slapen.

Het is een boek geworden over de vraag of er nog toekomst is voor de sociaaldemocratie, maar evengoed is het een eerbetoon aan zijn vader, de arbeidsrechtadvocaat Bram Asscher. Terwijl de zoon in Den Haag de strijd om het lijsttrekkerschap van de PvdA voerde met zijn voorganger Diederik Samsom, werd de vader in een Amsterdams ziekenhuis opgenomen met alvleesklierkanker.

Lodewijk Asscher schrijft: 'Ik kan niet ontkennen dat er momenten zijn geweest dat ik hoopte van Samsom te verliezen.' In januari 2018, nog geen jaar na de grootste klap uit zijn tot dan opvallend voorspoedig verlopende politieke carrière, overlijdt zijn vader. Zo kwam alles op pijnlijke wijze bij elkaar.

"Na zijn dood vonden we een schriftje waarin hij aantekeningen had gemaakt van rechtszaken over bedreigde politici en wat je daartegen kon doen," zegt Asscher. "Dat heeft mij enorm ontroerd."

Hij maakte zich zorgen over u.
"Wat heeft die jongen toch een verschrikkelijk vak, zei hij tegen mijn moeder. Ik begrijp dat hij dat zo zag. Je ziet je kind, je ziet dat iedereen een mening over hem heeft en op de sociale media lees je hoe de drek en het antisemitisme over hem worden uitgestort. Maar ik probeer hetzelfde te doen als hij deed als advocaat: voor mensen opkomen."

U schrijft over ontsnappingsfantasieën.
"Ik ben ook maar een mens. Als je extreem hard werkt en het gevoel bekruipt je dat wat je doet niet wordt gezien of dat het niet helpt, ga je vanzelf denken: wat nou als ik ergens in een bos zou wonen met mijn gezin en elke dag ga vissen. Terwijl ik niet eens van vissen hou."

Uw vader wilde het liefst verhuizen naar een hutje op de hei.
"Mijn vader wilde onzichtbaar zijn."

Bram Asscher werd eind 1943 als baby in een vuilnisbak uit de Hollandsche Schouwburg gesmokkeld en ontkwam zo aan transport naar de vernietigingskampen van de nazi's. Hij werd door het verzet ondergebracht bij het echtpaar Ger en Bep Tates, maar keerde na de oorlog terug bij zijn, voor hem volslagen onbekende, ouders, die het concentratiekamp Bergen-Belsen hadden overleefd. 'Het plantte bij hem een diep gevoel van onveiligheid,' schrijft Asscher.

Daar kwam voor Bram nog eens de geschiedenis bij van zijn grootvader, naar wie hij was vernoemd. Abraham Asscher, directeur van de Asscher Diamantindustrie, was voorzitter van de Joodsche Raad en werd - ook hij overleefde Bergen-Belsen - na de oorlog medeverantwoordelijk geacht voor het lot van de Nederlandse Joden. Hij werd in 1947 aangeklaagd voor collaboratie met de nazi's en stierf in 1950 als een verbitterd man.

Beeld Privé-archief
Mijn vader heeft mij veiligheid en rust geboden, maar nooit met zijn angst belast Beeld Renate Beense

Bram Asscher, de vader van Lodewijk, was lid van de VVD, totdat Mark Rutte zei dat wat hem betreft het verbod op het ontkennen van de Holocaust kon worden opgeheven.

"Mijn vader was tegenover ons eerlijk over zijn demonen," zegt de zoon. "Hij praatte er met ons over en daardoor konden wij begrijpen waarom hij soms zo verdrietig was of stil. Het uitte zich bij hem in de neiging om vooral niet op te willen vallen. Nooit opvallen. Hij was bezorgd als ik wel opviel. Ga toch niet op die lijst staan, jongen, zei hij dan."

Dat wijst niet op een groot vertrouwen in de samenleving.
"Hij stelde zijn leven in het teken van de rechtsstaat. Daar geloofde hij heilig in, maar hij was zich er ook van bewust hoe extreem fragiel die is. Hij spaarde om veiligheid op te bouwen. Hij leefde sober om ervoor te zorgen dat hij altijd de middelen zou hebben om zichzelf en zijn geliefden in veiligheid te brengen. Weg. Ontsnappen."

Altijd de koffer in de gang.
"Het heeft, ook bij mij, geleid tot groot ongemak."

De man die onzichtbaar wilde zijn kreeg de zichtbaarste zoon die hij zich had voor kunnen stellen.
"Tijdens zijn ziekte was ik voortdurend op tv. Wij spraken vaak over buitenlandse politiek: over wat er gebeurde met Orbán, Poetin en Trump. Maar ik voelde de zorgen: jongen, pas op jezelf."

"Toch was hij trots. Er zijn ook slechte mensen op de wereld, dat heb ik wel meegekregen in mijn opvoeding. Maar waar het om gaat is dat de mensen die het goede nastreven, opstaan. Hij was zelf gered door mensen die hun nek uitstaken."

Bent u de zoon die de angst van zijn vader heeft overwonnen?
Na een lange stilte: "Je kunt niet iemand anders' angst overwinnen. Hij is zijn angst zelf te lijf gegaan door erover te praten, door in therapie te gaan. Door ons te beschermen en los te laten. Door ons niet te verwennen. Hij heeft zijn angst leren beheersen, waardoor hij toch het geluk vond."

"Hij heeft mij veiligheid en rust geboden, maar nooit met zijn angst belast. Hij is erin geslaagd een gezin voort te brengen waarin de kinderen voldoende zelfvertrouwen hebben om zich te laten zien. Dat gaf hem een enorm fijn gevoel."

Wat mist u het meest nu uw vader er niet meer is?
"De onvoorwaardelijkheid van zijn liefde. Hij is daar altijd heel expliciet in geweest, het was iets waar hij níet verlegen in was. Dat was in de jaren zeventig best ongebruikelijk. En zijn stem, zijn zachte en precieze stem."

Uw vader leed aan het schuldgevoel van de overlevende.
"Het slaat natuurlijk nergens op, maar als je zoiets hebt meegemaakt als mijn vader, kan het niet anders dan dat je je afvraagt: ben ik de moeite waard? Hoe moet ik mijn leven goed leven? Hoe maak ik mijzelf de moeite waard? Hij was daar permanent mee bezig."

Bent u daarom niet weggelopen na de nederlaag?
"Die mantel wil ik dus niet aandoen. Ik realiseer me donders goed: ik heb de oorlog niet meegemaakt. Je moet waakzaam zijn en de lessen leren van de oorlog, maar het is een hachelijke onderneming om je eigen identiteit eraan op te hangen."

U praat zelden over uw overgrootvader, maar schrijft nu wel over hem.
"Omdat ik probeer recht te doen aan mijn vader. Je kunt hem niet los zien van zijn naam. Het viel niet mee om in het naoorlogse Joodse Nederland op te groeien met de naam van de voorzitter van de Joodsche Raad. Het maakte hem dubbel verlegen. Hij heeft er voor ons een les van gemaakt: altijd zelf blijven nadenken."

Vond hij dat zijn grootvader niet had nagedacht?
"Die heeft hij nauwelijks gekend, maar hij heeft gezien dat zijn vader hem altijd verdedigde. Zelf dacht hij, na het lezen van een hele stapel boeken: ik snap het wel dat mensen boos zijn en verdrietig worden als ze zijn naam horen. Het is raar als je dan zelf ook die naam hebt."

Vindt u het ook raar?
"Voor mij is de naam Bram Asscher de naam van mijn vader, die ik mis. Voor mij staat die naam voor liefde en voor warmte."

U geeft in het boek geen oordeel over uw overgrootvader.
"Dat zou van een grote gemakzucht getuigen: even parmantig vertellen hoe ze het tachtig jaar geleden hadden moeten doen. Ik kan beter proberen mijn eigen werk zo goed mogelijk te doen."

De dingen waar mensen het meest naar verlangen, waar wij heel goed in zijn, hebben we te weinig laten zien Beeld Renate Beense

Zijn eigen werk: de sociaaldemocratie er weer bovenop helpen. "De dingen waar mensen het meest naar verlangen, waar wij heel goed in zijn, hebben we te weinig laten zien," zegt hij. "Een goede leraar voor de klas, betaalbaar wonen, mensen de ruimte geven in hun werk. Eigenlijk een heel ouderwets verhaal: de markt biedt niet overal een oplossing voor. Succes is geen keuze."

U staat met uw negen zetels in het rijtje van legendarische sociaaldemocraten als Troelstra, Drees, Den Uyl en Kok.
"Ik ben na de verkiezingen met het lood in mijn schoenen naar Wim Kok gegaan, de laatste echte staatsman uit de Nederlandse politiek. Daar stond hij in de deuropening van zijn huis in Amsterdam-West: de grote vriendelijke reus. Toen ik op hem afliep, dacht ik bij mezelf: eikel, wat heb je gedaan? Hoe ga je hem vertellen wat er is gebeurd?"

"Maar Wim zei: 'Ik zit me de hele tijd af te vragen wat ik verkeerd heb gedaan dat jou dit is overkomen.'"

Wim Kok heeft 25 jaar geleden de ideologische veren bij het oud vuil gezet.
"Hij heeft ook gezegd: we hebben nieuwe ideologische veren nodig. Zijn tragiek is dat dat verhaal nooit de overlevering heeft gehaald."

Net als die nieuwe ideologische veren.
"Dat klopt. Er is geen groot verhaal, geen wenkend perspectief. Dat hebben we te weinig geboden, terwijl er wel veel behoefte aan is."

U zegt eigenlijk: de PvdA faalt al een kwart eeuw.
"Ik wil liever naar mijn eigen tijd kijken. Op de ijsbaan kwam een mevrouw naar me toe om me te zeggen dat ze voor het eerst PvdA heeft gestemd. Ze maakte zich zorgen over de verharding in de samenleving, zei ze. En: bedankt dat je het voor ons doet. Dat vervulde me met trots."

Waarom schrijft u niet over het opkomend populisme?
"Omdat ik liever vertel wat ik zelf wil en waar wij voor zijn. Links heeft twintig jaar lang uitgelegd waarom de populisten niet deugen. Die energie hadden we beter kunnen stoppen in een geloofwaardig verhaal, waar de mensen vrolijk van worden."

Er wordt wel gezegd: de kiezer verveelt zich.
"Dat is van een stuitende arrogantie. Mensen zitten op nulurencontracten, ze kunnen geen woning vinden, kinderen worden naar huis gestuurd."

"Er zijn veel mensen die werken en toch arm zijn, die echte zorgen hebben over hoe ze het moeten rooien."

Uw moeder was arm.
"In 1945, ze was een baby, overleed haar vader. Hij was violist in het Concertgebouw. Daar was niet veel voor geregeld. Ja, je kon gratis naar concerten, maar dat was het wel. Haar moeder was typiste en had niet altijd vast werk. Dus was er geen geld. Zo ging dat in die tijd. Gewoon pech. Als kunstenaar was het sowieso geen vetpot, maar dan moet je niet ook nog eens doodgaan."

"Na het overlijden van mijn vader kwam het allemaal terug. De angst voor armoede greep haar opeens weer naar de keel, terwijl daar geen enkele aanleiding voor was. Mijn ouders hadden altijd een goed inkomen, maar kennelijk gaat armoede heel diep in de je lijf zitten. Ik vond het heel leerzaam om dat te ontdekken."

"Als mijn moeder nieuwe schoenen voor ons kocht, ervoer ze dat altijd als een heel feestelijk moment. Gewoon: omdat ze het kon doen. Als ik praat met mensen die dat niet kunnen, begrijp ik ze donders goed."

Wat heeft u van haar meegekregen?
"Een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Bevlogenheid. Ze heeft zich altijd bezig­gehouden met sociaal recht. In de Sociaal-Economische Raad, als hoogleraar aan de universiteit. Ze zat in de Emancipatieraad. Ze heeft ons geleerd dat de gelijkheid van man en vrouw begint met een ander gesprek thuis."

Wordt het nog wat met de PvdA?
Enthousiast: "Jazeker! We groeien weer. Als je de Statenverkiezing omrekent, staan we op veertien zetels."

Dat schiet niet erg op.
"Ik ga niet wachten tot de PvdA 76 zetels heeft, zo lang kan ik mijn adem niet inhouden. Maar ik ben een beetje klaar met dat geschuif op de millimeter. Wij hebben Nederland veel te bieden: meer tijd voor onze geliefden en elkaar, meer nadruk op wat ieder mens kan toevoegen met echte persoonlijke vrijheid. Ik ben een optimist: ik denk dat we nog heel wat kunnen bereiken. De dood is als je niet meer droomt, als je niet meer zegt dat het beter wordt."

Lodewijk Asscher: Opstaan in het Lloyd Hotel. Uitgeverij Podium, €22,50.

Lodewijk Frans Asscher

27 september 1974, Amsterdam

1980-1986
Schoolvereniging Wolters, Den Haag
1986-1992 Christelijk Gymnasium Sorghvliet, Den Haag
1992-1998 Studie psychologie (propedeuse) en Nederlands recht aan de UvA
2002 Promotie aan de Universiteit van Amsterdam, onderwerp: communicatiegrondrechten
2002-2006 Universitair docent, Instituut voor Informatierecht, Amsterdam
2002-2006 Namens de PvdA lid van de Amsterdamse gemeenteraad (vanaf 2004 fractievoorzitter)
2006-2012 Wethouder Financiën, Onderwijs en Jeugdzaken, Amsterdam
2010 Waarnemend burgemeester Amsterdam
2012-2017 Vicepremier en minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kabinet-Rutte II
2017-nu Politiek leider en fractie­voorzitter van de PvdA

Lodewijk Asscher woont in het centrum, is getrouwd met Jildau Piena en heeft drie zoons: Abel (11), Boaz (9) en Lieuwe (7).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden