live

Dag 48: knetterend verhoor van zussen Astrid en Sonja Holleeder

Ruim drie jaar na zijn aanhouding is de rechtbank in Amsterdam dit jaar gestart met de inhoudelijke behandeling van het megaproces tegen Willem Holleeder. Misdaadverslaggever Paul Vugts houdt je in dit blog op de hoogte.

Live

Bekijk nieuwe update(s).
  1. Dit gebeurde er op dag 48

    In zijn grote liquidatiezaak besloten Willem Holleeder en zijn zussen een week vol emoties in stijl. Met tirades en sneren en, in de namiddag, oud-Jordanees geschreeuw. Lees een samenvatting van dag 48.

  2. Rechtbank sluit verhoordag af

    De rechtbank sluit de verhoordag af en wenst Holleeder 'een goede reis terug' (naar de Extra Beveiligde Inrichting in Vught).

    De twee verhoordagen van volgende week, dinsdag en donderdag, gaan niet door.
    Waneer de zaak wel verder gaat en hoe, bepaalt de rechtbank later.

    Rechtbankvoorzitter Frank Wieland wijst er op dat Astrid Holleeder al acht dagen is verhoord. Hij wil het nadere verhoor (over haar recent ingebrachte opnames) tot één dag beperken.

  3. 'Je liegt Boxer!'

    Willem Holleeder krijgt als laatste het woord. Hij twijfelt of hij vragen wil stellen. "Ik weet wel dingetjes, maar het is allemaal voorbereid..."

    Sonja: "Ik zweer het op de dood van mijn kinderen dat het waar is wat ik vertel."

    Holleeder: "Je liégt Boxer (Sonja's bijnaam voor zijn oudste zus)! Jij moet vanavond in de spiegel kijken. Je bent veranderd. Je bent een leugenaar. Als je dan toch zo bijdehand bent: waarom heb jij dan een ander slot op de deur gezet?"

    Sonja: "Omdat Cor zo vervelend was in die tijd. Niet omdat jij me gezegd had dat Cor gevaar liep."

    Holleeder: "Het is makkelijk om mij overal de schuld van te geven. Waarom heb ik dat miljoen betaald dan (om het conflict tussen Cor van Hout en hemzelf en rivalen Sam Klepper en John Mieremet te sussen)? Waarom zou ik dat betalen als ik wilde dat Cor werd doodgeschoten? Dan hield ik dat miljoen wel in mijn zak, toch? Je bent een leugenaar. Boxer, weet je..."

    Rechter Wieland: "Ik heb het gevoel dat ik naar een tenniswedstrijd zit te kijken tussen professionele tennissers. Het gaat zo snel en de bal is nog niet uit..."

    Holleeder: "Boxer, je liegt. Luister heel goed, Boxer, en ga niet tegen me in. Dat jij liegt moet je zelf weten, maar je moet je schamen. Jij bent niet goed, jij. Ga niet tegen me in... Wie heeft voor jou een woning geregeld zodat je veilig was?"

    Sonja: "Vuile leugenaar... Slaap lekker, Wim."

    Holleeder: "Ik slaap lekker hoor, maak je geen zorgen. Ik vind het wel erg hoor, dat jullie de stekker d'r uit hebben willen trekken (toen hij aan de hartbewaking lag), haha."

    Sonja: "We hadden het moeten doen. Jij hebt geen enkele empathie, jij. Waarom mocht ik tossen op mijn kinderen dan, wie het eerste zou gaan? Zweer jij op (Holleeders zoon) dan dat dat niet waar is?"

    Holleeder: "Boxer, ik zweer het op (de naam van zijn zoon).."

    Sonja: "Dat heb je al eerder gedaan, hé, zweren op je zoon. Je hebt toen ook gezworen dat je mijn kinderen zou doodschieten als ik je niet zou zeggen waar Cor was."

  4. Eerste aanslag Cor van Hout

    Officieren van justitie Lars Stempher en Sabine Tammes hebben nog wat laatste vragen over de eerste aanslag op Cor van Hout in 1996, in de Deurloostraat in de Amsterdamse Rivierenbuurt.

    Sonja vertelt dat ze kort voor de aanslag al een verdachte man zag bij de school van haar kinderen, ergens in de drie weken voor de aanslag waarin Cor van Hout vanwege een ruzie in Buitenveldert woonde. De dag dat hij werd beschoten wilde Van Hout de ruzie volgens Sonja bijleggen en wilde hij samen met haar hun zoontje van 2,5 jaar ophalen.

  5. Foto Thomas van der Bijl

    Janssen verhaalt weer over de kleine foto van Thomas van der Bijl die Sonja zeer tegen haar zin aan Willem Holleeder had moeten geven, waarna die werd vermoord in zijn café De Hallen in Amsterdam-West.

    Janssen: "Heeft u ooit nog gehoord of zo'n foto in een dossier is opgedoken? Voor zo ver mij bekend heeft niemand over zo'n foto verteld."

    Sonja: "Hij heeft echt wél een foto van Thomas aan mij gevraagd."

  6. Uitspreken

    Astrid vertelde dat Willem Holleeder ook een vuurwapen op de zoon van Cor van Hout en Sonja had gezet om af te dwingen dat zij zou zeggen waar Cor zat. Over de raket noch over dat wapen op het hoofd van haar zoon vertelde ze aan Cor.

    Waarom, vraagt advocaat Janssen?

    Sonja: "Ik wilde dat Willem noch Cor zou worden doodgeschoten. Als ik dat aan Cor had gezegd, had ie (Holleeder) niet meer geleefd."

    Janssen: "Nou én!"

    Sonja wordt boos: "Ik wil helemaal niet dat iemand wordt doodgeschoten! Mijn broertje Willem niet en Cor niet!"

    Janssen: "Kunt u zich voorstellen dat wanneer zich dit allemaal afspeelt, dat u zo onder druk wordt gezet (de verblijfplaats van Van Hout te verklappen), dat ik me moeilijk kan voorstellen dat u dit niet vertelt aan Cor?"

    Sonja: "Ik hoopte altijd nog dat Willem en Cor het ooit nog zouden uitspreken.''

    Willem Holleeder: "Ik kén je zeggen dat dit niet gebeurd is!"

    Sonja: "Ik kan... Laat maar. Ik reageer niet."

    Rechter Wieland: "Heel verstandig, mevrouw."

  7. 'Zweert op de dood van haar kinderen'

    Advocaat Sander Janssen begint weer over de stukken uit de gestolen computer van misdaadjournalist John van den Heuvel die Holleeder aan Astrid had gegeven. Daarin stond dat Holleeder voor criminelen John Mieremet en Sam Klepper de woning van Cor van Hout in de Deurloostraat in de Amsterdamse Rivierenbuurt zou hebben aangewezen, zodat hij daar zou kunnen worden vermoord.

    Sonja: "Ik had ook al mensen gezien bij de school van de kinderen."

    Sonja vertelt dat Cor van Hout in die periode (in 1996) bij haar weg was en tijdelijk in Buitenveldert woonde. Holleeder zou haar op een dag in zijn auto hebben gezet en naar Cor hebben gereden 'om het goed te maken'.

    Janssen haalt aan dat crimineel Mink Kok vertelde dat hij Cor van Hout ooit met een vriend samen stomdronken in zijn eigen auto naar zijn huis had gereden en hem thuis in bed had gelegd (in de Deurlostraat, ter illustratie dat veel criminelen wisten waar Cor van Hout woonde).

    Sonja: "Ik ken die hele Mink niet. ik heb nooit een Mink gezien, ik weet niet eens hoe hij er uit ziet."

    Janssen haalt getuigen aan die zeggen dat 'iedereen wist waar Cor woonde' en dat Holleeder de woning niet zou hoeven aanwijzen aan klepper en Mieremet.

    Sonja: "Misschien wist alleen de schutter niet waar Cor woonde.."

    Sonja 'zweert op de dood van haar kinderen' dat Holleeder van haar eiste dat ze hem signalen gaf om aan te geven dat Cor van Hout thuis was.

    Sonja, geëmotioneerd: "Ik heb écht in een hel geleefd!" Als ze niet zou zeggen waar Cor van Hout was, zou Willem 'een raket' bij haar 'naar binnen schieten'.

  8. Heftige dagen

    Rechtbankvoorzitter Frank Wieland heropent de zitting met de opmerking dat het 'vrij heftige dagen zijn' en dat de rechtbank tot uiterlijk half vijf door wil met het verhoor, om daarna nog wat laatste zaken te bespreken zodra getuige Sonja Holleeder is vertrokken.

  9. 'Denk je dat ik gek ben'

    Advocaat Janssen wil het weer hebben over de overeenkomst die Willem Holleeder ondertekende waarin hij liet weten geen bezwaar te hebben tegen de Hollywoodverfilming van het boek over de ontvoering van Heineken en diens chauffeur Ab Doderer.

    Janssen vraagt of het klopt dat de eerste onderhandelingen over die Amerikaanse verfilming al plaatsvonden toen Holleeder nog in de cel zat?

    Sonja: "Dat weet ik niet meer. Ik weet dat Wim heel veel heeft lopen tieren en schelden tegen me op het Gelderlandplein omdat hij geld moest hebben van die film."

    Officier van justitie Sabine Tammes vraagt of het kan kloppen wat Holleeder heeft gezegd, dat hij bij Sonja tekende voor akkoord voor die film terwijl hij zijn leesbril niet bij zich had en dacht dat hij verzekeringspapieren tekende.

    Sonja: "Denk je dat hij gek is? Hij is dat bij mij thuis komen tekenen! Als hij zijn leesbril niet heeft, tekent hij echt niet hoor. Dan ben je bij de verkeerde."

    Holleeder, roept er doorheen: "Denk je dat ik gek ben dat ik ga tekenen dat ik geen geld krijg?!"

    Sonja Holleeder registreerde de naam Willem Holleeder bij het Europese merkenbureau, volgens hem buiten zijn weten, om te voorkomen dat derden aan de merchandise zoals T-shirts, petjes et cetera zouden kunnen verdienen.

    Sonja: "Slim hè?" Ze zegt dat uit eigen beweging te hebben gedaan. Ze registreerde die naam op het adres van een advocaat.

    Janssen vindt het maar vreemd dat Sonja die naam 'Willem Holleeder' uit zichzelf registreerde.

    Sonja, venijnig: "Zie ik er nou zo dom uit? Dat ik dat niet zelf kon verzinnen? Jij ziet het allemaal maar in het negatieve."

    De rechtbank onderbreekt voor een koffiepauze van ongeveer een kwartier.

  10. poeslief

    Raadsman Janssen haalt de aangifte aan die Sonja en Astrid Holleeder deden omdat zoon Marcel Grifhorst van 'de vijfde Heinekenontvoerder' Rob Grifhorst hen 'namens (Heinekenontvoerder) Frans Meijer twee ton probeerde af te persen'.

    Sonja: "Klopt. Ik laat me niet afpersen."

    Mogelijk waren ook Holleeders vrienden Richard G. en diens broer bij de afpersing betrokken, dachten de zussen. Ze zeiden in hun aangifte te denken dat ze zouden worden afgeperst en mogelijk daarna te worden vermoord.

    Sonja: "Dat is de methode van mijn broer, hè?" Of Holleeder, die inmiddels in de Extra Beviligde Inrichting in Vught zat, in staat was zijn zussen af te persen? vraagt Janssen. Sonja: "Dat maakt niks uit, hè?"

    In een gesprek met Marcel Grifhorst dat ze heimelijk opnam, klonk Sonja poeslief, merkt Janssen op.

    Sonja: "Zo doe je dat, hè? Als je meteen gaat schreeuwen, vertellen mensen je niets meer, dus je doet aardig. Als iemand weg is denk ik: 'Hé, wat ben je eigenlijk een hond om mij twee ton af te persen."