PlusInterview

Lessen uit de tropen: plant een boom voor een raam op het zuiden

Architect in residence Lyongo Juliana signaleert dat Amsterdam het grootste deel van de bevolking, mensen met een migratie­achtergrond, vergeet op het gebied van woonwensen. ‘We moeten betere gebouwen maken voor alle Amsterdammers.’

Lyongo Juliana: ‘Ik wil geen tegenstellingen aanzetten.’Beeld Nina De Laat

Wat valt u in de stad op?

“Dat inmiddels 54 procent van de Amsterdammers een migratieachtergrond heeft, maar niet meedoet. De meerderheid in de stad heeft een kleurtje. Toch wordt weinig rekening gehouden met hun cultuur, gevoelens of wensen.”

Waarom zegt u dat?

“Ze staan buitenspel. Ik bezocht enkele jaren geleden, na twaalf jaar uit Nederland weggeweest te zijn, het Nationaal Monumenten ­Congres in Leeuwarden. Er waren vijfhonderd bezoekers en ik was de enige gekleurde persoon. Ik schrok. Maar je ziet het overal, in het Concertgebouw, in theaters.”

“Dat is erg. Als het niet lukt de belangstelling van jonge Amsterdammers te trekken, zal dat allemaal – grachtenpanden, muziekcentra, theaters – verdwijnen. Die blijven alleen als, zeg maar, de Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse jongeren voor het voortbestaan ervan vechten.”

Waarom is die belangstelling er niet?

“Het deel van de bevolking met een Nederlandse afkomst begeeft zich nauwelijks in de andere culturen. Als culturen niet in aanraking met elkaar komen, leren zij elkaar niet kennen. Zolang de witte Nederlander de dominante cultuur was, bleef dat onderbelicht. Maar vandaag staat meerderheid aan de kant.”

Wat is de schade?

“Je gaat talenten missen. Denk eens wat er gebeurt als het Nederlands elftal geen mensen met een niet-westerse achtergrond zou opstellen.”

Waar schuurt het precies volgens u?

“Kijk ik naar mijn vakgebied: daar heerst weinig aandacht voor de veranderde demografie van Amsterdam. Daarom wordt bij het ontwerpen van gebouwen te weinig rekening gehouden met wensen van het grootste deel van de gebruikers. Terwijl we zo veel van elkaar kunnen leren.”

Heeft u daar voorbeelden van?

“Sinds de energiecrisis in de jaren zeventig probeert Nederland energiezuinig te bouwen. De nadruk ligt op de wintersituatie, het vasthouden van warmte en het uitbannen van koude en tocht. Huizen worden gebouwd met veel glas op het zuiden, zodat we warmte naar binnen trekken. Maar nu hebben we een klimaat­probleem. In de zomer wordt het te heet. We gaan massaal koelen. De in de winter bespaarde energie gaat weer verloren. Koelen is vijfmaal zo duur als verwarmen.”

Welke les kunnen we uit de tropen leren?

“Dat tocht je beste vriend kan zijn. Een koel briesje over je huid maakt de warmte dragelijker. Wij ontwerpen in het Caraïbische gebied een gebouw op de wind uit het oosten. En groen is koeler dan steen, die hitte vasthoudt en ’s avonds warmte uitstraalt. Plaats een boom aan de zuidkant van het huis. In de winter komt de zon door de takken en zomers houden bladeren warmte tegen.”

Hoe zit het met persoonlijke woonwensen?

“Niet-westerse Amsterdammers willen mogelijk een grotere hal. Dan botsen ze niet tegen de muur als ze hun schoenen uittrekken of hun bezoek omhelzen. En wie plaatst nu het toilet bij de voordeur, waar je gasten binnenkomen? Sommigen willen een betere afzuigkap zodat je de ras el hanout of de masala niet een dag later nog ruikt. Er valt nog veel meer op te merken, maar we staan nog aan het begin van de studies en debatten. Waar het om gaat, is achterhalen hoe het leeuwendeel van de bewoners wil samenwonen.”

Waarom zegt u niet dat er een eind moet komen aan de ‘witte architect’?

Juliana verslikt zich in zijn koffie: “Nee, dan zet je tegen­stellingen aan. Ik wil niet in een emotionele discussie belanden. De hamvraag luidt: hoe we met diverse architecten en aandacht voor elkaars culturen betere gebouwen kunnen maken voor alle Amsterdammers die ze ­gebruiken.”

Geldt dit ook voor wijken en groen?

“Zeker. In parken zie ik bordjes ‘Verboden te barbecueën’, wat de meeste Amsterdammers zien als hun favoriete groenbeleving. Kennelijk is fietsen of wandelen verhevener. Maar waarom probeer je mensen te frustreren, in plaats van dingen binnen bepaalde regels te facili­teren? Op die verbodsbordjes staat nota ­bene ook nog een grote worst. Die eten Amsterdammers met een Turkse of Marokkaanse achtergrond niet.”

Essays en debatten

Lyongo Juliana (49) is de komende vijf maanden ‘architect in residence’ op uitnodiging van Arcam Architectuurcentrum Amsterdam. Hij bestudeert het belang van meer aandacht in de architectuur voor de cultuur van mensen die gebouwen gebruiken. Hij schrijft daar drie essays over en organiseert drie debatten. Hij doet onderzoek met deskundigen naar de woningplattegrond, het winkelaanbod, de horeca en de openbare ruimte.

Sinds 2017 werkt Juliana bij OZ architecten. Daarvoor woonde en werkte hij twaalf­eneenhalf jaar op Curaçao, waarvan zeven jaar in samenwerking met OZ. Tot 2005 werkte Juliana bij Hans Ruijssenaars van de Architectengroep Amsterdam.

In totaal verhuisde Juliana zeven keer van Nederland naar de voormalige Nederlandse Antillen en weer terug. Hij studeerde aan de TU Eindhoven.

Juliana, in Nederland geboren, heeft een Nederlandse moeder en een Curaçaose vader.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden