Plus Klapstoel

Kunstenaar Frank de Ruwe: ‘Ik ben meer van de gekkigheid’

Frank de Ruwe (1977) is reclamemaker en (straat)kunstenaar. Hij is oprichter van reclamebureau Natwerk. Elke zaterdag staat in PS van de Week een van zijn ‘straatinterventies’ onder de naam Streetart Frankey.

Frank de Ruwe op de Klapstoel. Beeld Harmen de Jong

Nijmegen

“Voor de deur was een groot grasveld, in de winter probeerde mijn vader er de grootste sneeuwpop van de wereld te maken. Hij was zo hoog dat er ladders aan te pas moesten komen. Grote sneeuwballen zaagden we in plakken, waar we dan mee stapelden. Pa was uitvinder bij Philips. Hij leerde me mijn eigen speelgoed te maken. Wat we in de speelgoedwinkel zagen, maakten we thuis na. We waren altijd aan het knutselen in de schuur. Nadat ik E.T. had ge­zien, vroeg ik voor sinterklaas een BMX-fiets. Die kreeg ik, maar geen echte: mijn vader had isolatiemateriaal voor de verwarming om het frame van een kinderfiets aangebracht. Dat was huilen toen. Maar als ik nu foto’s uit die tijd zie, met vriendjes op echte BMX’en, vind ik die van mij de tofste fiets.”

TU

“Eigenlijk wilde ik straaljagerpiloot worden, maar ik werd afgekeurd. Op de middelbare school raadden ze aan Industrieel Ontwerpen te gaan doen in Delft. Ik heb de TU afgemaakt, maar achteraf was de studie iets te technisch voor wat ik echt leuk vind. Je wordt daar opgeleid om massaproducten te ontwerpen, terwijl ik meer van de enkele stuks en de gekkigheid ben. Maar ik heb er veel geleerd. Je had er gi­gantische werkplaatsen waar je ’s avonds aan eigen dingen mocht werken. Het personeel was heel behulpzaam als ze doorhadden dat je echt geïnteresseerd was. Zo heb ik leren omgaan met materialen en machines. En ik weet precies hoe een motor werkt. Bijna elk model van voor 1990 haal ik uit elkaar en zet ik ook zo weer in elkaar, hoe cool is dat?”

Natwerk

“Iedereen noemt het een reclamebureau, ik heb het zelf liever over een creative studio. Na mijn afstuderen ontwierp ik gekke dingen, bijvoorbeeld een automatische koffieroerder. Die wilde ik aan de wereld laten zien. De Salone del Mobile in Milaan, een van de grootste de­signbeurzen van de wereld, is daar dé plek voor, maar het was superduur er iets te huren. Ik kocht een SRV-wagen en reed daarmee naar ­Italië. Op de stoep bij grote ontwerpers als Marcel Wanders en Philippe Starck had ik in de wagen mijn eigen presentaties.”

“Dat kreeg flink veel publiciteit en terug in Nederland vroeg BNN of ik voor hen ook iets opvallends kon bedenken. Ja, hoor: op de Dam stortten we een miljoen kauwgomballen uit. Toen ging het echt lopen. Nu is Natwerk een bureau waar 35 mensen werken. Met de zake­lijke kant houd ik me niet bezig, ik doe alleen creatieve dingen. Op een gegeven moment sta je voor de keuze: ga je mensen aansturen of blijf je al die leuke dingen gewoon zelf doen? Het is te vergelijken met: word je trainer of blijf je voetballen? Ik hoop nog heel lang te blijven voetballen.”

Bello Limoncello

“Ik was uit eten met een vriend bij Pekelhaaring en na afloop kregen we van de kok limoncello, echt heel goede. ‘Ja, zelf gemaakt,’ zei hij. ‘Je moet er wel echt Italiaanse citroenen voor hebben, die hebben de meeste olie en het juiste parfum.’ Dat was op donderdagavond, op vrijdagmorgen zaten we in de auto op weg naar Italië: in één keer door naar Sicilië. Maar daar zeiden ze dat we in de buurt van Napoli moesten zijn voor de beste citroenen. Bij een boertje laadden we de auto er vol mee. Thuis maakten we onze eigen limoncello, een machovariant met meer alcohol en minder suiker. We kennen nogal wat mensen in de Amsterdamse horeca en iedereen vond onze limoncello lekker. Eerst hebben we bij dat boertje duizend flessen limoncello naar ons eigen recept besteld. Inmiddels is hij onze vaste leverancier en heeft hij de merknaam Bello op zijn huis geschilderd. Binnenkort liggen we bij Gall & Gall.”

Frankey

“Straatkunst maakte ik al langer. Pas sinds een vriend me aanraadde er foto’s van op Instagram te zetten hoort er de merknaam Streetart Fran­key bij. Amsterdam is mijn werkterrein als straatkunstenaar, maar ik doe ook weleens wat ergens anders.”

“Een paar jaar geleden maakte ik een kunstwerk op de Trump Tower in New York. Die man is een flater, dus ik maakte een bronzen beeldje van Guust Flater boven op een appel, dat ik met een telescooparm in de U van Trump wist te plaatsen. Amerikanen hebben geen idee wie Guust Flater is natuurlijk, maar het leverde veel aandacht op. De New Yorkse galerie Wallplay vroeg of ik bij ze wilde expo­seren. Ik liet er dingen zien die ik thuis had geknutseld, maffe apparaten vooral en instal­laties. Nu zijn ze mijn vaste galerie daar.”

“Als kunstenaar heet ik kortweg Frankey. Met streetart reageer ik op wat ik buiten zie. Zie ik drie hopen zand op het Weteringcircuit, dan móét daar een mol bij. Als gewoon kunstenaar moet je veel meer beslissingen nemen. Als ik een ezel bedenk die kauwgomballen poept, kan ik nachten wakker liggen van de vraag of ik die uitvoer in goud, marmer of toch hoogglans wit.”

Bloemkool

“New York Pizza had ooit een campagne rond het thema ‘hete dozen’. Ze vroegen of wij ook zoiets konden bedenken voor hun pizza met bloemkoolbodem. Met dank aan André van Duin werden het affiches waarop een naakte dame bloemkolen voor haar borsten hield: ‘Zo lekker kan bloemkool zijn.’ Heel veel reacties op gekregen, van lovers en haters. We hadden verwacht dat de campagne stof doen zou op­waaien, maar niet zó veel. Bij Jinek aan tafel spraken ze erover, zelfs prins Maurits had er een oordeel over: smakeloos. New York Pizza kreeg wat ze vroegen: een spraakmakende ­campagne, Een reclamebureau is ook een servicebureau.”

Johan Cruijff

“Héél veel liefde voor. Hij kon niet alleen supergoed voetballen, hij was zelf ook een levend kunstwerk. ‘Om gelukkig te zijn moet je iets doen waar je gelukkig van wordt,’ zeg ik vaak tegen mezelf – een van zijn mooiste uitspraken. Toen hij drie jaar was overleden, wijdde ik op het Javaplein bij de halte van lijn 14 een straatkunstwerk aan hem. Ik had deze godenzoon graag een echt glas-in-loodraam gegund, maar het werd een portret op stickerfolie. Ik heb op geen ander werk zo veel positieve reacties gehad. Op Insta zei iemand, echt een stevige jongen: wie hier met zijn tengels aankomt, komt aan mij.”

Eberhard van der Laan

“Heeft iedereen een goed gevoel bij, denk ik. Toen Paradiso me vroeg iets voor de gevel te maken, bedacht ik een bronzen beeld van Van der Laan, 70 centimeter hoog. Standbeelden van leiders zijn meestal groot en heel held­haftig: borst vooruit, op een paard soms, sabel in de hand. Ik baseerde me op een foto van Van der Laan tijdens een bijeenkomst in De Balie: zittend op de rand van het podium, luisterend, open, tevreden. Zo zit hij nu boven de ingang van Paradiso, wakend over zijn stadje. Zijn dochter vertelde dat als ze met de auto Amsterdam binnenreden, Van der Laan altijd zei: ‘Zo, mooi stadje toch.’ Ik denk elke ochtend hetzelfde als ik naar Natwerk fiets.”

Politie

“Ze zijn twee keer komen kijken als ik ergens bezig was, maar ze waren ook zo weer weg. Ik heb ook een vergunning, hè: een document met officieel ogende stempels waarop ik, Frank de Ruwe, toestemming geef aan Streetart Frankey tot het vervaardigen van straatkunst. Het is een vergunning van mijzelf aan mijzelf dus, maar iedereen trapt er altijd in. Als ik wat langer bezig ben of als er een ladder nodig is, draag ik een oranje hesje en zet ik verkeerspionnen neer. Heel af en toe vraagt iemand wat ik eigenlijk aan het maken ben. Dan zeg ik: ‘Ik weet het ook niet precies, het is een opdracht van de gemeente. Wat denkt u dat het is?’”

Banksy

“Tijdens mijn studie zag ik bij een vriend ­Banksys boek Wall and Piece. Waaaauw! Ik was een hiphopkid en als je van hiphop houdt, houd je ook van graffiti, ik was daar zelf ook mee bezig. Maar wat Banksy deed, ging zo veel verder. In dat boek zag je hem een eigen schilderij ophangen in een museum. Het hing er drie weken voor iemand iets door had. Zo tof. Ook heel inspirerend vond ik een foto van zijn studio. Gewoon in een garage, een enorme bende en alleen maar goedkope materialen als karton en lijm. Maar hij was er wel wereldbekend mee geworden. Ik dacht: ik ga het ook doen, ik ga met mijn werk de openbare ruimte in. Hij heeft me enorm beïnvloed, maar wat hij maakt, is vaak heel politiek geladen. Ik ben meer van de lol, ik vind het leuk mensen te laten lachen.”

Febo

“Waanzinnig mooi bedrijf met een toffe heri­tage. Voor de Toppers bedacht ik een keer de glitterbal: een bitterbal met glitters. Kon dat wel? Ik bellen naar het hoofdkantoor van de Febo. ‘O, dan moet u Freddy hebben, ik verbind u door,’ zei de telefoniste. Eén belletje hè, toen was ik al bij het hoofd productontwikkeling. Die glitterbal werd niks, die glittertjes verbrandden in het vet. Maar in de proefkeuken van de Febo leerde ik dat je in principe alles aan de ragout kunt toevoegen. Zo kwamen we tot – het was sinterklaastijd – de speculaaskroket. Een enorm succes.”

“Toen wilde de baas, Dennis, de kleinzoon van de oprichter, me ook ontmoeten. Wat ik van hun reclame vond. Die kon veel beter, leek me. Amsterdammers zijn trots op de Febo, dat kun je uitbuiten. Haute friture. Allemaal gekke ­dingen gedaan: een minivestiging in de PC Hooft, een drijvend trekmuurtje op een van de grachten. En uiteindelijk een Febokledinglijn: T-shirts, truien, joggingbroeken, slippers. Vooral die slippers waren een succes; de server vloog eruit toen we ze voor de eerste keer aanboden. Ze kostten nog geen twee tientjes, maar deden op Markplaats al snel 100 euro.”

Jacqueline Makbouli

“Iedereen die zich inzet voor de veiligheid in Amsterdam heeft mijn zegen. Go for it!”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden