Plus Reportage

Langs bij het naburige azc: ‘Ik voel mij trots, dit doen we als Nederland goed’

Tijdens de jaarlijkse Open AZC Dag gingen ook de deuren van het asielzoekerscentrum in Osdorp open. Er kwamen zo’n 500 belangstellenden. ‘We wilden weleens in het echt zien waar we in de krant over lezen.’

De Syrische vluchteling Hannah verwelkomde bezoekers in het azc met hapjes uit haar thuisland. Beeld Jean-Pierre Jans

Er valt een stilte boven de schaal dolma’s en het plateau met zoete kaashapjes. In hun keukentje hebben bewoonsters Hanna en Zena zojuist hun levenspad van de laatste jaren uiteengezet. Dat van Hanna bevat nu zeven Nederlandse asielzoekerscentra. Maar hun geboorteplekken vertellen eigenlijk hun hele verhaal: Idlib en Homs, Syrische plaatsen die de meeste aanwezigen aan het aanrecht alleen uit het journaal kennen.

De bezoekers aan de open dag van het azc aan de Willinklaan in Osdorp weten even niet goed wat te vragen. Gelukkig vertelt Hanna zelf verder. Ze spreekt van de twee het beste Engels en voert het woord. Eerst over haar tocht naar Turkije. En daarna over haar doorreis naar Griekenland. Ze heeft nog drie weken in de bossen verbleven voor ze verder kon reizen, vertelt ze op dezelfde luchtige toon als waarop ze even later het recept van de kaashapjes – ‘ha’awt al juben – uitlegt.

Zena woont pas twee weken in haar kamer in het pand op sportpark Ookmeer. Zij staat aan het begin van haar procedure richting een verblijfsvergunning. Hanna heeft sinds drie maanden het vurig gewenste document in bezit. Ze wacht nu op een woning. Het liefst wil ze naar Haarlem, vertelt ze. “Dat is stiller dan Amsterdam en dus beter om te studeren. Het liefst zou ik een studie Engelse literatuur gaan doen.”

Open AZC Dag

De visite aan het woninkje, onderdeel van een op het voormalige sportveld opgerichte barak, is onderdeel van de landelijke Open AZC Dag, waarop opvanglocaties door heel Nederland hun deuren openen voor publiek en waar landelijk 11.000 mensen op afkwamen.

Zo’n 500 mensen maken deze zaterdag in Amsterdam van die gelegenheid gebruik. Onder hen Jan Sitvast (64) en Yvonne Heijens (63) uit Amstelveen. “We wilden weleens in het echt zien waar we in de krant over lezen,” verklaart Jan hun bezoek. “Kijken hoe de omstandigheden hier zijn, hoe mensen wonen en of er mogelijkheden zijn mee te doen met de Nederlandse maatschappij.”

Onvermijdelijk maakt de rondgang langs de lokalen waar Nederlandse les wordt gegeven, de gymzaal en de medische post discussie los over de vaderlandse immigratiepolitiek. “We hebben als land een naam op het gebied van gastvrijheid hoog te houden,” vindt Jan. “Ik voelde mij trots toen ik hier rondliep. Dit doen we als Nederland goed. Als je mensen huisvest, moet je hun ook kansen bieden zich te ontwikkelen.”

Zijn vrouw is het deels met hem eens. “Voor mensen die het echt nodig hebben, vind ik het prima. Maar met economische vluchtelingen heb ik meer moeite. Ik snap het, hoor. Ik zou het ook proberen als ik in hun positie was, maar we kunnen hier niet de hele wereld opvangen.”

460 asielzoekers

Dat gebeurt ook niet, legt locatiemanager Menno Schot even later uit. In Osdorp verblijven nu zo’n 460 asielzoekers. De locatie heeft plek voor 512 mensen. Daarmee is het middelgroot. De centrale opvanglocatie in Ter Apel is met 2.000 plekken het grootst. In Amsterdam zijn drie landen van herkomst met afstand het meest vertegenwoordigd: Syrië, Iran en Eritrea.

Uit dat laatste land komen de tieners Eduard en Meron. Ze staan in een klaslokaal voor een digitaal schoolbord voor een taalles. Aan de wanden behalve een foto van koning Willem-Alexander vooral veel tekeningen met onderschrift. Ze illustreren de verschillen in klanken in de Nederlandse taal. ‘Maan’ tegenover ‘man’ en ‘peen’ naast ‘pen’.

Het blijken dit keer de bezoekers die onderwijs krijgen. Het Eritrese tweetal spreekt de namen van groente en fruit langzaam uit in het Tigrinya. De woorden klinken soms vaag bekend, dan weer als het geluid van een koffiemolen. Docent Martijn van der Veen duidt de omkering: “Zo beluisteren de meeste leerlingen ook de Nederlandse taal. Een oer-Hollandse naam als Trijntje Oosterhuis bevat klanken die in vrijwel geen enkele taal ter wereld terugkomen.”

‘Moeilijke taal’

Gelegenheidsstudenten Sitvast en Heijens zijn onder de indruk: “Je kunt je de stress heel goed voorstellen. Steeds die twijfel: hoe spreek ik dit uit? Wat heb ik nu eigenlijk verstaan? Nederlands is een moeilijke taal.”

Bij de komst van het azc naar Osdorp in februari vorig jaar waren er protesten van bewoners. Ze vreesden voor overlast. Er volgde zelfs een rechtszaak. Na anderhalf jaar zijn de klachten verstomd, zegt locatiedirecteur Schot, die al in zestien andere azc’s in Nederland werkte. “Zo gaat het vaker. Bij aankomst worden we bekogeld met tomaten. Bij vertrek, zoals toen we twee jaar geleden uit de Bijlmerbajes weggingen, zijn er tegengestelde emoties. Dan zijn bewoners teleurgesteld de klasgenootjes of speelkameraadjes van hun kinderen te verliezen.”

Heeft Schot de grootste tegenstanders van de komst van een azc al eens op een open dag als deze gezien? “Helaas. De online reaguurders komen niet hier om zich te verdiepen in de situatie. Misschien komt dat nog. We blijven de deuren openzetten.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden