Leraren trekken aan de bel: ‘Passend onderwijs werkt niet’

Basisschoolleraren worstelen met passend onderwijs: de klassen zijn te groot en het ontbreekt leraren aan tijd en kennis om leerlingen die extra hulp nodig hebben goed te begeleiden.

Beeld ANP

Bijna zeventig procent van de leraren geeft aan moeite te hebben om voldoende ondersteuning te regelen voor leerlingen die dat nodig hebben, omdat ze bijvoorbeeld kampen met leer- en gedragsproblemen. Dit blijkt uit een enquête die het Lerarencollectief uitvoerde onder zo’n 2500 basisschooldocenten. Klassen zijn te groot, stellen de leerkrachten, en er is vaak onvoldoende expertise binnen de school om goed passend onderwijs te geven. 

Bijna driekwart van de leerkrachten geeft aan wel eens ‘handelingsverlegen’ te zijn: ze weten niet hoe ze leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben het beste kunnen helpen, of hebben hier niet genoeg tijd, ruimte of expertise voor.

“Leraren willen graag passend onderwijs bieden aan alle leerlingen, maar in het huidige systeem gaat dat niet,” zegt Sharon Martens van het Lerarencollectief. “Er zitten vaak wel dertig kinderen in een klas. Hoe ga je die allemaal leren lezen, als je ook nog een aantal zorgleerlingen hebt die je extra moet ondersteunen?”

Op een geheel nieuw systeem zitten de leerkrachten niet te wachten, zegt Martens. “Wat zou helpen is kleinere klassen, of meer handen in de klas. Zo komen we weer op het lerarentekort: uiteindelijk staat of valt alles met het hebben van genoeg bevoegde leerkrachten.”

350 euro per leerling

Sinds de Wet passend onderwijs in augustus 2014 werd ingevoerd gaan zoveel mogelijk leerlingen naar het reguliere onderwijs, ook als ze bijvoorbeeld autisme, een beperking of leer- of gedragsproblemen hebben. Om deze leerlingen passend onderwijs te geven is extra geld beschikbaar. 

In Amsterdam mogen scholen zelf bepalen hoe ze dat geld uitgeven. “Schoolbesturen krijgen jaarlijks 350 euro per leerling,” zegt Liesbeth Tijhaar, directeur van het Samenwerkingsverband Amsterdam-Diemen. “Ze bepalen in overleg met de scholen zelf waar dit geld aan wordt besteed. Een deel gaat naar basisondersteuning en komt ten goede aan alle leerlingen, door bijvoorbeeld de inzet van extra ondersteunend personeel, reken- en taalhulp of dyslexiebegeleiding.”

Driekwart van het budget is gereserveerd voor leerlingen die daarbovenop extra ondersteuning nodig hebben. Tijhaar: “Dat zijn bijvoorbeeld kinderen met leer- en gedragsproblemen, langdurig zieken of kinderen die sociaal-emotioneel niet helemaal meekomen in de klas.”

In Amsterdam mogen scholen dus zelf bepalen waar zij het geld voor willen gebruiken. Dat verschilt per regio: zo moeten Rotterdamse scholen bij hun plaatselijke samenwerkingsverband per casus aankloppen voor extra ondersteuning. 

Het Amsterdamse systeem heeft de voorkeur boven het Rotterdamse, zegt Sharon Martens. “Laat leraren en scholen zelf bepalen waar ze behoefte aan hebben: de een heeft zelf genoeg expertise in huis en heeft vooral behoefte aan een extra paar handen in de klas, de ander wil graag een specialist van buiten inhuren.”

Niet iedereen deelt het pessimisme over passend onderwijs. Eva Naaijkens, directeur van de Amsterdamse Alan Turingschool, kan goed met het systeem uit de voeten. “Omdat wij het geld naar eigen inzicht mogen besteden kan ik op voorhand keuzes maken hoe we ons onderwijs inrichten. Kleinere klassen helpen niet als je niet van tevoren nadenkt over hoe je je passend onderwijs inricht.”

Ritmes en routines

Naaijkens: “Goed passend onderwijs geven is geen toevalstreffer, maar een kwestie van jarenlang dezelfde ritmes en routines aanbieden aan kwetsbare leerlingen, goed nadenken over hoe je omgaat met kinderen met complex gedrag.” 

Bijna negentig procent van de bevraagde docenten geeft aan dat het niet altijd lukt om leerlingen die in het reguliere onderwijs vastlopen tijdig onder te brengen op het speciaal onderwijs. “Ook in Amsterdam moet je hiervoor van goede huize komen hoor,” zegt Naaijkens. “Maar ik vind het goed dat zoveel mogelijk kinderen een plekje krijgen op een gewone school. Een kind met autisme is soms misschien wat druk in de klas, maar ik denk dat het goed is voor kinderen veel verschillende soorten mensen om te leren gaan. Dat is een belangrijke opdracht voor scholen” 

Uit een evaluatie van het Kohnstamminstituut uit mei blijkt weliswaar dat de invoering van de Wet passend onderwijs heeft gezorgd voor een betere organisatie van de extra ondersteuning; leraren gaven desondanks aan een hogere belasting te ervaren sinds het nieuwe stelsel is ingevoerd. De Tweede Kamer buigt zich half november over de evaluatie van het passend onderwijs. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden