Amsterdam Bewaar

Kroongetuige liet zich oppakken met wapens, justitie wil celstraf

Kroongetuige liet zich oppakken met wapens, justitie wil celstraf
© ANP

Kroongetuige Nabil B. liet zichzelf oppakken met vuurwapens om zo de deal te kunnen sluiten om kroongetuige te worden. Justitie wil niettemin dat hij voor wapenbezit zeven maanden de cel in gaat.

Dat bleek donderdagochtend tijdens een zitting bij het Amsterdamse Gerechtshof, die grotendeels achter gesloten deuren werd behandeld. Nabil B. wijst kopstukken van Marokkaanse komaf uit het Amsterdams-Utrechtse milieu aan als opdrachtgevers van liquidaties.

Duidelijk werd dat Nabil B. (31) zich op 14 januari 2017 in Amsterdam liet oppakken. Hij gaf zelf de tip dat hij gewapend zou rondlopen bij het Leidseplein en de PC Hooftstraat.

Bij zijn aanhouding droeg hij een in zijn rechterjaszak een Glockpistool en in zijn linkerzak een patroonmagazijn. Thuis ontdekte de politie bij huiszoeking nog een vuurwapen en een jammer, waarmee telefoonverkeer wordt verstoord.

Misgelopen liquidatie
B. arrangeerde de aanhouding omdat hij vreesde voor zijn leven. Twee dagen eerder was hij betrokken bij de misgelopen liquidatie van een Utrechter, waarbij de verkeerde was doodgeschoten. B. hoopte na zijn arrestatie tot een overeenkomst met justitie te komen en kroongetuige te worden.

Dat lukte, al was de prijs hoog: B.'s onschuldige broer werd doodgeschoten kort nadat de kroongetuigedeal bekend was geworden.

Saillant detail: op de avond dat B. werd gearresteerd, werd in Utrecht een nieuwe liquidatiepoging verijdeld. Justitie houdt mensen uit de groep waartoe ook B. behoorde voor die poging verantwoordelijk.

Zeven maanden cel
Opmerkelijk is dat justitie ondanks de kroongetuigedeal Nabil B. wél gestraft wil zien voor het wapenbezit op de avond dat hij zich liet oppakken. In mei 2017 kreeg B. negen maanden celstraf, maar daartegen ging B. In beroep. Bij het Gerechtshof volhardde justitie donderdagochtend met een eis van zeven maanden cel.

B.'s advocaat Derk Wiersum donderdagochtend tegen het Gerechtshof: "Mijn cliënt vreesde voor zijn leven en die vrees was gegrond. Inmiddels heeft hij ondubbelzinnig afstand genomen. Hij is zijn broer verloren en hem wacht een lange celstraf, waarna hij bovendien een nieuw leven moet opbouwen. Niemand zal kunnen denken dat hij hiermee wegkwam."